Het college laat weten dat de betwiste bioscoop De Kade een welkome aanvulling is op het bioscooplandschap en dat het van belang is voor de stad dat deze zo spoedig mogelijk gerealiseerd wordt. Over nut en noodzaak van de bioscoop is al geruime tijd discussie.
Gemeente Utrecht: bioscoop De Kade is een aanvulling en moet zo snel mogelijk gerealiseerd worden

Vorig jaar presenteerde filmdistributeur Pim Hermeling zijn plannen voor de arthouse-bioscoop De Kade in Wijk C. Het moet meer worden dan alleen een bioscoop, het moet een multifunctioneel gebouw worden op het gebied van beeldcultuur. De bestaande en gedateerde parkeergarage wordt hierbij herontwikkeld. De Hogeschool voor de Kunsten Utrecht en het Nederlands Film Festival zijn als participanten betrokken bij de planvorming. Zo moeten er onderwijsvoorzieningen komen en ook het kantoor van het filmfestival. Horecafaciliteiten ontbreken ook niet in het plan en bioscoop ’t Hoogt wordt mogelijk een huurder. De gemeente heeft al eerder haar steun uitgesproken voor het plan, ook omdat er geen subsidie nodig is voor de bouw.
Kritiek
Toch is er ook kritiek op het plan. Zo vreest de eigenaar van het Louis Hartlooper Complex en Springhaver, Jos Stelling, dat de komst van De Kade een doodsteek kan zijn voor zijn bioscoop op het Ledig Erf. Volgens Stelling wordt het aanbod bioscoopstoelen in het arthouse-segment te groot in de stad met de komst van De Kade. Tevens zou Stelling graag het City Theater in het monumentale pand aan de Voorstraat willen herontwikkelen. De invulling en exploitatie van deze bioscoop in de toekomst is nog niet helder. Stelling wil de exploitatie van het City Theater graag op zich nemen en het pand opknappen en op die manier behouden voor de stad.
Wijkraad Binnenstad heeft ook haar ongenoegen geuit over de mogelijke komst van De Kade. Volgens de wijkraad is er onvoldoende tegemoet gekomen aan de bezwaren van de omwonenden. “Een goed woon- en leefklimaat is in ieder geval onvoldoende verankerd in de planregels.” Ook liet de wijkraad weten dat het ontwerpplan niet betuigt van een zorgvuldig ruimtegebruik. De raad doelt hiermee op de gevolgen voor de toekomst van andere bioscopen, zoals het City Theater. De wijkraad ziet graag de ‘grandeur’ van deze bioscoop terugkomen.
Het Wijk C Komitee heeft een alternatief plan laten ontwerpen voor De Kade. Zij zien de geplande bioscoop op het stuk grond liever niet komen en hebben een woonblok laten ontwerpen dat wel op hun goedkeuring kan rekenen.
Als alle bioscoopplannen in de stad doorgaan dreigen veel bioscoopstoelen leeg te blijven. Dat stelden Onderzoekers Ton van Rietbergen en Rick van Hees van de Universiteit Utrecht in het AD vorige week. Zij lieten dan ook weten dat de komst van De Kade overbodig is. In Utrecht wordt op het moment gewerkt aan een grote bioscoop in Leidsche Rijn en er moet een megacomplex komen bij de Jaarbeurs. Deze megabioscopen zouden toekomst hebben, wel moet er hard voor gewerkt worden, maar over De Kade zijn de onderzoekers in de krant kritischer: “In Utrecht is al veel ruimte voor dit soort films, zo blijkt ook uit ons onderzoek.”
Ook het CDA is Utrecht was kritisch op de plannen, de fractie haalt dezelfde redenen aan die de andere critici noemen. Raadslid Bert-Jan Brussaard van het CDA liet in januari weten: “We hebben twijfels bij de vraag- en aanbodcijfers en het plan is te sterk afhankelijk van subsidies. De cijfers geven aan dat er vooral een tekort aan ‘mainstream’ bioscoopstoelen is. Dus niet in het ‘Arthouse’ segment.” Met betrekkingen tot de subsidies doelt het CDA op de mogelijke komst van het NFF en filmtheater ’t Hoogt naar De Kade, deze twee zijn samen goed voor jaarlijks 800.000 euro subsidie
Standpunten gemeente
De gemeente weerlegt alle kritiek en houdt ook een andere interpretatie van cijfers aan.
“Conclusie uit de meer getalsmatige benadering is dat er in Utrecht, vergeleken met Amsterdam en het landelijk gemiddelde, ruimte is voor een arthouse bioscoop zoals De Kade. Dit wellicht zelfs nog in combinatie met een herontwikkeling van het City Theater tot arthouse bioscoop”, aldus het college.
De Kade wil zo’n 875 stoelen realiseren, waarvan circa. 10 procent voor onderwijsdoeleinden zullen worden gebruikt door de HKU. De gemeente is voor de eenduidigheid uitgegaan van 875 bioscoopstoelen
“Uit de cijfers blijkt dat in de nieuwe situatie in 2025 een percentage van 24,6 procent van de bioscoopstoelen in Utrecht arthousestoelen betreft. Dit wordt dan ingevuld door het Louis HartLooper Complex, Springhaver, De Kade en de eventueel tot arthouse omgebouwde City. Ten opzichte van Amsterdam en het landelijk gemiddelde van nu zijn deze getallen alleszins reëel. Landelijk is het percentage bioscoopstoelen voor arthouse namelijk 35,7 procent en in Amsterdam 26,9 procent.”
Wat de bezoekersaantallen betreft: “voor arthousebioscopen ligt dit percentage momenteel landelijk op 37,3 procent en in Amsterdam op 19,7 van het totaal aantal bezoekers van films. In totaal van het Utrechtse aanbod zal in 2025 20,8 procent van de filmbezoekers de arthouse-bioscopen moeten bezoeken. Ook deze cijfers zijn dus alleszins haalbaar.” De gemeente laat ook weten dat het plan voor De Kade niet afhankelijk is van de komst van ’t Hoogt.
Het college benadrukt ook dat de initiatiefnemers van De Kade het niet eens zijn met Stelling: “Ze kunnen zich niet vinden in zijn argumentatie en zijn van mening dat de heer Jos Stelling bang is voor gezonde concurrentie.”
De gemeente laat ook weten dat zij De Kade beter geschikt vinden dan woningbouw, zoals het Wijk C Komitee heeft geopperd. “Het plan van Wijk C heeft voor de private belegger geen economische meerwaarde.” Woningbouw zou te duur zijn en ook zou de horeca in De Kade een mooie publieke betekenis geven. “Kortom, wij vinden De Kade zeer goed op deze plek passen, beter dan woningbouw.”
Meer lezen? Hier vindt u de uitgebreide brief van het college, de cijfermatige onderbouwing en verdere informatie. Hieronder vindt u onze eerdere berichtgeving.



