Het postkantoor aan de Neude is tijdelijk weer open voor een expositie over Leonardo da Vinci. Het staat ook in de belangstelling door het plan om er de Utrechtse bibliotheek te vestigen. Met z’n imposante hal van baksteen en glas is het misschien wel het mooiste bouwwerk van Utrecht, ontworpen in 1918 door architect Joseph Crouwel. Maar het postkantoor is niet zijn enige markante gebouw in de stad.
Het Anatomiegebouw: Vergeten ‘broertje’ van het postkantoor verdient ook goede bestemming

Op het Veeartsenijterrein langs de Biltsche Grift staat het Veterinair Anatomisch Instituut, kortweg Anatomiegebouw. Het wordt soms verward met de Paardenkathedraal die iets verderop ligt. Het is lang niet zo bekend als het postkantoor, maar er zijn veel overeenkomsten. Zo zijn ze allebei gedecoreerd door dezelfde kunstenaar en net als het postkantoor wacht het Anatomiegebouw op een nieuwe bestemming.
[caption id=”attachment_290926” align=”alignnone” width=”1024”] Achterzijde Anatomiegebouw aan de Biltsche Grift (Arjan den Boer)[/caption]
Veeartsenij
Vanaf 1820 werden in Utrecht dierenartsen opgeleid aan de Rijks Veeartsenijschool, gevestigd in een oud landhuis aan de Biltstraat. In de ‘achtertuin’ langs de Biltsche Grift ontstond een honderden meters lang lint van onderwijsgebouwen en stallen, het Veeartsenijterrein. Rond 1920 bouwde Joseph Crouwel de laatste twee gebouwen: het Veterinair Anatomisch Instituut en de Kliniek voor Kleine Huisdieren.
Van 1967 tot 1988 verhuisde de faculteit Diergeneeskunde — zoals de Veeartsenijschool was gaan heten — stapsgewijs naar universiteitscentrum De Uithof. De Veeartsenijgebouwen werden woningen of kregen bestemmingen als restaurant en theater.
[caption id=”attachment_290927” align=”alignnone” width=”1024”] Snijpracticum in de ontleedzaal, ca. 1960 (Universiteitsmuseum Utrecht)[/caption]
Imposant gebouw
Adjunct-Rijksbouwmeester Joseph Crouwel bouwde vooral postkantoren en scholen in de stijl van de Amsterdamse School. Eerder had hij kort voor Berlage gewerkt. Hij ontwierp het Anatomiegebouw in 1921, kort na het hoofdpostkantoor aan de Neude, waarvan de bouw in volle gang was. Het is dus geen wonder dat de gebouwen op elkaar lijken. Van buiten zijn ze massief en donker, van binnen hebben ze een licht hart. Het lijken wel een soort tempels, misschien te verklaren door Crouwels interesse voor de theosofie.
Het Anatomiegebouw is uitgevoerd in gewapend beton en expressief bekleed met baksteen. De imposante ingang wordt geflankeerd door twee halfronde traptorens. Aan de achterzijde biedt een grote ronde uitbouw panoramisch zicht op de Biltsche Grift. Deze ruimte diende als ontleedzaal voor de snijpractica met daarboven het atomisch theater voor de colleges Veterinaire Anatomie.
[caption id=”attachment_290928” align=”alignnone” width=”764”] Hal Anatomiegebouw in volle glorie, 1923 (Het Utrechts Archief)[/caption]
[caption id=”attachment_290929” align=”alignnone” width=”768”] Hal in gebruik als opslag, 2009 (Arjan den Boer)[/caption]
Lichte hal
De grote centrale hal heeft een koepeldak van wit glas-in-lood met een paar kleuraccenten. Het dak heeft in tegenstelling tot het postkantoor geen bakstenen ribben en lijkt daardoor wel één ononderbroken oppervlakte. Toch doet de hal erg aan die op de Neude denken. Oorspronkelijk stonden hier dierskeletten en gipsmodellen tentoongesteld, uiteraard met een educatief doel. In de alkoven achter de bakstenen pijlers — waar in het postkantoor loketten waren — stonden vitrines.
