Arjan den Boer over zijn boek met 30 vergeten Utrechtse gebouwen Arjan den Boer over zijn boek met 30 vergeten Utrechtse gebouwen

Arjan den Boer over zijn boek met 30 vergeten Utrechtse gebouwen

Arjan den Boer over zijn boek met 30 vergeten Utrechtse gebouwen
Utrecht staat vol met bijzondere gebouwen waar men vaak zomaar aan voorbijloopt of -fietst. Het zijn niet de bekende monumenten van de stad, maar de panden waarvan bijna niemand het verhaal kent. Elke maand bezoekt en beschrijft Arjan den Boer er een in de serie Vergeten Gebouwen voor DUIC. Hij kijkt niet alleen achter deuren die normaal gesloten blijven, maar duikt ook in de historische (foto)archieven. Dertig van die verhalen zijn nu gebundeld in het boek Vergeten Gebouwen in Utrecht.

Utrecht staat vol met bijzondere gebouwen waar men vaak zomaar aan voorbijloopt of -fietst. Het zijn niet de bekende monumenten van de stad, maar de panden waarvan bijna niemand het verhaal kent. Elke maand bezoekt en beschrijft Arjan den Boer er een in de serie Vergeten Gebouwen voor DUIC. Hij kijkt niet alleen achter deuren die normaal gesloten blijven, maar duikt ook in de historische (foto)archieven. Dertig van die verhalen zijn nu gebundeld in het boek Vergeten Gebouwen in Utrecht.

Begin april startte een crowdfundingsactie met een streefbedrag van 12.500 euro. Het enthousiasme was groot: bijna duizend Utrechters doneerden maar liefst 31.437 euro. De boeken vliegen nu de winkels uit. Reden genoeg om Arjan eens te vragen hoe hij te werk gaat en wat zijn favoriete gebouw is.

Interview gaat verder onder video

Waarom is er een boek van deze serie?

“Ik begon in 2014 met de serie voor DUIC en al vrij snel vroegen mensen of ik er niet een boek van zou moeten maken. In reacties onder de stukken, maar ik werd er ook weleens over aangesproken. Eerst heb ik het afgehouden. Ik vond het er niet direct geschikt voor, omdat er vaak wat actualiteit in zat. Als een gebouw bijvoorbeeld werd verbouwd of leegstond, dan gebruikte ik dat als aanleiding. In een boek is dat al snel verouderd. Sommige verhalen heb ik dan ook wat aangepast. Uiteindelijk vond ik het toch een leuk idee. Zeker nu ik het resultaat zie. Er staat een hoop informatie in die nog niet eerder te lezen is geweest in een boek. Het heeft ook waarde om het vast te leggen. Online is het toch wat vluchtiger.”

Veel mensen wilden dat dit boek er kwam. Hoe voelt dat?

“Ik vond het best spannend om een crowdfunding te doen. Stel dat het streefbedrag niet gehaald wordt, dan is het zo’n afgang. Dat het bijna drie keer zoveel zou zijn, had ik niet verwacht. Zeker niet in deze tijd. Het heeft het niet gehinderd, integendeel. Het was een opsteker dat het zo goed liep. De reacties van donateurs waren allemaal lovend. Het is heel leuk om te merken dat je het niet voor niets doet.”

Voor DUIC heb je tot nu toe over een stuk of zeventig gebouwen geschreven. Hoe heb je de dertig voor het boek geselecteerd?

“Eén van de criteria voor het boek was de tijdsperiode: ik heb gekozen voor 1850 tot 1940. Daar zaten de meeste gebouwen in en ligt ook mijn interesse. Verder heb ik gekeken naar: wat zijn de mooiste, interessantste en waar is het beste beeldmateriaal van? Ik vond het belangrijk dat het ook een visueel boek werd. Ieder hoofdstuk begint bijvoorbeeld met een detailfoto. Het is fiftyfifty tussen beeld en tekst. Dat is online ook altijd het uitgangspunt geweest.”

Was het makkelijk kiezen?

