Door de discussie over een nieuwe plek voor de Utrechtse centrale bibliotheek — bijvoorbeeld het postkantoor aan de Neude — zou je haast vergeten dat de bieb ook nu in een prachtig pand zit.
Stadhuisbrug: krijgt de oude V&D z’n allure terug?

Het voormalige warenhuis aan de Stadhuisbrug is op de begane grond opgedeeld in winkels (Broese en Mobach), terwijl een bescheiden ingang naar de bibliotheek op de verdiepingen leidt. Hierdoor is niet meer goed zichtbaar wat voor groots geheel het eigenlijk is. Het gebouw kreeg in 1933 z’n huidige vorm, inclusief nog aanwezige Art Deco-elementen zoals een kleurrijk daklicht. De gemeente — eigenaar van het pand — wil er weer een eenheid van maken, al dan niet als bibliotheek.
Lakenhal
Het gebouw dateert uit 1924 en 1933, maar de geschiedenis begint al in 1850. Toen lieten de Gebroeders Geelen een lakenhal (textielwinkel) bouwen op de plek van de huidige linkervleugel van het pand, richting Choorstraat. Het neoclassisistische gebouw werd ontworpen door Christaan Kramm, architect en kunstschilder die ook tekende voor de rechtbank aan de Hamburgerstraat. Bijzonder vooruitstrevend waren destijds de grote etalageramen.
[caption id=”attachment_335898” align=”alignnone” width=”1024”] De stoffenwinkel, in 1897 getekend door A.E. Grolman (Het Utrechts Archief)[/caption]
Magazijn De Zon
In de 19e eeuw ontstond een nieuw type winkel: het warenhuis, met een groot aanbod, vaste lage prijzen en een luxe shopping experience. Utrecht kende al de nabijgelegen Winkel van Sinkel. In 1897 vestigde Vroom & Dreesmann — toen nog onder de naam Magazijn De Zon — zich in het pand van de stoffenhandel aan de Stadhuisbrug. Het Amsterdamse bedrijf groeide uit tot een landelijke keten waarvan de vestigingen werden gerund door familieleden; in Utrecht was dit Reinhard Dreesmann (1871-1957). De Zon was vooral een manufacturenwinkel: stoffen, (onder)kleding, beddengoed en woningtextiel. Stap voor stap werd het assortiment breder.
[caption id=”attachment_99052” align=”aligncenter” width=”1705”] Vroom & Dreesmann kort na de uitbreiding van 1924 (Het Utrechts Archief)[/caption]
De hoek om
Het pand was al snel te klein voor V&D. Buurpanden werden aangekocht en kleine uitbreidingen gedaan. In 1924 werd het warenhuis verdubbeld, de hoek van de Oudegracht om, tot in totaal 4.000 m². Dit gebeurde in aansluitende neoclassicistische stijl door architect P.J. Houtzagers. Hoewel de constructie van beton was werd de gevel voorzien van natuursteen, pilasters en beelden. De nog aanwezige gevelbeelden van L. Kamman en A. Dresmé stellen Handel & Nijverheid en Zomer & Winter voor.
Binnen werden vitrines en lambrisering afgewerkt met donker eiken en palissander. Dit is nog zichtbaar in het trappenhuis van de bibliotheek, net als de glas-in-loodramen met gemeente- en provinciewapens, gemaakt door A.C. Valstar.
[caption id=”attachment_335900” align=”alignnone” width=”1024”] De lambrisering in het trappenhuis (Arjan den Boer)[/caption]
Winkelpaleis
In 1933 volgde weer een verbouwing; hiermee kreeg het pand z’n definitieve vorm. Architect Jan Kuyt verving het gedeelte uit 1850 door een langgerekte vleugel in de stijl van het Nieuwe Bouwen. Ondanks de afwijkende bouwstijl wist hij van het geheel een eenheid te maken door dezelfde natuursteen en grote etalageruiten te gebruiken. Opvallend modern element was de halfronde erker over de drie verdiepingen met strakke stalen kozijnen.
[caption id=”attachment_335901” align=”alignnone” width=”1024”] De uitbreiding van 1933 met erker (Arjan den Boer)[/caption]
De katholieke Kuyt was de huisarchitect van Vroom & Dreesmann. Naast V&D’s in Amsterdam, Den Haag en Haarlem ontwierp hij ook de tweede Utrechtse vestiging aan de Lange Viestraat, waar nu de Bijenkorf staat.
Geveldecoraties
Het loont — zoals vaak — de moeite omhoog te kijken boven de etalages. Op de gevel van 1933 zijn mooie Art Deco-reliëfs aangebracht van dieren zoals een leeuw, bij, lam, uil en paard. Aan de linkerkant slaat een adelaar zijn vleugels uit boven de letters V&D. Bovenaan de erker prijkt een grote gestileerde vrouwenkop. Maker was Albert Termote, bekend van het beeld van Willibrord op het Janskerkhof. Het was in deze verzuilde tijd geen toeval dat de familie Dreesmann een katholieke kunstenaar de opdracht gaf.
