Wie dierenarts wil worden in Nederland, komt onvermijdelijk in Utrecht terecht. Al sinds 1821 is de faculteit Diergeneeskunde de enige plek waar het vak wordt onderwezen – en daarmee de bakermat van alle dierenartsen in Nederland. Op zaterdag 2 mei openen studenten hun wereld voor het publiek tijdens het DOE (Diergeneeskunde Outdoor Event). Om een beeld te krijgen van wie er achter de witte jassen schuilgaan, lopen we een middag mee met studenten Laura Bokma en Dirk Hoogstraten.
Laura en Dirk over studeren aan de enige dierenartsenopleiding van Nederland: ‘Iedereen hier wordt later je collega’

Laura komt gehaast binnenlopen, haar jas half open en telefoon nog in haar hand. “Sorry dat ik wat later ben, ik moest even meekijken met een kat die net is gereanimeerd,” zegt ze, alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Voor haar is dat het misschien ook wel. Familie en vriendinnen weten haar inmiddels goed te vinden: als er iets is met een huisdier, bellen ze Laura.
We spreken Laura en Dirk al lopend, dwars door hun dagelijkse omgeving. Ze nemen ons mee langs studiezalen vol opgezette dieren, potten met organen en skeletten, en langs de kamers van studieverenigingen richting de Tolakker, de biologische onderwijsboerderij van de faculteit.
Een studie die alles vraagt
“Je kan deze opleiding alleen afmaken als je echt passie hebt voor dieren,” zegt Laura. “Het is zo intensief. Zonder passie hou je het niet vol.”
Die passie begint vaak al vroeg. Laura wist het – “zoals het cliché” – al van jongs af aan. Elk dier wilde ze helpen, van honden tot insecten. Dirk herkent die liefde voor dieren, al kwam hij er later achter dat dit zijn plek was.
Studenten zijn vaak vijf, maar soms ook zes of zeven dagen per week op de faculteit te vinden. In de master draaien ze mee in de kliniek, met vroege ochtenden en nacht- en weekenddiensten. “Lange dagen, korte nachten,” zegt Laura.
En het werk is confronterend. Studenten maken euthanasie mee, lopen mee in slachthuizen en verzorgen ernstig zieke dieren. “Dat kun je niet altijd met mensen buiten de studie bespreken,” zegt Laura. “Daar heb je elkaar voor nodig.”
Hechte gemeenschap
Die onderlinge band is misschien wel het belangrijkste kenmerk van de diergeneeskundestudent. Niet omdat ze allemaal hetzelfde zijn, maar omdat ze op elkaar aangewezen zijn.
“Je zit hier eigenlijk 24/7,” zegt Laura. “We studeren samen, doen leuke dingen samen, en de moeilijke dingen ook.” Met zo’n 225 studenten die per jaar aan de studie beginnen is het een relatief kleine wereld. Vriendschappen groeien snel, en relaties ook. Dierenarts-koppels zijn eerder regel dan uitzondering. “Iedereen die hier zit, wordt later collega,” zegt Laura.
Clubjes, verenigingen en… 240 evenementen
Die onderlinge band krijgt vorm in een opvallend actief verenigingsleven. Achter de studiezalen en collegebanken bevinden zich verschillende verenigingskamers die volhangen met vlaggen van oude besturen. Het is vrijdagmiddag: ergens wordt al aan de tap gedraaid. Verderop staan koffers; een commissie vertrekt binnenkort met een bus vol studenten naar het buitenland.
Samen organiseren die clubs zo’n 240 activiteiten per jaar: van borrels en gala’s tot lezingen en excursies.
“Voor elk interessegebied is er wel een club,” zegt Dirk. Van veefokkers tot paardenliefhebbers, van zangvereniging tot de enige facultaire rugby club van Nederland. “Je hebt echt voor iedereen een plek.”
Maar die ruimte staat onder druk. Nieuwe regels vanuit de universiteit brengen het aantal activiteiten dat buiten kantoortijd in de universiteitsgebouwen georganiseerd kan worden terug naar 120 en uiteindelijk zelfs 60 per jaar. Volgens de universiteit heeft dat te maken met bezuinigingen, veiligheid en het gelijktrekken van regels.
Het zorgt voor opgetrokken wenkbrauwen bij studenten. “Het betekent gewoon minder samenhorigheid,” zegt Laura. “En juist dat heb je nodig om deze studie vol te houden.”
Dirk knikt. “Je leert hier mensen kennen buiten je eigen groep. Dat helpt enorm.” Volgens hem zit daar ook een belangrijk deel van de ontwikkeling. “Je komt hier binnen en bent soms nog een beetje… ja, puberaal onzeker. En hier leer je opener te zijn.”
Studeren tussen de dieren
We lopen verder richting de Tolakker. Laura wijst ons op een rups op het pad. “Pas op, je staat er bijna op,” zegt ze, waarna ze het beestje voorzichtig aan de kant zet.
Op de boerderij staan koeien, schapen en varkens. Studenten leren hier de basis: melken, verzorgen en observeren. Laura vertelt over haar eerste keer een lam helpen geboren worden. “Dan heb je echt het gevoel dat je iets betekent.”
Dirk herinnert zich een vroeg geboren veulen dat dankzij dagenlange zorg van studenten overleefde. “Dat je daar echt aan bijdraagt, dat is bijzonder.”
DOE
Nu zijn de studenten druk met het DOE-event, waar maanden voorbereiding in zitten.
Op zaterdag 2 mei verandert de onderwijsboerderij de Tolakker in een soort festivalterrein. Verspreid over de weilanden staan kraampjes, workshops en demonstraties. Bezoekers kunnen zien hoe een schaap wordt geschoren, meelopen met rondleidingen over de boerderij en door de klinieken, en ontdekken wat er allemaal komt kijken bij het werk van een dierenarts. Dit jaar staat het evenement onder meer in het teken van de kloof tussen stad en platteland: van dierenwelzijn tot de toekomst van landbouw en voeding.
Toegang tot het evenement is gratis. Meer informatie: https://diergeneeskundeoutdoorevent.nl/



