Jongeriuscomplex: meer dan alleen de villa

Jongeriuscomplex met oldtimers van de Morris Minor Club
Jongeriuscomplex met oldtimers van de Morris Minor Club foto Arjan den Boer

Villa Jongerius - aan het Merwedekanaal tegenover de Veilinghaven - heeft sinds de restauratie in 2013 veel aandacht gekregen. Het pand is echter onderdeel van een heel complex, in de jaren 30 in Amerikaanse stijl gebouwd door tuinderszoon en autohandelaar Jan Jongerius. Het bestaat naast villa en tuin uit een bijpassend kantoor en diverse bedrijfshallen. In één daarvan zijn nog Morris Minors geassembleerd, voorlopers van de Mini. Decennialang in gebruik geweest bij Defensie, start binnenkort de sloop van de hallen om plaats te maken voor woningen. Enkele elementen blijven bewaard en de restauratie van het ooit imposante kantoor achter de villa begint dit najaar.

Het begin


Jan Jongerius werd in 1888 geboren in een hovenierswoning aan het Merwedekanaal, toen nog gemeente Jutphaas. Na in het hoveniersbedrijf van zijn vader te hebben gewerkt startte hij een eigen groentehandel. Toen in de jaren 20 bedrijfsauto’s hun intrede deden en Texaco zich in de buurt vestigde begon hij met het vervoer van brandstof en de plaatsing van benzinepompen. Vervolgens ontwikkelde Jongerius zich tot Ford-dealer met garages in Utrecht, Amsterdam en Arnhem. Hieraan dankte hij de bijnaam Jan Ford. Rond de tuinderswoning aan de Kanaalweg ontstond bovendien een groot carrosseriebedrijf.

Wellicht na een reis naar de Ford-fabrieken in de VS besloot Jan Jongerius de oude woning en bedrijfspanden te vervangen door een bijzonder complex dat het succes van het bedrijf zou uitstralen. Het resultaat was eigenzinnig en on-Nederlands.

De villa


De villa Bastiaanshof, zoals deze eigenlijk heette naar het oude huis, kwam in 1938 gereed. De veelzijdige Jongerius ontwierp de markante woning zelf. Hij liet zich inspireren door het Nieuwe Bouwen, maar ook door de Amerikaanse architectuur van Frank Lloyd Wright en de Streamline Moderne, een late vorm van Art Deco. In de VS was dit de stijl van alles wat ‘snel’ was: tankstations, garages, treinstations, stadions en bioscopen. Kenmerkend waren afgeronde vormen, lichtgepleisterde muren, platte daken en verticale decoraties. De stroomlijnvorm was gebaseerd op auto’s uit die tijd, zoals de Lincoln Zephyr die Jan Jongerius zelf reed.

Binnen ging het moderne stijlmengsel gepaard met huiselijkheid en katholieke devotie. Jongerius was namelijk zeer actief in de kerk en kreeg zelfs een pauselijke onderscheiding. In de imposante hal (360º panoramafoto) met opvallend frisse kleuren, staat God de Vader dan ook centraal op het daklicht, ontworpen door de katholieke glazenier Willem Mengelberg. Ongebruikelijk genoeg is het Opperwezen omringd met motieven uit de geschiedenis van Jongerius’ bedrijf, van slakroppen tot kraanwagens.

Aan de wanden hingen - en hangen tegenwoordig weer - schilderijen van het echtpaar en de tien kinderen Jongerius, van wie er vier geestelijke werden. Op de verdieping, bereikbaar via een trap van Italiaans marmer, kwam ook nog een heuse huiskapel met altaartje en muurschilderingen van Mengelberg.

Door de bijpassende tuin met witgepleisterde plantenbakken en roodgeschilderde buishekken leidde een lange pergola naar het bedrijfskantoor.

Het kantoor


Hoewel tegenwoordig de villa de blikvanger is, gold dat oorspronkelijk voor het kantoor. Het kwam namelijk enkele jaren voor de villa gereed, in 1936. “Een helder verlicht wit gebouw staat tusschen de zwarte fabrieksgevels langs het Merwedekanaal… den ingang overkapt door een enorme verlichte luifel als ware het de entree van een modern theater,” scheef de krant Het Centrum. Grote rode letters gaven niet alleen de bedrijfsnaam aan, maar op de hoeken ook het woordmerk van Fords V8-motoren.

Binnen waren vier grote ruimtes; showrooms en vergader- en kantoorzalen met houten lambrisering en een zeer moderne inrichting, zoals systeemplafonds en -verlichting. “Het moet een genoegen zijn in zo’n fraaie en toch doelmatige omgeving te werken”, schreef het blad Ford Wereld destijds.

De verdieping is bereikbaar via een marmeren trappenhuis met een enorm raam. Bij het 25-jarig jubileum in 1939 bood het personeel een 60-delig glas-in-loodraam aan, net als in de villa gemaakt door Willem Mengelberg. Het lijkt wel een stripverhaal van leven en werk van Jan Jongerius; we zien tuinderswoningen, benzinepompen, Utrechtse stadsgezichten en exotische reisbestemmingen. Opmerkelijk voor een autobedrijf is het venster met twee NS-stoomlocomotieven. Toen later Defensie het complex gebruikte werd het raam verplaatst naar een nieuw pand, maar het keert binnenkort in volle glorie terug in het gerestaureerde kantoor.

