Het ware leven in de binnenstad speelt zich volgens Marc Nolden af in de ruim acht kilometer aan stegen die Utrecht heeft. “Hier wordt gehuild, gelachen, voor het eerst gekust, gedeald en er wordt gewoond.” Uit fascinatie heeft de Utrechtse landschapsarchitect alle 250 stegen in kaart gebracht. Hij ziet namelijk grote kansen voor deze ‘krochten van de stad’.
Wat doen we met de 250 stegen in de Utrechtse binnenstad?

Nolden dwaalde steeds vaker af van de gebaande paden in de binnenstad. Utrecht heeft een van de grootste en rijkste netwerken van stegen, hoven, poorten en gangen. “Ik kreeg een fascinatie voor deze mooie, vreemde, gekke en soms ook afschrikwekkende stegen.” Op de momenten dat hij niet aan het werk was, sloeg hij steeds vaker af om zo veel mogelijk stegen te bezoeken.
Veel Utrechters kennen de bekende Zakkendragerssteeg en de Zwaansteeg doet bij menig inwoner ook nog wel een belletje rinkelen, maar er zijn nog veel meer bijzondere stegen. “Normale straten zijn gereguleerde openbare ruimtes, maar stegen zijn niet zo normaal. Het zijn spannende plekken, tussen publiek en privaat in, die heel intiem kunnen zijn. Als je stegen doorloopt kom je in een andere wereld terecht: stil en vaak verrassend groen. Soms wonen er mensen, of is er een prachtige binnentuin te vinden. Er schuilt een heel netwerk van stegen achter de grote straten. Langs de grachten en op de straten verplaatsen mensen zich, maar in die stegen lijkt het ware leven zich af te spelen.”
Nieuwsgierigheid
Zijn eigen nieuwsgierigheid en kennis als architect zorgde ervoor dat hij binnen een aantal maanden ongeveer honderd stegen had bezocht en gefotografeerd. “Dat is al een enorm aantal maar ik wist dat ik nog iets alles had gezien en wilde dit nog groter aanpakken.”
Tekst gaat verder onder afbeelding
[caption id=”attachment_328737” align=”aligncenter” width=”2000”] Gezicht op de Zakkendragerssteeg[/caption]
Nolden besloot om het hele netwerk in de Utrechtse binnenstad in kaart te brengen, hij schreef een projectplan en kreeg financiële steun van het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie. “We zijn met omgevingsvisies bezig voor de toekomst van de binnenstad, maar de fijnmazige structuren van de stegen zag ik nergens terugkomen. Er hangen grote opgaven boven de stad, zoals klimaatadaptatie, bereikbaarheid en biodiversiteit. We hebben het wel over het uitgraven van de singel en groene daken maar we moeten ook kijken naar hetgeen we al hebben in de stad. Die stegen vormen de haarvaten van de stad en bieden een enorme rijkdom.”
Hij vond in het begin van zijn zoektocht al een voorganger. In de jaren tachtig was er een dienstweigeraar die namens de gemeente Utrecht een Stegenrapport had gemaakt. “In 1988 verscheen dit rapport en was daarmee ook de laatste inventarisatie die er was gedaan. Daarna is er niks meer gebeurd omtrent de stegen, maar het was voor mij een mooi startpunt en een leidraad om na de eerste honderd stegen ook de rest te bezoeken.”
Afgesloten stegen
Nolden is tot een totaal van 250 stegen, gangen, poorten en sloppen gekomen. Het is een netwerk in de stad waar veel Utrechters weleens wat van gezien hebben, maar waar geen specifiek beleid voor is of een alomvattend plan. “Opvallend is dat ruim de helft van die 250 plekken afgesloten zijn. Op allerlei manieren kunnen bezoekers geweerd worden, met deuren, schuttingen, hekken en tralies. Uit het rapport van 1988 bleek al dat het aantal afgesloten stegen fors was, maar er sindsdien niet veel veranderd. Een gelijk aantal is echter geen goede score, want in 1988 werd al alarm geslagen over de vele stegen - vaak gewoon openbaar gebied - waar Utrechters niet konden komen. Ook kampen veel stegen met slecht onderhoud en een slecht imago. Veel mensen vinden het wat schimmige plekken. En daar wil ik juist wat aan doen.”