[caption id=”attachment_335902” align=”alignnone” width=”768”] Geveldecoraties door Albert Termote (Arjan den Boer)[/caption]
Vide en lichtkoepel
Belangrijkste interieurwijziging van 1933 was een grote vide die door alle verdiepingen liep en bekroond werd met een kleurrijk achtkantig daklicht. Zowel de abstracte decoraties als de sierlijke combinatie van glas en staal waren voluit Art Deco. De vide bracht licht in het voordien donkere warenhuis. Een vergelijkbare lichtkoepel van Kuyt is nog in de Amersfoortse V&D te zien.
[caption id=”attachment_335903” align=”alignnone” width=”1024”] Detail daklicht (Arjan den Boer)[/caption]
[caption id=”attachment_335904” align=”alignnone” width=”768”] De vide in 2015 (Arjan den Boer)[/caption]
Tearoom en bezorgservice
Met de verbouwing van 1933 ging V&D meer op een hedendaags warenhuis lijken. Naast de eerste zelfbedieningsschappen verscheen er een tearoom. Dat we ons daarbij nog geen La Place moeten voorstellen blijkt uit een advertentie waarin een „beschaafde juffrouw” werd gevraagd om de theesalon te leiden. Vereiste was „algeheele bekendheid van Soda fountain en opmaken van diverse IJscoupes”.
[caption id=”attachment_99058” align=”aligncenter” width=”1600”] Bestelwagens voor de V&D op de Stadhuisbrug, 1933 (coll. René Vallentgoed)[/caption]
In het warenhuis werkten maar liefst 250 mensen. Aan de Massegast was een speciale personeels- en kantoorvleugel, nu deel van de bibliotheek. Daarnaast was er een groot naaiatelier. V&D onderscheidde zich van concurrenten door de bezorgdienst die elke aankoop thuis kon afleveren. Het was maar goed dat de Stadhuisbrug toen nog niet autovrij was.
Bibliotheek en boekhandel
In 1975 verhuisde V&D naar Hoog Catharijne. De gemeente kocht het pand om er de openbare bibliotheek en de muziekbibliotheek onder te brengen, voordien gevestigd aan de Voetiusstraat en Nieuwegracht. Op de begane grond kwamen boekhandel Broese Kemink en designwinkel Mobach. De vide werd daar dichtgemaakt om bibliotheek en winkels te scheiden.
[caption id=”attachment_335906” align=”alignnone” width=”1024”] Bibliotheek met originele vide, 1975 (Het Utrechts Archief)[/caption]
In 1992 kregen bibliotheek en boekhandel een min of meer gezamenlijke ingang aan de Oudegracht. De Mobach-winkel, met de ingang aan de Choorstraat, kreeg nieuwe etalages door Mart van Schijndel. In de jaren 90 werd de bibliotheek intern gemoderniseerd, waarbij helaas de originele vide werd vervangen door een wijde opening met stalen balustrades en dito trap. Wel werd het glas-in-lood van het daklicht gerestaureerd. Ook bleef het trappenhuis met lambrisering en glas-in-lood bewaard. Door de aankleding met onder meer systeemplafonds is de oorspronkelijke sfeer echter verdwenen.
[caption id=”attachment_335907” align=”alignnone” width=”1024”] De bibliotheek is anno 2015 vooral een studieplek (Arjan den Boer)[/caption]
Zonnige toekomst?
Nu de bibliotheek weggaat danwel uitgebreid wordt heeft de gemeente het huurcontract van de winkels opgezegd. Zo kan van het pand — een rijksmonument — weer één geheel gemaakt worden. De winkel van Mobach is al dicht, Broese krijgt gelukkig nog even respijt. De boekwinkel kon in 2013 na het Polare-debacle juist gered worden, tot opluchting van lezend Utrecht.
Ik ben blij dat de eenheid van het pand hersteld wordt, de vide kan dan weer open tot op de begane grond. Het gebouw krijgt zo z’n oorspronkelijke ambiance terug. Wel moet er eerst een oplossing voor Broese zijn. Mijn suggestie: de begane grond van de Neudeflat, nu daar toch geen horeca komt. Voor de bibliotheek is het postkantoor de perfecte plek, omdat het publieke gebouw daarmee weer een publieke bestemming krijgt. Mocht dat echt niet lukken dan kan er iets moois gemaakt worden van het herenigde pand aan de Stadhuisbrug.
Als de bibliotheek wel weggaat zal de gemeente het pand verkopen. Er zijn ideeen voor een kleinschalig winkelcentrum rond de vide met als toepasselijke naam De Zon. Er gaan zelfs geruchten over een Apple Store. Een winkelbestemming is passend gezien de geschiedenis. Behoud en herstel van de historische elementen is daarbij wel een voorwaarde.
Utrecht staat vol met vergeten gebouwen: markante panden uit een ver of recent verleden waar iedereen zomaar aan voorbij loopt. Rondleider, publicist en monumentenfreak Arjan den Boer vestigt elke maand in tekst en beeld de aandacht op zo’n gebouw. Het liefst kijkt hij er ook binnen.



