In 1877 werd er een politiepost opgetrokken aan de Maliesingel. Het sierlijke maar kleine gebouwtje was van hout en leek op een kiosk. Dit Hulpbureau van Politie werd toegevoegd aan de vier bestaande, onder meer vanwege de ‘drukte’ rond het Maliebaanstation dat enkele jaren eerder was geopend. De politiepost kwam dan ook bij de Maliebrug, waar reizigers de singel overstaken naar het station. De agenten konden hier ook de mensen in de gaten houden die de stad in gingen. In 1900 zou er een nieuw stenen gebouwtje verrijzen, dat nog eindigde als theehuis.
Verdwenen politie- en brandweerposten: Hulpbureau bij de Maliebrug

Afgaand op krantenberichten hielden de agenten aan de Maliesingel zich bezig met kleine zaken zoals ongevallen en dronkenschappen. De politiepost was ook voorzien van een dreg voor drenkelingen in de singel. In de winter van 1880 stond in een ingezonden brief in de krant ‘dat het wenschelijk zou zijn aan het hulpbureau van politie bij de Maliebrug een kistje tot redding van drenkelingen te plaatsen, daar het ijsvermaak aldaar zeer druk is.’ Er waren verschillende schaatsers door het ijs gezakt en op het nippertje gered.
Politieagenten en omstanders zouden ‘door de aanwezigheid van zulk een kistje zeker spoedig op den inval gekomen zijn, om de in gevaar verkeerenden daarmede te hulp te snellen, daar het nu wel wat laat was voor dat zij met een dregge toesnelden.’ De briefschrijver besloot met: ‘Het ware ook wenschelijk dat de politie ter tijde van schaatsenrijden op zulke plaatsen ruimer ware vertegenwoordigd, om te voorkomen dat baldadige jongens hun eigen leven zoowel als dat hunner redders in de waagschaal stelden.’
Klein villaatje
De houten politiepost was erg klein en daarom besloot de gemeente in 1900 een nieuw stenen hulpbureau te bouwen. Dat kwam kennelijk op een iets anders plaats te staan, want de eigenaren van de grond tussen de Johan van Oldenbarneveltlaan en de Johan de Wittstraat, waar op dat moment huizen werden gebouwd, stuurden een verzoek om de politiepost niet vlak bij hun grond te plaatsen. Een gemeenteraadslid stelde daarom voor het nieuw hulpbureau op het Lepelenburg te zetten, maar dat werd afgewezen. De grondeigenaren kregen het gebouwtje toch vlak voor hun deuren, met de Maliesingel ertussen.
Het eerste ontwerp voor het stenen hulpbureau door gemeente-architect Ferdinand Jacob Nieuwenhuis was eenvoudig, deels met plat dak. De gemeenteraad deed daarom ‘de uitnoodiging’ om met een meer aangekleed tweede ontwerp te komen, dat werd uitgevoerd. Dit gebouw leek op een klein villaatje in chaletstijl, met overhangende daken en een boog met dubbele zuilen rond de entree. Het had meer de allure die paste bij de Maliebaan en omgeving. Binnen was de grootste ruimte het wachtlokaal, aangevuld met berghokken en een kamer voor een brancard (wellicht lagen hier ook tijdelijk gewonden of overledenen).
De oude houten politiekiosk van de Maliesingel werd in 1900 niet gesloopt. Het bouwsel zou dat najaar verplaatst worden naar de Amsterdamsestraatweg, ‘zoo dat ook dit stadsgedeelte weldra een nieuwen politiepost rijker zal zijn’. De post kwam te staan op het pleintje op de hoek met de 1e Daalsedijk en Boorstraat. Later stond daar nog een (moderne) bloemenkiosk, tegenwoordig is er een groenperkje.
Theehuis en kanostation
Rond 1930 verloor de politiepost Maliebrug z’n functie door de bouw van het grotere politiebureau Tolsteeg (tegenwoordig Louis Hartlooper Complex). Dat nam de rol van meerdere hulpbureaus over. In combinatie met het nieuwe hoofdbureau Paardenveld werd de Utrechtse politie meer gecentraliseerd. Het gebouwtje aan de Maliesingel bleef voorlopig staan. In 1935 volgde het bericht: ‘Vroeger politiebureau - Thans café!’. Bij een foto in het blad Utrecht in Woord en Beeld stond: ‘De politiepost aan de Maliebrug te Utrecht, die reeds geruimen tijd had leeg gestaan, in verband met een concentratie van de posten in de stad, is thans aan een ondernemend Utrechtenaar verhuurd als theeschenkerij. Waar eertijds de boosdoeners uit het Sticht tot de orde werden geroepen, kan men zich nu aan een smakelijk bakje laven.’
De naam luidde Theehuis de Maliepost en er was ook een klein terras bij. De ondernemer aan wie de gemeente het gebouw verhuurde was Cornelis van Leeuwen, die adverteerde met ‘Gelegen aan de schoone Maliesingel. Comfortabel ingericht. Alcoholvrije buffetten.’ Hij liet ook ‘Kanostation’ achter de naam zetten. Het Utrechtsch Nieuwsblad oordeelde: ‘Voor een dergelijke inrichting is dit gebouwtje een schitterende gelegenheid, temeer daar het gelegen is aan den Maliesingel en dus bijzonder geschikt voor canosport.’
De eerste bezettingsjaren bleef de theeschenkerij nog open, maar in de zomer van 1943 vertrok de familie Van Leeuwen — die ook in de politiepost woonde! — naar de Boomstraat. In mei van het volgende jaar werd het gebouwtje gesloopt. De historische vereniging Oud-Utrecht schreef in het Jaarboek 1944: ‘Verdwenen is ook de politiepost aan den Maliesingel, bij de Maliebrug, ongeveer tegenover het Maliebaanstation. De gereproduceerde foto [die ook bovenaan deze pagina staat] is van ouden datum en het uniform van de "tuten", om dit goedmoedige, inheemsch-utrechtsche woord eens te gebruiken, kent de jongste generatie niet eens meer, maar het gebouwtje is tot zijn laatsten dag hetzelfde gebleven.’



