De tienduizenden bijen van imker Mark op Koningshof: ‘Dit is de drukste periode van het jaar’

Een van de ramen uit de bijenkast
Een van de ramen uit de bijenkast Bo Steehouwer

Is het bord met daarop ‘Koningshof’ je weleens opgevallen langs de Koningsweg? Op dit terrein aan de rand van de stad zijn onder meer moestuinen, kassen en een pluktuin te vinden, maar ook de bijenkasten van imker Mark Koren. Zijn tienduizenden bijen vliegen daar al jaren rond. De komende tijd komen daar flink wat bijen bij.

In zijn witte imkerpak en met een zogenoemde beroker in zijn hand maakt Mark een van zijn bijenkasten open. Daarin heeft hij wat tabak en wat takjes die hij rondom het houten schuurtje vond aangestoken. Van de rook worden de bijen rustig, legt Mark uit. Dit is zijn zesde jaar als hobby-imker op het terrein van Koningshof.

Hij heeft drie bijenvolken: twee grote en een kleine. De grootste bestaan op dit moment elk uit ongeveer 40.000 bijen, maar dat worden er 50.000 of zelfs 60.000. “De koningin legt nu 1000 eitjes per dag”, zegt Mark. Voor die duizenden eitjes hoefde ze maar één keer te paren. “Daarna bewaart ze de rest van het sperma. Dat doet ze in een speciaal zakje in haar lichaam: het zaadblaasje. Daarmee kan ze haar hele leven haar eitjes zelf bevruchten.”

Tekst gaat verder onder de foto’s

<p>Mark bij zijn houten schuurtje waar de bijenkasten in staan</p>
Mark bij zijn houten schuurtje waar de bijenkasten in staan (Bo Steehouwer)

De enige taak van de koningin is eitjes leggen. “De andere bijen, allemaal vrouwtjes, doen de rest. Het zijn haar hofdames als het ware.” Zij voeden bijvoorbeeld de larven, maken de kolonie schoon en bouwen honingraten. “Ook geven de koningin te eten en voeren haar poep af.”

De bloemen staan volop in bloei en het is niet te koud. Perfecte omstandigheden voor de bijen. “Er is nu altijd een deel buiten aan het vliegen”, zegt Mark. Ze verzamelen stuifmeel. Dat hebben ze onder andere nodig om de larven mee te voeden. “Er zitten veel eiwitten in.” Mooi meegenomen is dat de bijen tijdens hun verzameltocht tegelijk zorgen voor de bestuiving van planten. Zo kunnen vruchten en zaden ontstaan.

De bijen van Mark
De bijen van Mark (Bo Steehouwer)

Verzegelde celletjes

“Van het voorjaar tot de vroege zomer is het de drukste periode van het jaar”, zegt Mark. “Dan hebben de bijen mij het meest nodig. Ik ben hier drie tot vier keer per maand te vinden. In september legt de koningin haar laatste eieren. Als het kouder dan twaalf graden is buiten gaan de bijen sowieso naar binnen.”

Mark houdt zijn bijenkasten goed in de gaten. Hebben de bijen al een nieuw houten raam nodig om honingraat in te bouwen? Of misschien al een extra verdieping? Hij pakt een van de ramen en vertelt: de donkere delen zijn oude honing. De lichtere gele delen zijn nieuw. “Als een celletje verzegeld is met was, zit er honing achter.” Hij wijst de koningin aan. Ze is een stuk groter dan de andere bijen. “De koningin steekt als enige niet.”

Honing als huur

In de bovenste verdieping van de houten bijenkasten zit de honingkamer. Door een speciaal rooster kan de koningin daar niet komen. Zo kan Mark de honing oogsten zonder dat er eitjes of larven in zitten. Dat oogsten doet Mark altijd samen met zijn vader. Ook hij is imker: inmiddels al 40 of 50 jaar, schat Mark.

“Met speciale kammetjes schrapen we de verzegelde cellen van de honingraat open. Vervolgens doen we ze in een handcentrifuge en zo halen we de honing eruit. Alles plakt dan wel na afloop.” Meestal kan Mark rekenen op zeker tien kilo honing per oogst, maar zijn twee grote bijenvolken kunnen ook goed zijn voor twintig kilo.

Mark maakt een van zijn bijenkasten open
Mark maakt een van zijn bijenkasten open (Bo Steehouwer)

Wat doet Mark vervolgens met de honing? “De helft is voor de Koningshof. Dat is mijn huur. Die honing is te koop in het winkeltje hier. De andere helft is voor mezelf.” De oogst deelt Mark ook met zijn bijen. Die hebben ook honing nodig om te overwinteren. Ze eten de honing op. Het is een energiebron om de temperatuur binnen op peil te houden. “Ze zorgen ervoor dat het daar altijd 32 graden is.”

Twintig jaar

Zelf is Mark nu zo’n twintig jaar hobby-imker. Hij heeft zich nog nooit verveeld. “Geen jaar of dag is hetzelfde. Er is altijd wel iets. Het is een groep levende dieren. Ze vullen geen kaart in om te laten weten hoe het met ze gaat. De ene dag kan ik zo het hok in wandelen, de andere dag steekt er meteen een in mijn nek.”

Soms gebeuren er dingen waar Mark geen verklaring voor kan vinden. Dan vraagt hij zijn vader soms om advies. “Ik heb weleens een koningin gehad, maar er waren geen eitjes of larven. Soms gaan de bijen te vroeg of te laat zwermen. Voor alles is een reden.” Zelf volgde hij een cursus bij Bijenvereniging Nederland. Die raadt hij beginnende imkers aan. “Het is belangrijk om de dieren goed te behandelen. Zo voorkom je agressieve bijen.”

Mark controleert een van de ramen
Mark controleert een van de ramen (Bo Steehouwer)

Koningshof was ooit een braakliggend terrein, totdat verschillende initiatiefnemers het gebied nieuw leven in bliezen. Vroeger was het een agrarisch gebied waar mensen eeuwenlang groenten en fruit verbouwden. Die stadslandbouwfunctie heeft het inmiddels weer terug. De Koningshof-initiatiefnemers willen ‘voedsel weer dichter bij de mensen in de stad brengen’.

Daarom is Koningshof van maart tot en met oktober iedere zaterdag open. Dan staat er een kraam waar groenten en fruit uit eigen kas en tuin te koop zijn. Ook is De Keet dan open voor een kop koffie tussen de boomgaarden. Verder is er onder meer een pluktuin. “Wie het leuk vindt, is van harte welkom”, zegt Mark. “Iedereen mag meelopen.”