Dagboek over drugsverslaving, dakloosheid en gevangenschap: ‘Schrijven is goed voor de geest’ - De Utrechtse Internet Courant Dagboek over drugsverslaving, dakloosheid en gevangenschap: ‘Schrijven is goed voor de geest’ - De Utrechtse Internet Courant

Dagboek over drugsverslaving, dakloosheid en gevangenschap: ‘Schrijven is goed voor de geest’

Dagboek over drugsverslaving, dakloosheid en gevangenschap: ‘Schrijven is goed voor de geest’
Steven Spaapen. Foto's: Robert Oosterbroek
Het is geen alledaags boek en Steven Spaapen (56) is al helemaal geen alledaagse schrijver. Het Dagboek van Steven gaat niet over de makkelijkste onderwerpen van het leven en feit en fictie lopen geregeld door elkaar. Zijn dagboek is gevuld met verhalen over zijn ervaringen als harddrugsverslaafde en dakloze en over zijn tijd in de gevangenis. Spaapens favoriete verhaal gaat echter over een reis naar de maan.

Het is geen alledaags boek en Steven Spaapen (56) is al helemaal geen alledaagse schrijver. Het Dagboek van Steven gaat niet over de makkelijkste onderwerpen van het leven en feit en fictie lopen geregeld door elkaar. Zijn dagboek is gevuld met verhalen over zijn ervaringen als harddrugsverslaafde en dakloze en over zijn tijd in de gevangenis. Spaapens favoriete verhaal gaat echter over een reis naar de maan.

Het moet rond 2001 zijn geweest toen Steven Spaapen in Utrecht aankwam. Hij was met 38 jaar nog een stuk jonger dan nu maar ook toen was het niet altijd makkelijke leven van zijn gezicht af te lezen. Hij weet nog goed hoe hij voor het eerst door de Lange Viestraat, de Potterstraat en de Neude liep. In deze stad wilde hij zijn jaren gaan voortzetten. Spaapen is geboren in Eindhoven, opgegroeid in Geldrop en andere steden in Brabant en had enkele uitstapjes ondernomen naar het buitenland. Nu stond hij op de Neude. Hij had geen huis en was verslaafd aan de heroïne.

Eind deze maand wordt een gedeelte van Spaapens dagboek gepubliceerd. Het is een verzameling verhalen waar de lezer soms wat moeite voor moet doen, het is niet altijd duidelijk wat echt gebeurd is en wat verzonnen is. Maar Spaapen weet de lezer te ontroeren en mee te nemen naar plekken waar de gewone Utrechter maar zelden komt. Hij vertelt graag over zijn leven en zijn boek. De ontmoetingsplek voor het interview is De Stek. Een klein bruggetje aan de Van Sijpesteijnkade leidt naar deze plek van stichting De Tussenvoorziening waar harddrugsverslaafden gezelligheid en hulp vinden.

Wat voor man kwam er begin deze eeuw aan in Utrecht?

“Ik denk nog vaak terug aan die tijd. Ik wilde hier een nieuw leven gaan beginnen maar dat is natuurlijk niet makkelijk. Ik had geen woning, sliep op straat en was verslaafd aan de drugs. Echt realistisch waren de plannen voor een gemoedelijk leven niet. Het was de tijd van de tunnel onder Hoog Catharijne, waar een niet al te beste sfeer hing. Ik kwam daar ook, maar ik sliep liever in een park. Ik schreef mij al gauw in bij Mitros, maar dat betekende alsnog jaren wachten op een woning. Toch was er in Utrecht al meer hulp en zorg dan in het zuiden van het land.”

(Tekst gaat verder onder foto)

Hoe ben je dakloos geworden?

“Ik begon al vrij jong te experimenteren met drugs. In 1980 rookte ik mijn eerste joint, tijdens een concert van Iron Maiden. Later begon ik met crack en heroïne en raakte verslaafd. Ik heb nog wat baantjes gehad, waaronder bij een pompstation, maar op een gegeven moment ging dat ook niet meer. Het kantelpunt kwam toen in 1995 mijn moeder overleed. Het ouderlijk huis werd verkocht en ik kreeg een smak geld van de erfenis. Dat geld ging alleen maar op drugs, prostituees en feesten. Elke avond was het raak op het Stratumseind in Eindhoven. Ik kwam in een neerwaartse spiraal terecht en het ging van kwaad tot erger. Op een gegeven moment was al het geld op, had ik geen woning meer en was er geen andere optie dan te slapen op straat.”

Fragment boek. Over zijn eerste nacht buiten waarbij een vrouw hem een goede slaapplek wees.

