Jarenlang konden urban explorers hun hart ophalen in de verlaten Lubro-bakkerij langs de Vecht, niet ver van de Weerdsluis. Het was uniek, zo’n verlaten gebouw midden in de stad. Nu het omringende woningbouwproject Zijdebalen na jarenlange stilstand weer is opgestart, is het fabriekspand niet meer toegankelijk. Over een paar jaar zal de broodbakkerij uit 1950 — nu nog een merkwaardig betonskelet op een onherbergzame vlakte — onderdak bieden aan creatieve bedrijvigheid, wonen en horeca. En dat precies 300 jaar nadat tsaar Peter de Grote een bezoek bracht aan Zijdebalen, ook toen al een bijzondere combinatie van wonen en werken.
Lubro-gebouw: industrieel erfgoed en wonen op Zijdebalen

Zijdebalen
Het gebied tussen de Zeedijk en Westerdijk in Pijlsweerd dankt z’n naam aan de buitenplaats annex zijdefabriek die er in de 18e eeuw stond. De van oorspong Amsterdamse familie Van Mollem combineerde er het buitenleven aan de Vecht met een fabriek waar zijdedraad werd gesponnen. De twijnmolens werden aangedreven door een waterrad in de Noorderstroom die hier met hoogteverschil in de Vecht uitkwam.
De zaken gingen zo goed dat David van Mollem één van de rijkste tuinen van het land kon aanleggen met lanen, vijvers, priëlen en beeldengroepen. Als een klein Versailles aan de Vecht had Zijdebalen ook een labyrint, orangerie, theater, schelpengrot en hertenverblijf! Het lustoord strekte zich uit tot aan de Daalsedijk.
[caption id=”attachment_362586” align=”alignnone” width=”1024”] Familie van Mollem op Zijdebalen, Nicolaas Verkolje, 1740 (Rijksmuseum)[/caption]
Begin 19e eeuw zakte het zijdebedrijf echter in. David van Mollem had testamentair bepaald dat Zijdebalen dan ontmanteld moest worden. De gebouwen werden gesloopt en in 1816 werd Zijdebalen een tuinderij. Naast de Lubro-fabriek staat nog een overgebleven tuinderswoning uit die tijd.
In de loop van de 19e eeuw vestigden zich meelfabriek de Korenschoof en houthandel Jongeneel aan de Westerstroom, om net als ooit Zijdebalen gebruik te maken van waterkracht, die echter al snel werd ingeruild voor stoom.
Broodfabriek
Begin 20e eeuw kwamen er, met het groeiende inwonertal van de steden, grote industriële bakkerijen. Door vergaande mechanisatie kon met minder personeel meer brood gebakken worden dan in traditionele bakkerijen. De Utrechtse Luxe Brood- en Banketbakkerij (Lubro) werd in 1919 aan de Abel Tasmanstraat in Lombok opgericht door Gerrit Schmidt en twee andere bakkers. Al snel waren er winkels door de hele stad; ook kwamen de Lubro-bestellers met broodkarren aan huis. Lubro werd een begrip waar veel Utrechters nog herinneringen aan hebben.
[caption id=”attachment_362587” align=”alignnone” width=”1024”] De Lubro-fabriek in 1950 met broodkarren op de voorgrond (gelegenheidsuitgave LUBRO, HUA)[/caption]
Kort voor de oorlog leidde ruimtegebrek tot een nieuwbouwplan aan de Hoogenoord 1, naast Jongeneel en de Korenschoof. De bouw kon echter pas in 1948 beginnen. Ontwerper was H.F. Mertens, architect van bankgebouwen en watertorens, die in Utrecht ook tekende voor de Wilhelminakerk aan de Hobbemastraat en de Huishoudschool aan de Laan van Puntenburg. Zijn bouwstijl was verwant aan de Delftse school. Na de oorlog droeg hij veel bij aan de Wederopbouw.
Functionele indeling
Het Lubro-pand bestaat uit een bakstenen kantoorgebouw langs de Vecht met daarachter een betonnen productiehal. De kantoorgevel is strak, met als uitzondering enkele ronde raampjes waarachter zich een fraai trappenhuis bevindt. Op de bovenverdieping was een ‘recreatiezaal’ voor personeel.
[caption id=”attachment_362588” align=”alignnone” width=”1024”] Kantoor van Lubro in 1950 (gelegenheidsuitgave LUBRO, HUA)[/caption]
[caption id=”attachment_362589” align=”alignnone” width=”1024”] Voormalige kantoorruimte in 2015 (Arjan den Boer)[/caption]
De fabriekshal met veel ramen was functioneel ingedeeld in drie verdiepingen. Onder de bijzondere gebogen dakspanten stonden de deegmachines, rijskasten en ovens. Op de begane grond was de expeditie waar de broden over een transportband naar de broodkarren gingen — in de jaren 60 overigens vervangen door elektrokarren. In de kelder waren koelcellen en opslagruimtes.
[caption id=”attachment_362590” align=”alignnone” width=”1024”] De bakkerij op de bovenverdieping in 1950 (gelegenheidsuitgave LUBRO, HUA)[/caption]
Beeld
Bij de opening in 1950 werd naast de ingang op de noordelijke hoek een beeldhouwwerk geplaatst. Het heette toepasselijk De bakker op de hoek of in de volksmond het Lubrobakkertje. Het stelt een bakker voor die op zijn hoorn blaast, wat in voorbije eeuwen ‘s ochtends vroeg aankondigde dat het brood gebakken was.