Voor zijn onderzoek heeft Nolden alle stegen bezocht en gefotografeerd. Een flinke klus die hem naar de ‘krochten van Utrecht’ bracht. “Ik kwam op plekken waarvan ik het bestaan niet wist. Soms stond ik voor een dichte deur, terwijl ik wist dat er een steeg moest zijn, en besloot ik vaak voor de deur te wachten, totdat een bewoner met een sleutel kwam aanlopen, en ik al pratend een Middeleeuwse steeg binnenliep. Maar ook bij open stegen kreeg ik regelmatig de vraag wat ik kwam doen. Dat komt doordat veel omwonenden de stegen als onderdeel van hun leefomgeving zien, en terecht. Het zijn intieme plekken midden in de drukte van het centrum waar het rustig kan zijn. Niet altijd plekken waar vaak voorbijgangers te vinden zijn.”
Tekst gaat verder onder afbeelding
[caption id=”attachment_328738” align=”aligncenter” width=”2000”] De Reguliersteeg tussen de Oudegracht en de Lange Nieuwstraat[/caption]
Met het hebben van zo’n netwerk aan stegen heeft Utrecht goud in handen, meent Nolden. Het is volgens hem een geschenk, én een opdracht. Nu worden de stegen in Utrecht soms al geroemd. Bij de VVV is er een speciale rondleiding. Het toeristenbureau omschrijft: “Een stadswandeling door de stegen van Utrecht biedt een bijzondere kijk op het verleden […] Sommige stegen zijn authentiek of behouden. Niet alle stegen zijn even uitnodigend, daarom is er een lichtverhaal gemaakt aan de hand van drie thema’s voor elke steeg: doorzicht door de steeg, geschiedenis van de steeg, kleur, ruimte en architectuur.”
Ook de bekende Zeven Steegjes, de laatste volksbuurt in de binnenstad, is beroemd. Maar Nolden wil graag een stap verder: “De stegen leggen de ziel en de identiteit van de stad bloot. Maar ik wil vooral kijken naar wat die wereld achter de straten kan betekenen voor de grote stedelijke opgaven. Het is nu nog een type stedelijke ruimte waar geen grip op is, en waar ik graag een visie of een handboek voor maak. We staan voor grote uitdagingen als verdichting, klimaatadaptatie en het vergroten van de biodiversiteit. We moeten daarvoor ook het stegennetwerk tegen het licht houden.”
Steeg van de toekomst
Nolden: “Ik richt me op twee vragen: op de toekomst van de stegen, én de (ideale) steeg van de toekomst. In Utrecht hebben we zo’n acht kilometer aan stegen. Dat is vanaf de Domtoren naar de Utrecht Science Park en weer terug. Qua oppervlakte 2,5 hectare, wat gelijk staat aan vier keer het Vredenburgplein. Al die stegen zijn anders en zullen in de toekomst ook niet voor hetzelfde gebruikt moeten worden. Ik snap ook dat bewoners rondom stegen hier een belangrijk aandeel in hebben. Maar op basis van mijn inventarisatie zie ik tien typen stegen, die allemaal een eigen karakter en dus een eigen invulling of functie zouden kunnen krijgen. Los van een beter beheerniveau en het beter zichtbaar maken van de stegen, door dichte deuren te vervangen door mooie parkhekken, kunnen ze ook echt een doel dienen bij de grote opgaves.”
Zo ziet Nolden de kans om het netwerk meer te gebruiken als looproutes: “We hebben de potentie van een prachtig netwerk, dat kunnen we benutten door verbindingen aan te leggen. Kijk naar steden in Zuid-Europa of in Marrakesh. Ik zeg niet dat we in alle stegen moeten kunnen fietsen maar we moeten er wel over nadenken hoe ze kunnen bijdragen aan het bewegen in de stad.”
