Zijn WTC en Stadskantoor als twee verschillende kopjes in een servieskast?

Afbeelding

Het gepresenteerde ontwerp van het toekomstige WTC-gebouw op het Jaarbeursplein zorgde voor veel reacties op Facebook, Twitter en DUIC. Navraag leert dat er niet alleen een discussie gaande is tussen Utrechters onderling, maar ook tussen architecten. “Unieke situatie in Nederland.”

Er bleek veel verdeeldheid te zijn over het nieuwe WTC-gebouw dat gaat verrijzen in het Stationsgebied. Reacties als: “Dit is schrikken”, “Behoorlijk lomp”,  “Waarom zo donker?” en “Het Stadskantoor valt weg” stonden lijnrecht tegenover mensen die zeiden: “Totale verbetering ten opzichte van huidige situatie”, “Jaarbeursplein is al ruim 25 jaar een gedrocht, dus charmeverlies valt wel mee” en “De druiven zijn weer eens zuur bij velen”.

De opmerking dat het Stadskantoor gaat ‘wegvallen’ was voor DUIC mede de reden om de architect van het Stadskantoor, Dirk Jan Postel, te vragen of hij er net zo over dacht. Hij wil er echter niet te veel over kwijt en laat alleen weten: “Ik vind het teleurstellend dat een stedenbouwkundig plan kennelijk ontbreekt, want dit kan toch niemand bedoeld hebben.”

Servieskast met verschillende kopjes


wtc 1“De gebouwen hadden wel wat meer één familie mogen zijn. Het is nu net een servieskast met verschillende kopjes erin.” Jan Bakers, architect uit Utrecht, heeft begrip voor de reactie van zijn collega, maar vindt het wel kinnesinne. “Het perspectief op de impressie lijkt gek en het ziet eruit alsof het Stadskantoor teniet wordt gedaan. Maar dit wordt onderdeel van de Utrechtse skyline, dat moet je van een afstand bekijken en niet uit het perspectief van deze impressie.”

Bakers spreekt uit ervaring. Met zijn bureau Bakers Architecten heeft hij aan een vergelijkbaar project in Amsterdam meegewerkt. Ze ontwierpen het Aitana Hotel op het IJDock. “Daar zijn de gebouwen van een afstand heel prominent in het straatbeeld, als je er tussendoor loopt valt het allemaal niet zo op.”

Hoek weggehaald


“We hebben uiteraard rekening gehouden met het Stadskantoor bij ons ontwerp,” zegt Wouter Thijssen, architect bij MVSA Architecten en medeontwerper van het WTC, over het ontwerp. Hij legt uit wat de keuzes zijn geweest bij het ontwerpproces. “De totstandkoming van het definitieve ontwerp gaat in nauwe samenwerking met de gemeente, het wtc-forum-low-resStedenbouwkundig Atelier, de welstandscommissie en het projectteam. Ten opzichte van het conceptontwerp hebben we zelfs nog aanpassingen gedaan. Aan de noordzijde hebben we één van de hoeken weggehaald om een goed zicht te bieden op het Stadskantoor. Het WTC wordt hoger dan het huidige Leeuwensteijn. Op de impressie ziet dat er misschien wat statisch uit, maar in de realiteit kijk je om het gebouw heen als je het Stadskantoor wil zien.”

Unieke situatie


Momenteel werkt Bakers Architecten mee aan de ontwikkeling van het Utrechtse stationsgebied, in het bijzonder rondom de ontwikkeling van de Rijnkade. Hij kent de plannen voor het gebied dus goed. “Het Stadskantoor is een expressief gebouw dat gezichtsbepalend moet zijn voor het plein. Dat maakt deze situatie uniek in Nederland. Maar ik zal het nog sterker maken: op het Beatrixplein en de van Sijpesteijnkade geven de bestemmingsplannen ook ruimte voor hoogbouw. Er kan hierdoor een soort ‘downtown-cultuur’ ontstaan, maar aan een dergelijk idee zijn we volgens mij nog niet gewend in Utrecht. Ik denk dat al het bouwen nog even pijn gaat doen, maar dat het er over een aantal jaar prachtig uit gaat zien.”

Pijler in een rivier


wtc-entree-low-resCruciaal bij het ontwerp was om rekening te houden met alle reizigersstromen. Thijssen: “Je maakt een gebouw dat midden tussen kantoren, het station, de Jaarbeurs, een enorme fietsenstalling, trams, bussen en P&R komt te staan. Er moet dus een goede aanhechting zijn met de drukke omgeving. We hebben daarom besloten om voor een groot deel het gebouw transparant te maken. De onderste vier lagen zijn transparant en biedt de ruimte voor retail, een grand café en horeca. Om dit goed te laten uitkomen hebben we gekozen voor vloeiende architectuur. Het gebouw moet als een ‘pijler in een rivier’ zijn met ronde hoeken.”