Utrecht vangt al ruim twintig jaar mensen op wiens asielaanvraag is afgewezen. De zogeheten ongedocumenteerden, in de volksmond meestal illegalen genoemd. Opvallend is dat de overgrote meerderheid van hen, na juridische hulp van de gemeente, alsnog een asielvergunning krijgt.
Tientallen ‘illegalen’ kregen in 2025 alsnog een verblijfsvergunning

De Utrechtse opvang voor ongedocumenteerden bestaat sinds 2001. Toen verloren afgewezen asielzoekers door de invoering van de nieuwe Vreemdelingenwet het recht op verblijf in een asielzoekerscentrum. In de praktijk keerden veel afgewezen asielzoekers echter niet terug naar hun land van herkomst en dreigden op straat te belanden. Het was voor Utrecht en enkele andere grote steden reden te starten met de opvang van ongedocumenteerden.
Onderdak, begeleiding en terugkeer
Inmiddels beschikt Utrecht over ongeveer 240 opvangplekken voor deze groep. Ze krijgen niet alleen onderdak van de gemeente, maar ook juridische begeleiding en ondersteuning bij terugkeer naar eigen land. De meeste opvang vindt plaats in reguliere woningen verspreid over de stad. In Kanaleneiland en aan de Weerdsingel zijn twee wat grotere opvanglocaties waar in totaal zo’n veertig personen zijn gehuisvest.
Alleen voor specifieke groepen
Niet iedere afgewezen asielzoeker komt in aanmerking voor gemeentelijke opvang. Jan Braat, die als gemeenteambtenaar betrokken is bij de opvang van ongedocumenteerden, legt uit dat de opvang bedoeld is voor drie groepen: mensen die alsnog kans maken op een verblijfsvergunning, mensen die willen meewerken aan terugkeer en ongedocumenteerden met een bijzondere medische of humanitaire situatie.
Tekst loopt door onder de afbeelding
De meeste ongedocumenteerden die zich bij de gemeente melden voor opvang, komen niet in aanmerking. Cijfers van de gemeente laten zien dat van de 402 personen, die in 2025 aanklopte voor onderdak, slechts 160 voldeden aan de voorwaarden. Veel mensen werden afgewezen omdat ze recht hadden op opvang in een AZC of omdat ze al een asielprocedure in een ander EU-land waren gestart. De 160 mensen die wel aan de voorwaarden voldeden, kregen niet allemaal meteen onderdak. Een deel van hen belandde op een wachtlijst.
Dossiers niet op orde
Volgens Braat stranden asielaanvragen vaak op een gebrek aan bewijsstukken. Zo beschikken mensen soms niet over documenten waarmee zij hun identiteit of nationaliteit kunnen aantonen. Met juridische ondersteuning lukt dat volgens hem alsnog geregeld waardoor de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) een zaak opnieuw kan beoordelen.
Ook speelt volgens Braat mee dat sommige vluchtelingen tijdens hun eerste procedure niet direct hun volledige verhaal vertellen. “Mensen uit landen als Eritrea zijn vaak gewend om uit angst te zwijgen. De autoriteiten in eigen land zijn corrupt. Het kost tijd en vertrouwen voordat zij over hun ervaringen kunnen praten”, zegt hij. Als het juiste verhaal met hulp van de gemeente alsnog boven water komt, kan dit ertoe leiden dat de IND alsnog een verblijfsvergunning afgeeft.
“De Utrechtse opvang is eigenlijk een soort noodknop voor als er iets misgaat in het asielsysteem”, stelt Braat. “Wat wij samen met hulporganisaties doen, is de IND van meer informatie voorzien zodat alsnog een goede beslissing kan worden genomen.
De IND laat in een reactie weten dat de asielprocedure verschillende waarborgen kent, zo hebben asielzoekers toegang tot onafhankelijke rechtsbijstand en kunnen zij gedurende de procedure worden begeleid door een advocaat. Daarnaast stelt de IND “zich ervan bewust te zijn dat het voor sommige asielzoekers moeilijk kan zijn om direct over hun ervaringen te verklaren, bijvoorbeeld vanwege angst, schaamte of traumatische ervaringen. Daarom zijn er verschillende momenten in de procedure waarop asielzoekers informatie kunnen aanvullen of corrigeren. Ook kunnen advocaten aanvullende informatie en documenten indienen wanneer zij van mening zijn dat die van belang zijn voor de beoordeling van de aanvraag.”