Een andere functie is het versterken van de biodiversiteit: “Stel dat we 70 procent van de ruimte in de stegen radicaal kunnen vergroenen. Dat zou enorm bijdragen. We kunnen klimgroen planten op alle blinde muren of de ingangen van de stegen vergroenen. Dat zal een enorme impuls voor de stad zijn. Aanvullend kunnen we de stegen gebruiken om het water dat op de daken valt naar de grond toe te leiden.”
Met tien types zijn er nog tal van mogelijkheden: “Plekken voor sport en kunst bijvoorbeeld. Maar ook heel belangrijk, de bouwopgave. Als we alleen al op de kopse kant van de stegen compacte woningen kunnen bouwen krijgen we er zo honderden bijzondere woningen bij. De woningen overkluizen dan de stegen, waardoor het gangen worden, zoals dat in de geschiedenis ook veel is gebeurd. Zo kunnen de stegen blijven bestaan maar kunnen er toch woningen gebouwd worden.”
De romantische stegen waar het middeleeuwse maar ook het hedendaagse Utrecht te zien is, bieden veel kansen. Het onderzoek, dat Nolden aan het afronden is in de vorm van een catalogus, slaat aan. Na een kort bericht op sociale media kreeg hij tal van uitnodigingen van partijen betrokken bij de ontwikkeling van de stad. Ook de gemeente is geïnteresseerd in de mogelijkheden die de stegen bieden en is in gesprek met Nolden. “Het is een soort ruimte waar we nog weinig mee doen. De zoektocht die ik nu aan het maken ben, en het samenbrengen van al die stegen en verschillende types, biedt een handvat voor toekomstige plannen voor de bestaande stegen en nieuwe wijken.”
Vijf bijzondere stegen door Marc Nolden
De Koningspoort
Een prachtige steeg met steunboog aan de Oudegracht, recht tegenover Nijntje Pleintje. Kans is groot dat je hier al honderd keer langs bent gefietst. Duik terug in de tijd en betreed een nauwe kloof met oude muren en overhangend groen, en je komt uit in het recentelijk opgeknapte Oranjehof - een groene oase in Wijk C.
De Hartsteeg
Een prachtige maar afgesloten steeg tussen de Loeff Berchmakerstraat (ter hoogte van #22) en de Oudegracht. De steeg biedt een loepzuivere zichtlijn op de Sint Augustinuskerk, maar het lelijke stalen hek met punten, en de vele geparkeerde fietsen aan de zijde van de Loeff, maken de steeg tot een gribus. Aan de Oudegracht zit misschien wel het smalste deurtje van Utrecht. Ik zou graag met de eigenaar in contact komen.
De Tweede Achterstraat
Officieel een straatje dat ooit pal achter de stadsmuur lag, vandaar de naam. Nu een achterom en aan beide zijden bebouwd. Er zijn er drie. De tweede is het mooiste, en het ook langst (125 meter), een van de langste in Utrecht. Een intieme wereld van achterkanten, tuindeuren en schuttingen, met overhangend groen en spontane natuur. Hier ben je te gast, je gaat er van fluisteren.
De Begijnensteeg
Tussen de Breedstraat en de Voorstaat . Misschien wel de lelijkste en slechtst onderhouden steeg van Utrecht. Veel graffiti, afzuiginstallaties, airco’s, veel fietsparkeren en geregeld vuilcontainers op de hoek van de Breedstraat. Maar misschien om die reden ook wel mooi in zijn soort. Hier kun je een film opnemen. Vreemd detail: de Smalle Begijnesteeg, even verderop, bij de Village, is breder en mooier.
De Abraham Dolesteeg
Tussen Oudegracht en Lange Nieuwstraat. Een parel. Moet altijd zo blijven. Je laat de drukte van de Oudegracht achter je. Het is er krap en koel, met prachtige oude muren links en rechts, en halverwege een oud roestig hek dat vaak op een kier staat en toegang geeft tot een weelderig groen hof met dezelfde naam, waar een reusachtige plataan je aanstaart. Aan de Lange Nieuwstraat is de entree simpel, gewoon een kier tussen twee panden, maar in de namiddag kan de zon hier betoverend mooi zijn licht door de steeg werpen.