Het beeld was al in 1944 door het personeel aangeboden bij het 25-jarig bestaan van Lubro, maar kon pas zes jaar later worden geplaatst. De beeldhouwer was Jo Uiterwaal. Hij zou het beeld gemaakt hebben in ruil voor enkele weken brood — een onwaarschijnlijke deal, hooguit door oorlogsschaarste te verklaren.
[caption id=”attachment_362591” align=”alignnone” width=”768”] Beeld ‘De bakker op de hoek’ door Jo Uiterwaal (Arjan den Boer)[/caption]
Uitbreiding en sluiting
In 1957 werd de fabriek uitgebreid met een apart gedeelte voor de banketbakkerij. Tien jaar later volgde een grote rechthoekige meelsilo. Door verdere schaalvergroting in de bakkerijbranch werd Lubro onderdeel van Quality Bakers, in de jaren 90 overgenomen door het Duitse Kamps. Er werden toen nog ruim 30.000 broden per dag gebakken.
In 2004 — 85 jaar na oprichting — werd Lubro het slachtoffer van een reorganisatie. Omdat ook de naastgelegen houthandel Jongeneel vertrok ontstond het plan voor Zijdebalen als woningbouwlocatie, mooi gelegen aan de Vecht en dicht bij het centrum. In 2010 ging de gemeenteraad akkoord met het bestemmingsplan hiervoor.
[caption id=”attachment_362592” align=”alignnone” width=”1024”] De voormalige expeditie op de begane grond in 2015 (Arjan den Boer)[/caption]
Stilstand en herstart
In afwachting van de realisatie van het plan Zijdebalen kregen de Jongeneel-panden een tijdelijk bestemming als Kytopia en Zijdebalen Theater. De Lubro — waarvan latere toevoegingen zoals de silo al waren gesloopt — bleef echter leeg staan, met het nodige verval tot gevolg. Interieurdetails gingen verloren, maar het karkas staat nog stevig overeind.
Na vier jaar stilstand nam in 2014 de combinatie Hurks en Van Wijnen het project Zijdebalen over van de in problemen gekomen vastgoedtak van SNS. Zij gingen voortvarend van start met het bouwrijp maken van het zuidelijke deel, waarbij Kytopia en de Gamma werden gesloopt. De ruim 235 appartementen en enkele ‘herenhuizen’ zijn de afgelopen maand allemaal verkocht of in optie genomen. De bouw gaat nu van start en zal tot eind 2016 duren. Daarna volgt het noordelijke deel.
[caption id=”attachment_362593” align=”alignnone” width=”1024”] Bouwwerkzaamheden Zijdebalen met Lubro op de achtergrond (Arjan den Boer)[/caption]
Herbestemming
Voor het Lubro-gebouw wordt de exacte invulling nog bepaald, maar behoud van het pand met z’n industriële karakter vormt het uitgangspunt. Bouwmarkt Gamma, die wegens de bouwplannen uit het gebied moest vertrekken, wilde graag in de Lubro-fabriek. Financieel kwam men er echter niet uit met de (vorige en huidige) eigenaar.
Een mix van kantoren, creatieve bedrijvigheid, horeca en appartementen wordt waarschijnlijk de invulling van het Lubro-pand. Hiervoor hebben zich al verschillende gegadigden gemeld. Voor de eerste verdieping — de fabriekshal met ronde bogen — denkt de ontwikkelaar aan loft-achtige studiowoningen. Het voormalige kantoor aan de voorzijde ligt het meest voor de hand voor (creatieve) bedrijfsruimtes en de benedenhal (expeditieruimte) wellicht als horeca. In de kelder komt misschien een parkeergarage.
Aan de noord- en westzijde zal de fabriek worden omsloten door een appartementengebouw, aan de noordkant wel met een binnentuin ertussen. De andere twee zijden blijven vrij. Naar verwachting zal dit deel van Zijdebalen, inclusief de herbestemde Lubro-fabriek, in 2017 gerealiseerd worden.
[caption id=”attachment_362594” align=”alignnone” width=”1024”] Het karkas van de Lubro gezien vanaf de Westerdijk (Arjan den Boer)[/caption]
Karakter
Het is mooi dat het Lubro-pand bewaard blijft als herinnering aan het industriële verleden van het gebied; het geeft de nieuwe buurt karakter. Het is daarom ook goed dat het water van de Noorderstroom wordt teruggebracht. Tegelijkertijd gaan er twee dingen verloren: de openheid en de ruwheid. Zowel ten tijde van de buitenplaats als in de tuinbouw- en industrieperiode was het een gebied van grote lijnen en vlakken. Nu komen er veel stadswoningen dicht op elkaar aan smalle straatjes. Ook zal het ongepolijste karakter van de afgelopen jaren plaatsmaken voor de gelikte sfeer van makelaarsfolders.
Utrecht staat vol met vergeten gebouwen: markante panden uit een ver of recent verleden waar iedereen zomaar aan voorbij loopt. Rondleider, publicist en monumentenfreak Arjan den Boer vestigt elke maand in tekst en beeld de aandacht op zo’n gebouw. Het liefst kijkt hij er ook binnen.