Herhaalde asielaanvraag
Niet alleen de gemeentelijke hulp bij het aanvullen van dossiers van de IND leidt met regelmaat tot een geslaagde tweede asielaanvraag. De gemeente biedt ongedocumenteerden ook hulp bij het doen van een nieuwe asielaanvraag wanneer de persoonlijke situatie of de situatie in het land van herkomst verandert.
Braat legt uit dat de gemeente hierbij alleen de helpende hand biedt als zo’n aanvraag kansrijk is. Iets wat is terug te zien in de cijfers over 2025. Van de mensen in de Utrechtse opvang die een herhaalde asielaanvraag deed, kreeg 87 procent ook daadwerkelijk een asielvergunning.
Weinigen keren terug
Hoeveel bewoners van de Utrechtse opvang uiteindelijk een verblijfsvergunning krijgen en hoeveel daadwerkelijk terugkeren, verschilt per jaar.
Cijfers van de gemeente over 2025 laten zien dat 79 personen de Utrechtse opvang verlieten. Van hen keerde 4 procent terug naar het land van herkomst.
Tekst loopt door onder de grafiek
70 procent -dus zo’n 55 personen- verliet de opvang met perspectief op verblijf. Zij kregen een reguliere verblijfsvergunning of deden bijvoorbeeld een herhaalde asielaanvraag (waarvan dus 87 procent werd toegekend).
Voor een kwart van de 79 personen werd geen duurzame oplossing gevonden.
Utrecht helpt meer dan Rotterdam
Recente cijfers om Utrecht goed met andere steden te vergelijken ontbreken. Minister Faber heeft zowel de monitoring als de Rijksfinanciering van de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) stopgezet. Daardoor dateren de laatste landelijk vergelijkbare gegevens van de periode tot eind 2024.
Deze cijfers laten zien dat gemeenten met een LVV sterk uiteenlopend beleid voeren. Zo ving Utrecht tussen 1 april 2019 en 31 december 2024 615 ongedocumenteerden op, terwijl het veel grotere Rotterdam in dezelfde periode 313 ongedocumenteerden onderdak bood.
Tekst loopt door onder de grafiek
Volgens de gemeente Utrecht is dit verschil vooral terug te voeren op politieke keuzes. Rotterdam zou geen geld over hebben voor de opvang van ongedocumenteerden, ook als dat ertoe leidt dat mensen op straat terechtkomen.
Deze lezing sluit aan bij het Rotterdamse coalitieakkoord uit 2022. Daarin spraken Leefbaar Rotterdam, VVD, D66 en DENK af de LVV alleen voort te zetten als het Rijk daarvoor financiering beschikbaar stelt. Door het besluit van minister Faber is die financiering inmiddels weggevallen.
Mede naar aanleiding van rechterlijke uitspraken heeft het Rijk Rotterdam wel gevraagd opvang te blijven bieden aan mensen voor wie het stopzetten daarvan zou kunnen leiden tot onmenselijke situaties en risico’s voor de openbare orde en veiligheid. Rotterdam heeft bekendgemaakt twaalf van de meest kwetsbare personen zonder juiste papieren toch te blijven opvangen. Ook als het Rijk de financiering beëindigt. Het gaat om mensen die kampen met ernstige somatische klachten en verslavingsproblematiek.
Ook het perspectief dat Rotterdam ongedocumenteerden bood, verschilt sterk van dat van Utrecht. Zo zette Rotterdam nauwelijks in op een toekomstig verblijf in Nederland. Van de mensen die in Rotterdam werden opgevangen, diende 37 personen (12 procent) een herhaalde asielaanvraag in. In Utrecht waren dit er veel meer, namelijk 263, goed voor 43 procent van het totaal.
Volgens de gemeente Utrecht wordt ook dit verschil veroorzaakt door politieke keuzes. Rotterdam richt zich sterker op terugkeer, terwijl Utrecht meer inzet op het verkrijgen van een verblijfsstatus.
Verwoede politieke discussies
De opvang van illegalen leidt al jaren tot politieke discussie, waarbij het politiek linksere Utrecht vaak meer voor migranten wil doen dan het Rijk. Iets was ook is terug te zien bij de LVV. Terwijl Utrecht deze voorziening wil behouden, wil het Rijk ervan af.
