Aron Korff (21) slachtoffer van anti-homogeweld in Utrecht; ‘Ik slaap nog steeds slecht’

Aron Korff. Foto: Thomas Bolderman
Aron Korff. Foto: Thomas Bolderman

Aron Korff (21) is vorige week zondag in Utrecht het slachtoffer geworden van anti-homogeweld. Rond 23.00 uur liep hij Hoog Catharijne uit en even verderop werd hij in elkaar geslagen. De dader riep daarbij woorden als ‘kankerflikker’, ‘vieze kankerhomo’ en ‘kontennaaier’.

Korff is nog steeds ontdaan vanwege het incident. De fysieke pijn is weliswaar minder geworden maar hij slaapt naar eigen zeggen nog steeds slecht. “De nekpijn is inmiddels minder, maar ik heb nog steeds last van slaapgebrek.”

Het gebeurde dus allemaal vorige week zondag. Korff was op bezoek geweest bij zijn broer en ging ’s avonds met de trein terug naar Utrecht. Hij liep aan de kant van het Vredenburg Hoog Catharijne uit en daar stonden een aantal mensen.

Ontwijken

“Ik deed erg mijn best om iedereen te ontwijken. Een jongen kwam mijn kant oplopen en stootte mij met zijn elleboog lichtjes aan. Ook keek ik hem hierbij recht in de ogen. Ik wist meteen dat het mis was.”

Korff liep echter gewoon door. “Ik wilde naar huis om naar bed te gaan, maar die jongen bleef mij achtervolgen. Op een gegeven moment kreeg ik een klopje op mijn schouder en draaide ik mij om. Hij probeerde mij te slaan maar deze klap wist ik te ontwijken. Op hetzelfde moment schold hij mij uit voor ‘kankerflikker’, ‘vieze kankerhomo’, ‘kontennaaier’ en ‘zemmer’. Daarna kreeg ik nog een klap op mijn achterhoofd.”

Woorden

Korff zegt dagelijks vergelijkbare verwensingen naar zijn hoofd te krijgen, zowel op straat als op sociale media. Op Instagram heeft hij bijvoorbeeld meer dan 34.000 volgers. “Woorden doen mij daarom ook niet meer zoveel.” Maar met fysiek geweld is hij nooit eerder in aanraking geweest.

Het gevolg van de mishandeling is dat Korff, die altijd al op zijn hoede was, ’s avonds niet meer alleen over straat durft. “Ik zorg er nu altijd voor dat er iemand bij mij is.”

Verhaal

Korff heeft inmiddels aangifte gedaan bij de politie. Dit deed hij online omdat hij het in het echt te confronterend vond. Ondanks dat hij het incident zo snel mogelijk wil vergeten vindt hij het wel belangrijk om zijn verhaal te vertellen.

“Ik ben niet de enige die dit meemaakt. Er zijn duizenden anderen die dagelijks te maken hebben met geweld vanwege hun geaardheid. Het is daarom belangrijk om deze verhalen te vertellen.”

Korff heeft in de tussentijd contact gehad met Laura van Nieuwenhuijze, voorzitter van COC-Midden Nederland, en met Bernice Calmes, directeur van Art. 1 Midden Nederland. Beide organisaties gaan LHBTI+-personen die met vergelijkbare incidenten te maken hebben gehad vragen om deze voorvallen te melden via een platform. COC Midden-Nederland gaat ook zorgen voor eventuele nazorg.