De bedrijfshallen


Ook de constructiehallen die in de jaren 30 en 40 op de voormalige tuindersgrond verrezen hadden een witgepleisterd uiterlijk. Hier werden auto’s geassembleerd en carrosserieën gemaakt voor bedrijfswagens en autobussen, waaronder een tandartswagen. Een plattegrond uit begin jaren 50 geeft een indruk van de ruimtes: montagehal, lasserij, plaatwerkerij, draaierij, smederij en schilderswerkplaats.

In Hal 1 staat een paviljoentje dat dienst deed als portiersloge en verbandkamer. Met z’n afgeronde zijde en smalle stalen kozijnen past het helemaal bij de benzinestation-stijl van villa en kantoor. Deze hal wordt komend najaar gesloopt en momenteel wordt gepoogd dit paviljoentje te behouden, om bijvoorbeeld als kiosk voor ijs, koffie of bloemen terug te keren in de nieuw te ontwikkelen woonwijk. Ik hoop dat dit lukt; hoe meer referenties aan het bijzondere verleden van dit gebied hoe beter!

Morrishal


Een van de laatst gebouwde hallen is de Morrishal uit de jaren 40. Oorspronkelijk bedoeld als houtopslag, dankt deze z’n naam aan de Britse personenauto’s die er van 1950 tot 1953 werden geassembleerd. Jongerius verhuurde de hal toen aan het Amersfoortse bedrijf Molenaar. Per schip arriveerden de ‘bouwpakketten’ voor de auto’s, waarna ze in Utrecht in elkaar werden gezet en naar Amersfoort werden gereden. Per jaar ging het om maar liefst 4.000 auto’s. Van de assemblage is een leuk filmpje bewaard.

In april wordt deze hal als eerste afgebroken. De bijzondere ‘huisgemaakte’ stalen spanten en kolommen worden door de gemeente Utrecht bewaard om een plaats te krijgen in het nieuwe woongebied, bijvoorbeeld als lantaarnpalen, straatmeubilair of speeltoestellen. Zondag 20 maart namen leden van de Morris Minor Club Nederland met hun oldtimers afscheid van de hal, wat zorgde voor een bijzonder foto- en video-moment.

Defensieterrein


Nadat Jan Jongerius in 1941 jong overleed nam zijn jongste broer de leiding over. Na de oorlog kwam het bedrijf in financiële problemen en werd in 1953 failliet verklaard. Het complex kwam vervolgens in handen van Defensie. Decennialang was het Defensiecomplex Overste den Oudenlaan een no-go area. De villa werd, na dienst te hebben gedaan als tandartspraktijk en commandantswoning, gebruikt door de Militaire Inlichtingendienst. In 1999 betrokken krakers het bouwvallige en verlaten pand, en doopten het Villa Staatsgeheim.

In 2001 werd de villa een rijksmonument. Architectuurliefhebbers en leden van de familie Jongerius, gesteund door de gemeente, slaagden er vervolgens in tuin en kantoor ook op de monumentenlijst te krijgen. Zo’n monumenten-ensemble is meestal voorbehouden aan kastelen en landgoederen.

De Stichting Vrienden van het Jongeriuscomplex werd in 2008 eigenaar van de villa en in 2010 kon de grote restauratie beginnen. De stichting verwierf ondertussen ook het kantoor, maar restauratie liet nog op zich wachten. Villa Jongerius wordt sinds 2013 succesvol geëxploiteerd als luxe vergader- en evenementenlocatie. Er zijn ook culturele activiteiten en open dagen. Bijzonder is dat stichting en villa geleid worden door leden van de familie Jongerius, kleinkinderen van de bouwer. Dit leidt tot een grote betrokkenheid en veel gevoel voor de historie.

Toekomst


Met een lening van het Nationaal Restauratie Fonds gaat de restauratie van het kantoor in september 2016 van start. Het witte uiterlijk met rode letters en verlichte torentjes wordt hersteld, net als de imposante glazen entree. In de vier grote ruimtes kunnen vergaderingen, recepties en evenementen voor grotere gezelschappen worden gehouden. In het weekend zal er een grand café met terras voor iedereen toegankelijk zijn — bij voorbaat een trekker voor de nieuwe woonwijk. Blikvanger binnen wordt ongetwijfeld het marmeren trappenhuis met glas-in-loodraam waarvan de 60 panelen momenteel worden gerestaureerd.

Het blijft jammer dat de productiehallen sneuvelen, maar dat is gezien de staat, het oppervlakte en de bouwplannen onvermijdelijk. Gelukkig blijven er enkele onderdelen bewaard die de nieuwe woonwijk karakter zullen geven. Ook heeft de gemeentelijke afdeling Erfgoed de hallen uitgebreid in 360º laten vastleggen.

Na de sloop wordt de grond gesaneerd en moeten zelfs nog bommen onschadelijk worden gemaakt: in 1944 bombardeerden de geallieerden het terrein omdat de Duitsers enkele hallen hadden geconfisqueerd, maar daarbij ontploften niet alle bommen. Het Rijk draagt het gebied in 2017 ‘schoon’ over aan de gemeente, waarna projectontwikkelaar BPD-ASR aan de slag gaat. De 550 woningen zullen rond 2020 gereed zijn.

Ik denk dat het een interessante buurt wordt, aan het water vlak bij het centrum, deel van de Merwedekanaalzone. Een plek met veel referenties aan het verleden en de villa als vlaggenschip. Het is bijzonder leuk dat de familie van Jan Jongerius haar historische stempel op dit gebied zal blijven drukken.