“Met de selectie van de laatste drie heb ik echt tot het laatst gewacht, maar het was geen zware bevalling om de knoop door te hakken. Ik moest gewoon het materiaal van allemaal even goed bekijken.”

Hoe kies je de gebouwen uit die je voor de serie bezoekt?

“Ik vind dat het een gebouw moet zijn waar zoveel mogelijk over te vertellen is. En het moet een bepaalde allure hebben. Over het algemeen komen gewone woonhuizen niet in aanmerking. Ik bespreek wel een paar woonhuizen, maar dat zijn villa’s. Zo kunnen arbeidershuisjes historisch interessant zijn, maar dat is niet mijn invalshoek. Dat is toch vooral architectuur en interieur. Ik probeer altijd zo te kiezen dat het gebouwen zijn waar nog iets van het originele interieur te zien is. Verder moeten er nog oude foto’s van zijn, want ik wil oud met nieuw beeld afwisselen.”

Welk gebouw is jouw favoriet?

“Dat is het Anatomiegebouw. Daar is de hele serie mee begonnen: het was het eerste gebouw dat ik beschreef voor DUIC. Er is ondertussen veel mee gebeurd en ik vind het ontzettend mooi geworden. Toen ik er voor het eerst kwam, was het een rommeltje. Het was tussen wal en schip gevallen. Het was met recht een ‘vergeten gebouw’. Daar komt ook de titel van de serie vandaan. Het was toen officieel nog geen monument. In theorie had het dus zo gesloopt kunnen worden. Ook in gebruik kwam het niet tot zijn recht, want er zat een kinderdagverblijf in en de mooie hal was de opslag van een theatergezelschap. Op allerlei plekken zaten er systeemplafonds, tussenwandjes en gipsplaten in om het daar geschikt voor te maken. Doodzonde van dat mooie gebouw.”

Wat is er toen allemaal mee gebeurd?

“Ongeveer een week nadat ik er voor DUIC over had geschreven, werd bekend dat het gebouw door de gemeente verkocht zou worden. Dat was onrustbarend, omdat het onbekend was wat ermee zou gebeuren. Daar heb ik me toen mee bezig gehouden een aandacht voor gevraagd. Het bleek goed af te lopen, omdat het werd gekocht door een farmaceutisch bedrijf op het gebied van diergeneeskunde. Dat is verwant aan het oorspronkelijke gebruik: het opleiden van dierenartsen. Ze hebben er zelfs een aantal appartementen in gemaakt. Dat is dan weer jammer, maar ik vind het mooi uitgepakt. Ze hebben het prachtig gedaan. Ik heb tijdens de restauratie verschillende keren op de steiger gelopen. Zo zitten er stenen dierenkoppen op de buitenkant die helemaal afgesleten waren. Ook toen het glazen dak eraf ging heb ik gekeken.”

Hoe ben je op het idee gekomen voor de serie?

“De gedachte voor de serie is begonnen met het Anatomiegebouw: gebouwen die mensen misschien alleen van het voorbijgaan kennen, maar niet het verhaal erachter. Of het zelfs het gebouw helemaal niet kennen. Dat bleek ook bij het Anatomiegebouw. Dat vind ik het leukst: als het een verrassing is. De meeste gebouwen waar ik daarna over schreef, waren iets bekender. Daarvan was dan wel de binnenkant weer erg onbekend. Mensen komen bijvoorbeeld vaak langs panden aan de Drift, die vanbuiten niet per se heel bijzonder zijn, maar binnen is daar dan ineens een hele mooie hal met een glas-in-lood-dak.”

Word je overal met open armen ontvangen om op bezoek te komen?

“Ik heb tot nu toe maar een of twee keer gehad dat ik niet welkom was. Ik maak uiteraard altijd een afspraak. Inmiddels is het vaak zo dat de gebruikers of eigenaren van het gebouw de serie ook al kennen. Ze vinden het leuk dat ik bij hen langskom. Laatst werd ik ook gewoon uitgenodigd.”

Komen ze ook weleens voor verrassingen te staan als ze jouw verhaal lezen?