[caption id=”attachment_290930” align=”alignnone” width=”1024”] Vitrines en gipsmodellen, ca. 1950 (Universiteitsmuseum Utrecht)[/caption]
Beestenkoppen
Net als het postkantoor werd het Anatomiegebouw aangekleed met beelden die pasten bij de functie van het gebouw — een kenmerk van de Amsterdamse School. Waar beeldhouwer Hendrik van den Eijnde het postkantoor voorzag van personificaties van de werelddelen die door de post met elkaar verbonden werden, beeldde hij hier natuurlijk dieren uit. Zowel aan de buitenkant als in de hal zijn beestenkoppen te zien, vooral van koeien, schapen en paarden. De trappenhuizen zijn versierd met smeedijzer en abstract glas-in-lood. Buiten prijkt op de top van het gebouw — alleen zichtbaar van een afstandje — een groot gestileerd rijkswapen.
[caption id=”attachment_290931” align=”alignnone” width=”818”] Kop van een ram door Hendrik van den Eijnde (Arjan den Boer)[/caption]
Crouwel werkte nauw samen met Van den Eijnde, de vaste beeldhouwer van de Rijksgebouwendienst. Ze streefden naar een Gesamtkunstwerk. De beelden in het postkantoor kwamen pas gereed ná die in het Anatomiegebouw: omdat het budget was overschreden werd het postkantoor zonder beelden opgeleverd, maar mét ingemetselde blokken hardsteen. Na een inzamelingsactie onder de Utrechters kon Van den Eijnde alsnog aan de slag.
[caption id=”attachment_290932” align=”alignnone” width=”1024”] Buitenzijde traptoren met beestenkoppen (Arjan den Boer)[/caption]
[caption id=”attachment_290933” align=”alignnone” width=”1024”] Trappenhuis met glas-in-lood (Arjan den Boer)[/caption]
Kinderdagverblijf en opslag
In de jaren ‘80 gebruikte de universiteit het Anatomiegebouw als gymzaal. Tegenwoordig is het eigendom van de gemeente Utrecht. Hoewel het monumentale interieur in goede staat is — zo’n 10 jaar geleden nog opgeknapt — wordt het deels aan het oog onttrokken. Op de begane grond, ook in de halfronde uitbouw aan het water, is kinderdagverblijf Sesam van Ludens gevestigd. De oorspronkelijke sfeer is er aangetast door tussenvloeren en systeemplafonds.
De hal en verdieping waren tot afgelopen voorjaar in gebruik als opslag en kantoor van De Utrechtse Spelen, het theatergezelschap dat iets verderop in de Paardenkathedraal speelt. De opslag van theaterspullen in de grote hal ging ten koste van de ruimtebeleving. Het zorgde er ook voor dat het gebouw zelden of nooit te bezichtigen was.
Nieuwe bestemming?
Het is nog onduidelijk welke nieuwe gebruiker het gebouw krijgt. De gemeentelijke Utrechtse Vastgoed Organisatie wil of kan hier nog niets over zeggen. Ik hoop dat het een meer open bestemming krijgt, zodat iedereen eens binnen kan lopen om de hal te bekijken, die trouwens erg geschikt is als expositieruimte.
Het Anatomiegebouw ligt in het beschermde stadsgezicht Utrecht-Oost, maar vreemd genoeg is het gebouw zelf geen monument. Is het door de selectie geglipt? In theorie kan een eigenaar het nu zomaar verminken of afbreken. Hoewel dit gevaar gelukkig niet dreigt is het gebouw zo markant en belangrijk dat het snel een gemeentelijk monument moet worden!
Utrecht staat vol met vergeten gebouwen: markante panden uit een ver of recent verleden waar iedereen zomaar aan voorbij loopt. Rondleider, publicist en monumentenfreak Arjan den Boer vestigt elke maand in tekst en beeld de aandacht op zo’n gebouw. Het liefst kijkt hij er ook binnen.



