Utrechtse woningmarkt nog lang niet uit de crisis

Afbeelding

De woningmarkt in regio Utrecht is de crisis nog niet uit. Zowel de bouw, verhuur en verkoop van woningen stagneert. Ook loopt het voorspelde woningtekort in de regio nog verder op. 

In de jaarlijkse Woningmarkt monitor uiten de onderzoekers hun zorgen. Vooral de sociale huursector blijkt in de regio Utrecht, vergeleken met andere verstedelijkte gebieden, het hardst getroffen te zijn.

Wachten op Woningnet


Afgelopen vijf jaar is het aantal verhuurde sociale huurwoningen in regio Utrecht met maar liefst een kwart gedaald. De kans op een sociale huurwoning is ook sinds 2005 gedaald van ruim twintig procent naar dertien procent. Doorstromers wachten gemiddeld ruim negen jaar op een huis. Starters wachten zeven jaar. Dit terwijl door aangepaste regelgeving minder mensen in aanmerking komen voor sociale huurwoning.

Huizen drie keer zo lang te koop


Ook de koopmarkt is ingezakt. Hoewel de hoeveelheid huizen die te koop staan is verdubbeld sinds 2008, neemt de verkoop van die huizen met bijna evenveel af (36%). Een van de gevolgen is dat veel mensen langer aan hun huis vastzitten dan gewoonlijk. Waar men in 2008 nog gemiddeld ongeveer 80 dagen moest wachten, is dat in 2013 inmiddels meer dan 300 dagen geworden.

Huizen staan daarmee gemiddeld meer dan drie keer zo lang te koop als voor de crisis. Het komt dus niet als een verrassing dat de kans op verkoop ook sterk verwaterd is. De kans op verkoop binnen het tijdsbestek van een kwartaal is gezakt van ongeveer 50% in 2008 naar ongeveer 10% in 2013.

Verkopen met schuld


Ondertussen dalen koopprijzen en verwachten de onderzoekers dat deze trend door zal zetten vanwege de economische omstandigheden. Ook kunnen starters minder lenen. Wel wordt de koopmarkt door dalende prijzen misschien aantrekkelijker, omdat huurprijzen nu ook hard stijgen, maar die ontwikkelingen achten de onderzoekers niet sterk genoeg om het tij in de markt te keren.

De stagnatie zal dus nog even blijven volgens de onderzoekers. Dit wijten ze onder andere aan de onzekerheid rondom de hypotheekaftrek en het toenemende aantal zzp’ers en tijdelijke contracten onder jonge starters. Banken willen aan hen vaak geen hypotheken verlenen. Ook de groeiende restschuld is een probleem. Ruim een vijfde van de huizenbezitters blijft met een schuld zitten na verkoop, die gemiddeld 40.000 euro bedraagt. 

Weinig nieuwbouw


De onderzoekers constateren ook dat er minder nieuwbouw plaats vindt. Dit terwijl het aantal huishoudens wel stijgt. Om deze stijging aan vraag voor huisvesting te accommoderen, zouden er tot 2030 per jaar ongeveer evenveel huizen (3.400) bijgebouwd moeten worden als het jaarlijkse gemiddelde voor de crisis (3.500).

Volgens de onderzoekers daalt de bouw in de regio Utrecht echter sneller dan het landelijke gemiddelde en ligt er ook nog een verdere daling in het verschiet.  Zij voorspellen daarom, net als in het rapport van 2012, een verder oplopend woningtekort. Dit komt volgens hen vooral doordat investeringen van corporaties en beleggers stagneren door strengere hypotheekvoorwaarden en het instellen van de verhuurdersheffing.