Sindsdien is er sprake van een juridisch gevecht over de vraag wie voor de kosten opdraait. Want volgens de rechter had de LVV niet voor iedereen zomaar beëindigt mogen worden. De minister heeft namelijk onvoldoende gewaarborgd “dat deze kwetsbare personen (de ongedocumenteerden red.) in een ‘situatie van zeer verregaande materiële deprivatie’ terecht gaan komen”.
Naast de vraag over deze geldkwestie woedt landelijk een discussie over het al dan niet strafbaar stellen van illegaliteit. Een wetsvoorstel dat illegaal verblijf in Nederland strafbaar maakt, werd onlangs verworpen in de Eerste Kamer. Maar daarmee is de kous nog niet af. Verschillende politieke partijen kijken nu naar strafbaarstelling van een deel van deze groep: de zogenoemde terugkeerfrustreerders.
Braat denkt echter niet dat dit een oplossing biedt. Volgens hem beschikken veel mensen simpelweg niet over de benodigde documenten om terug te keren. “Detentie creëert niet automatisch uitzicht op vertrek”, zegt hij. Hij vreest dat mensen daardoor eerder uit beeld verdwijnen en kwetsbaarder worden voor uitbuiting. “Dat is de reden waarom politie, de Dienst Terugkeer en Vertrek en allerlei andere organisaties tegen de strafbaarstelling van illegaliteit zijn”, legt Braat uit.
Tekst loopt door onder afbeelding
Steun van Utrechtse progressieve partijen, rechts kritisch
Binnen de Utrechtse gemeenteraad lopen de opvattingen over het opvangen van ongedocumenteerden sterk uiteen, al is een meerderheid voorstander van het bieden van onderdak. D66, een partij die het opvangbeleid mede vormgaf, steunt de huidige koers. Volgens de partij zijn procedures ingewikkeld en is gemeentelijke hulp bij het op orde brengen van hun dossiers gewenst. “We zien dat deze ondersteuning enorm bijdraagt aan het verkrijgen van de asielstatus waar mensen recht op hebben, of juist sneller duidelijkheid over de toekomst voor de mensen die geen recht hebben op verblijf”, zo laat de partij desgevraagd weten.
Aan de rechterzijde van de raad klinkt kritiek. JA21 noemt het huidige asielsysteem inhumaan omdat mensen een gevaarlijke reis moeten maken om asiel aan te vragen. Ook vindt de partij dat gemeenten geen rol moeten spelen in langdurige opvang van ongedocumenteerden.
Fractievoorzitter Mika Raterman verwijst naar onderzoek van Jan van de Beek die de kosten van asielmigratie in beeld heeft gebracht. Volgens dit onderzoek kost een asielmigrant de staat gemiddeld zo’n 800.000 euro. Omgerekend naar één ingewilligd asielverzoek inclusief nareizigers komt dat volgens Van de Beek neer op ongeveer 1,3 miljoen euro.
Ook de gemeentelijke opvang van ongedocumenteerden kost volgens Raterman flink wat geld: namelijk zo’n 4 miljoen. “Utrecht heeft een groot hart, maar een stad kan alleen gastvrij blijven als haar kerntaken – wonen, zorg, onderwijs en veiligheid – op orde zijn. Die rek is eruit”, stelt hij.
Ook het rechtse UtrechtNu! is kritisch. De partij vindt dat opvang hooguit zeer sober mag zijn en primair gericht moet zijn op terugkeer. Volgens de partij mogen problemen in asielprocedures geen reden zijn voor gemeenten om een eigen opvangstructuur op te bouwen.
Hoe het verder gaat met de Utrechtse opvang voor ongedocumenteerden hangt af van de nieuwe coalitie van Groenlinks-PvdA en D66. Twee partijen die in het verleden opkwamen voor mensen zonder de juiste papieren en dit naar verwachting ook blijven doen. Zo laat D66 weten te staan voor een “humaan asielbeleid”. “Opvang heeft daarom altijd de voorkeur”, aldus de partij.
Leon Boelens, asielwoordvoerder van GroenLinks-PvdA Utrecht zegt erover dat: GL-PvdA onverminderd blijft opkomen voor ongedocumenteerden in Utrecht: “Deze mensen laten we nooit in de kou staan.”



