Het regent open brieven. Na de open brieven van Jos Stelling en Laurent van den Nouwland, heeft nu ook Pieter Broertjes, voorzitter van de Raad van Toezicht van Filmtheater ‘t Hoogt een open brief aan de gemeenteraad gestuurd betreffende de plannen op het Smakkelaarsveld.
Ook ‘t Hoogt stuurt open brief: er is geen alternatief voor bouw Bibliotheek++ en Artplex

De open brief is volgens Broertjes een aanvulling op de open brief van de Bibliotheek en een reactie op de commissievergadering van vorige week.
Heel kort samengevat schrijft Broertjes dat de risico’s goed in kaart zijn gebracht en zijn afgedekt, een andere - al bestaande - plek onhaalbaar is, en een ‘nee’ tegen de bouw van de Bibliotheek++ en Artplex een verlies zou zijn voor zowel ‘Filmstad Utrecht’ als voor nieuwe ontwikkelingen op het vlak van beeld, animatie, gaming en andere media. “Samen met alle belangrijke partners wil ‘t Hoogt deze ontwikkeling mogelijk maken voor Utrecht en haar inwoners.”
Geen alternatieve locatie
In de commissievergadering van vorige week stelde GroenLinks zijn vraagtekens bij de bouw van de Bieb++ op het Smakkelaarsveld en noemde het een ‘te duur en te risicovol project’. “Overal in de stad vragen we mensen leegstaande gebouwen te benutten, waarom dan hier zelf bouwen?” vroeg GroenLinks-raadslid Chiel Rottier zich af.
Volgens Broertjes is het gebruik van een bestaand gebouw niet mogelijk. “Een geschikt alternatief op basis van bestaande bouw voor Bibliotheek++ in combinatie met Artplex is er niet.” Maar ook wanneer Artplex losgekoppeld zou worden van de bibliotheek zijn de door Groen Links geopperde locaties volgens Broertjes niet geschikt: “Zij zijn te klein, bieden geen ruimte voor voldoende horeca en tentoonstellingsruimte of zijn niet geschikt te maken voor filmvertoning.”
Uitdagen tot onderbouwing
Rottier: “Ik vraag me af wanneer welke alternatieven zijn onderzocht. Dit project loopt al lang. Gebouwen die aan het begin van het onderzoek leegstonden zijn misschien niet geschikt, maar er zijn in de loop van tijd een hoop andere gebouwen leeg komen te staan en er komt nog meer leeg te staan. De Neudeflat, het postkantoor, de bioscopen in de binnenstad, het kantoor van Projectorganisatie Stationsgebied en Tivoli bijvoorbeeld. Zijn al die opties al onderzocht? Ik vind het wel een heel snelle conclusie van meneer Broertjes en daag hem dan ook graag uit zijn bevindingen te onderbouwen.
Concurrentievervalsing
Van de concurrentievervalsing waar Jos Stelling in zijn open brief over schreef, is volgens Broertjes geen sprake. “’t Hoogt heeft in 2012 91 premièrefilms vertoond, daarvan overlapte er één met het aanbod van LHC en Springhaver. Dat toont heel duidelijk het bestaansrecht van beide vertoners.”
Hier is Stelling het echter absoluut niet mee eens. In een reactie op de brief van Broertjes zegt hij: “Dit is een verkeerde voorstelling van zaken. Wij willen graag films vertonen die in ’t Hoogt draaien, maar dat blijkt niet mogelijk. In het LHC/Springhaver worden films vertoond die voor 80% overeen komen met de enige gesubsidieerde filmhuizen van Rotterdam (Lantaren Venster) en Nijmegen (Lux). Als het LHC/Springhaver 15% minder publiek trekt door de komst van Artplex duiken we in de rode cijfers. Als het Artplex alleen maar klassiekers en kwetsbare films wil draaien (zoals tot op heden door ’t Hoogt beweerd) zullen ze nooit de 150.000 bezoekers halen en moeten ze dus “commercieel”.
Samenwerken ‘met het mes op de keel’
In zijn brief schrijft Broertjes open te staan voor elke vorm van samenwerking die helpt ‘Filmstad Utrecht’ nieuw leven in te blazen. “Mogelijk in een publiek-private samenwerking zoals dat al eerder door een adviescommissie is bepleit. Helaas is dit tot nu toe niet mogelijk gebleken vanwege de opstelling die de heer Stelling kiest. ‘t Hoogt staat hiervoor nog steeds open.”
Stelling: “Natuurlijk ga ik voor samenwerking, met wie dan ook. We werken samen met filmhuizen en programmeren zelfs voor Eindhoven. Maar samenwerking met het mes op je keel en het steeds opnieuw gebruik maken van oneigenlijke argumenten is gewoon geen doen Pieter.”
De eigenaar van het LHC en Springhaver vervolgt: “Het onderscheid tussen een vermeend commerciële bioscoopbedrijf (zie brief aan de gemeenteraad) en het non-profit arthouse-concept is volledig achterhaald. Zeker voor onze stad. Ik ben ervan overtuigd dat er in een stad als Utrecht voldoende creativiteit intelligentie en ondernemingszin aanwezig is om een fijn, gezellig filmhuis op te zetten met tenminste vier zalen. Dit idee wordt al bij voorbaat in de brief uitgesloten. Raar toch. Ik denk dat de aanwezigheid van ’t Hoogt de ontwikkelingen in die richting feitelijk al jaren heeft tegen gehouden. Ik wil voor mooie nieuwe plannen graag mijn nek uitsteken.”
‘Wanhopig argument’
Tot slot wijst Stelling nog op het argument van Broertjes dat het Nederlands Filmfestival de stad wel eens zou kunnen verlaten als het Artplex er niet komt. Stelling: “Als dit niet echt hard gemaakt wordt is dit (naast andere dreigementen) wel een zeer oneigenlijk, bijna wanhopig argument. In een van de eerdere begrotingen van het Artplex werd zo’n hoge huur berekend aan het NFF (kantoor), dat het NFF zich gelijk terugtrok. Het muziekpaleis wacht op het NFF. In de brief staat ook dat ’t Hoogt de afgelopen tien jaar tevergeefs met de gemeente heeft gezocht naar een alternatief. Ik weet dat de voormalig directeur van ’t Hoogt het politiebureau Tolsteeg niet zag zitten. God zij dank. Maar zo gaat dat.”



