Artificiële intelligentie gaat helpen op de spoedeisende hulp in St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht

Foto: Bram van Toor
Foto: Bram van Toor

Op de spoedeisende hulp van het St. Antonius Ziekenhuis in Utrecht wordt sinds begin deze maand gebruikgemaakt van artificiële intelligentie (AI). Dit systeem voorspelt of patiënten moeten worden opgenomen of weer naar huis kunnen, waardoor de artsen, assistenten en verpleegkundigen meer tijd hebben en het bed sneller vrijkomt.

Een team van datawetenschappers heeft samen met de mensen van de spoedeisende hulp van het St. Antonius het algoritme van het systeem ontwikkeld. Er wordt onder meer gekeken naar de leeftijd, bloedwaarden, hartslag en hoofdklachten van de patiënt om te voorspellen wie moet worden opgenomen en wie naar huis mag. “Voor elke patiënt berekent het algoritme elke 5 minuten opnieuw de kans op opname of ontslag en past de verwachting aan als nieuwe uitslagen daar aanleiding toe geven”, schrijft het St. Antonius.

De artsen van de spoedeisende hulp krijgen alle adviezen op een rij gepresenteerd, waardoor zij sneller kunnen bepalen wat de beste vervolgstap voor de patiënt is. “AI gaat ons helpen om het verblijf van patiënten op de SEH te verkorten”, zegt Marleen Vreeburg, arts op de spoedeisende hulp.

Advies

Zodra het algoritme namelijk vermoedt dat een patiënt moet worden opgenomen, kan de spoed-coördinator alvast beginnen met het regelen van een bed in het ziekenhuis. Vreeburg: “Dit gebeurt terwijl we op de spoedeisende hulp nog bezig zijn met onderzoeken en/of wachten op de laatste uitslagen. Hierdoor hoeft de patiënt minder lang op de spoedeisende hulp te wachten en hebben we meer tijd voor de patiënt omdat het algoritme al veel van het regelwerk voor ons heeft voorbereid. Ook is er sneller weer een bed beschikbaar voor een volgende patiënt.”

Vreeburg benadrukt tot slot dat het systeem slechts advies geeft en dus nooit bepaalt of iemand moet worden opgenomen of niet. “Die beslissing blijft nog altijd in handen van de behandelend arts.” Het systeem wordt om de maand gebruikt zodat het ziekenhuis de verschillen kan vergelijken.