Straatnieuws boos om optreden Bert van der Roest

Afbeelding

Het optreden van Bert van der Roest afgelopen week bij het televisieprogramma Pauw heeft voor wrevel gezorgd bij de leiding van Straatnieuws. In de uitzending insinueerde Van der Roest dat er een cultuur heerste bij de krant waar meerdere mensen uit de kassa stalen. 

Twee jaar geleden werd bekend dat toenmalig penningmeester van Straatnieuws, Bert van der Roest, tienduizenden euro’s had ontvreemd uit de kassa van de daklozenkrant. Het bedrag dat de rechter schuldig achtte heeft Van der Roest terugbetaald, maar de krant gaat nog een civiele zaak aanspannen vanwege de kosten die ze gemaakt hebben door het handelen van Van der Roest.

Staatnieuws balanceerde door de hele affaire maandenlang op het randje van faillissement totdat ze afgelopen maand uit het niets met een exclusief interview met de paus kwam. “Het toekomstperspectief voor Straatnieuws is veel rooskleuriger dan we enige tijd geleden nog konden vermoeden,” vertelt bestuursvoorzitter van de krant Broos Schnetz.

Pauw

“Helaas blijft een zwarte bladzijde uit de geschiedenis van Straatnieuws ons vooralsnog achtervolgen. Met enige herhaling treedt voormalig penningmeester Bert van der Roest, door de rechter veroordeeld wegens verduistering van Straatnieuws-gelden, naar buiten met telkens weer nieuwe, niet onderbouwde verhalen,” meldt Schnetz. “Bijvoorbeeld over een ‘cultuur’ die zijn wandaden zou moeten rechtvaardigen of relativeren. Of dat er anderen zouden zijn geweest die, net als hij, een onrechtmatige greep uit de kas hebben gedaan.”

De voorzitter ergert zich vooral aan de indianenverhalen die steeds weer opduiken en het gebrek aan echte excuses van Van der Roest. “Wij hebben helaas moeten constateren dat Van der Roest blijft verzuimen om zijn volledige verantwoordelijkheid te aanvaarden en direct excuus aan de verkopers aan te bieden. Dit zorgt voor irritatie, boosheid en onbegrip bij alle betrokkenen van Straatnieuws. Wij hopen dat we deze pijnlijke affaire zo snel mogelijk achter ons kunnen laten.”