Lantaarnpalen in Utrecht worden op grote schaal gerenoveerd om lichtvervuiling tegen te gaan. Het college heeft hierover meer uitleg gegeven in antwoorden op schriftelijke vragen van de Partij voor de Dieren.
Duizenden lantaarnpalen in Utrecht krijgen nieuwe verlichting om lichtvervuiling tegen te gaan

Volgens het college moet de stad ’s nachts veilig blijven door voldoende verlichting. Tegelijkertijd moeten de negatieve effecten van kunstlicht op natuur, omgeving en leefkwaliteit zoveel mogelijk worden beperkt.
De gemeente vervangt daarom in de hele stad oude verlichting door energiezuinige LED-armaturen. Deze lampen geven warmwit licht, wat zowel de verkeersveiligheid als de sociale veiligheid moet verbeteren. Om lichthinder te beperken, worden afschermingen gebruikt en wordt veel verlichting na 23.00 uur gedimd.
Tijdens recente werkzaamheden bleek echter dat bij sommige vernieuwde lampen een onderdeel ontbrak, waardoor juist meer lichthinder ontstond. Dat gebeurde bijvoorbeeld in het Plettenburgplantsoen, waar afschermingen op de lantaarnpalen werden geplaatst na klachten van bewoners. Het college verwacht dat de lichthinder vermindert zodra de onderdelen zijn vervangen.
Renovatie en vernieuwing
Om duurzaam te werken, probeert Utrecht zoveel mogelijk bestaande lantaarnpalen te hergebruiken of om te bouwen. Op dit moment worden 15.000 lampen gerenoveerd. Van de in totaal 69.000 lantaarnpalen in Utrecht zijn er inmiddels 55.000 vervangen. De werkzaamheden moeten eind dit jaar klaar zijn.
Het ontwerp van de nieuwe lantaarnpalen is glanzender en straalt meer licht naar de zijkant uit in plaats van omhoog. Volgens het college is dit noodzakelijk en zorgt dit niet voor extra lichtvervuiling. Daarnaast zou de extra glans na verloop van tijd afnemen.
Alternatieven
Er werd ook gekeken naar lagere lantaarnpalen van maximaal drie meter hoog met amberkleurig licht, om beter rekening te houden met vleermuizen, vogels en insecten. Dat idee ziet het college echter niet zitten, omdat dit volgens haar ten koste gaat van de veiligheid op straat.
Natuurgebieden zoals Amelisweerd, Noorderpark Ruigenhoek, Máximapark, Griftpark, Julianapark en Park Transwijk vallen niet onder de reguliere vervanging. Voor deze gebieden is volgens het college een aparte aanpak nodig.
Chinees hoedje, kan dat?
Tot slot reageert het college op kritiek op de term ‘chinees hoedje’ voor de kap van een lantaarnpaal. Volgens het college wordt die naam officieel niet meer gebruikt vanwege het stigmatiserende en racistische karakter. De kap heet nu officieel ‘Model Utrecht’. “Het kan zijn dat de naam ‘Chinees hoedje’ toch nog sporadisch gebruikt is. Wij betreuren dit en onze inzet is deze naam niet meer te gebruiken”, staat in de raadsbrief.