“Het verschilt enorm. Je hebt mensen die de basis in ieder geval kennen of wat weten over bepaalde details in het interieur. Er zijn er ook genoeg die het eigenlijk niet goed weten. Zij zijn dan erg verrast over wat ik allemaal boven tafel krijg. Ik probeer altijd iets nieuws in het verhaal te stoppen, ook voor de mensen die het gebouw goed kennen. Met name over interieuronderdelen. Die zijn ook bij de kenners lang niet altijd bekend.”

Waar haal je jouw kennis over de gebouwen vandaan?

“Achter in het boek staat een hele lijst met bronnen. Dat zijn deels boeken en tijdschriftartikelen, maar het leukste vind ik als dat er allemaal nog niet is. Als ik echt met niks moet beginnen. Dat is natuurlijk meer werk, maar het is wel dankbaarder als je nieuwe informatie boven water haalt. Ik kijk bijvoorbeeld naar de bouwtekeningen bij Het Utrechts Archief en lees berichten uit oude kranten. Ik ben helemaal in mijn nopjes als ik dan iets nieuws weet te vinden. In de loop van de tijd kan ik ook weer dingen toevoegen aan de verhalen door de tips die ik krijg van lezers. Gemiddeld genomen levert elk verhaal wel weer een tip op. Die heb ik dan weer kunnen verwerken in het boek.”

Ga je voorlopig nog even door met de serie?

“Jazeker. Aan de Ridderschapstraat heb je een mooie garage. Die was van de U.T.A.M.: een automobielbedrijf van vroeger. Dat is weer een heel ander soort verhaal. En bij Lievendaal, de witte villa op de heuvel aan het Lepelenburg, zou ik ook graag een keer willen kijken. Die staan zeker op mijn kandidatenlijstje. Er zijn nog genoeg gebouwen waar ik nieuwsgierig naar ben.”

11 Reacties

Reageren
  1. Zuilen030

    Ik heb het boek vorige week bij DUIC opgehaald en kan het iedereen aanraden, het is een schitterend boek met mooie (onbekende) verhalen.

  2. Scherpschutter

    “Ik vond het best spannend om een crowdfunding te doen. Stel dat het streefbedrag niet gehaald wordt, dan is het zo’n afgang. Dat het bijna drie keer zoveel zou zijn, had ik niet verwacht. Zeker niet in deze tijd”

    Kapitalisme 101, Arjan. Mensen betalen ALTIJD grif voor topkwaliteit tegen een acceptabele prijs, ongeacht het product of de markt. Juist in slechte economische tijden… En topkwaliteit heb je geleverd. Niemand zal ontevreden zijn over de waarde die ze hebben gekregen voor hun geld. Ook je volgende boek zal van de schappen vliegen als je dit kwaliteitsniveau aanhoudt.

    Chapeau. Mooi werk.

  3. Co

    Het is een boek geworden om trots op te zijn.

  4. Willem W

    Eerst ikzelf maar daarna nog meer mijn vader: beiden blij en onder de indruk! Grote complimenten!

  5. 19Bentje48

    Heb gelijk meegedaan met de crowdfunding. Prachtig geworden. Met liefde gemaakt.

  6. wollie

    net afgehaald, blij mee! ❤️

  7. karel

    Zojuist mijn gesigneerde exemplaar opgehaald. Ziet er heel mooi uit!

  8. Katja

    Een prachtig boek, mooi papier en spetterende foto’s. En dat voor een klein prijsje.

  9. wollie

    ik was trouwens vergeten waar het duic-gebouw zat.

  10. karel

    Vandaag heb ik mijn gesigneerde exemplaar opgehaald. Het ziet er heel mooi uit!

  11. Fred

    De villa Lievendaal staat beknopt beschreven in Utrecht, de huizen binnen de singels in de reeks De Monumenten van Geschiedenis en Kunst, uitgave SDU Den Haag 1989.
    Maar afgaande op jouw voorgaande verhalen zal dat artikel minder droog uitvallen dan in het hier genoemde boek.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).