“Ik had karton en een deken gevonden en volgde het meisje naar een ruimte vlakbij het gemeentehuis. Hier liet zij mij een beschut hoekje zien. Hier waren rails, ijzeren latten waar warme lucht doorheen kwam. (…) Kruipend onder het betonnen afdak, bedekte ik mij met de deken. Ik lag op karton met een keurmerk en had het al gauw warm. (…) ‘Mijn eerste nacht, zuchtte ik. Nota bene in de lichtstad. Ik kon het feestelijk en dronken geschreeuw van het uitgaansleven verderop horen.”

Begon je al met schrijven toen je nog dakloos was?

“In 1999 liep ik rond in Den Bosch en zag ik dat andere daklozen de Zelfkrant verkochten. Dat is een speciale uitgave voor dak- en thuislozen waarmee wat geld verdiend kan worden. Ik vroeg of ze ook een baantje voor mij hadden. De hoofdredacteur opperde dat ik wel voor ze kon schrijven. Dat wilde ik graag. Het eerste gedicht wat ik schreef was getiteld ‘Herfst’.”

‘Ik heb heel wat eenzame tijden gehad, en eenzaamheid is het ergste wat er is’

En daarna ben je altijd blijven schrijven?

“De afgelopen 20 jaar heb ik veel geschreven. Na de Zelfkrant heb ik later ook nog jaren geschreven voor Straatnieuws in Utrecht. Toch schreef ik in sommige jaren meer dan in andere. Dat komt door het leven wat ik leid. Het is niet altijd makkelijk geweest. Schrijven helpt om te verwerken, het heeft echt een therapeutische werking. Ik heb heel wat eenzame tijden gehad, en eenzaamheid is het ergste wat er is. Door te schrijven praat je als het ware met de lezers. Op die manier kom ik met mensen in contact. Ook helpt het om mijn frustraties kwijt te raken. Schrijven is goed voor de geest.”

In het boek zijn tal van verhalen te lezen; echte en fantasieverhalen. Hoe komen die tot stand?

“Het boek is een verzameling van de verhalen die ik de afgelopen decennia heb geschreven. Soms kreeg ik een onderwerp aangeleverd van de hoofdredacteur van de daklozenkrant, andere keren putte ik uit mijn eigen ervaringen en soms kon ik er gewoon op los fantaseren. Ik pak een kop koffie, gebruik wat drugs en zet muziek op. Dat moet wel metal zijn – zoals Judas Priest, mijn favoriete band. Daarna begin ik gewoon te schrijven, met pen en papier. De verhalen kunnen dan gaan over mijn leven, of over ruimtereizen. Mijn favoriete verhaal in het boek heet ‘Alpha’ en speelt zich af in het 2999, het gaat over een man die een ruimtereis gaat maken naar de maan. De fantasieverhalen zijn het leukste om te schrijven, dan zet ik zo duizenden woorden op papier. Dan kunnen de verhalen en mijn gedachten gewoon alle kanten opgaan.”

’30 jaar geleden zat ik voor drugssmokkel 16 maanden vast in Spanje, dat was geen pretje’

Veel van je verhalen gaan ook over de tijd dat je in de gevangenis zat?

“De verhalen over detentie zijn waargebeurd. Dan kan ik uit eigen ervaring putten. Ik ben een aantal keer met politie en Vrouwe Justitia in aanraking gekomen.”

Hoe is het om in de gevangenis te zitten?

“In Nederland valt dat gelukkig wel mee. Hier is het aardig geregeld. 30 jaar geleden zat ik voor drugssmokkel 16 maanden vast in Spanje, dat was geen pretje. Het was toen een veel armer land dan nu en sommige gevangenbewaarders waren corrupt. Ik zat daar met vier mannen in één cel. Het was een heel zware tijd. Als ik terugkijk op mijn leven zijn dit natuurlijk de dingen die ik anders had moeten doen. Ik had nooit met dit soort zaken en de drugs moeten beginnen. Maar ja, het is makkelijk praten achteraf.”

Fragment boek. Over het verlaten van de gevangenis, het was echter niet zijn laatste keer.

‘Zo Steven’, zei Mieke. ‘1001269’, grapte ik. Ze lachte. ‘Jouw straf zit er op. Zorg er maar voor dat ik je niet meer zie’. ‘Dat is onaardig. Goed. Beloofd’. Ik verliet de afdeling en nam mijn geld. Overigens van een man in burger. ‘1001269, Spaapen Steven’. ‘Succes’, mompelde de man. Buiten scheen de zon volop. Nu nam ik tijd voor mezelf. Ik stak een shaggie op en hees zo sterk dat ik moest hoesten. Ik rochelde en het spuugde het uit. (…) Voor de laatste keer keerde ik mij om. De gevangenis. Nooit meer. De bus was er. Ik stapte in en liet mijn kaartje zien. Goodbye en tot ziens. Vrijheid.

En nu het eerste boek uitkomt, hoe ziet het leven er tegenwoordig uit?

“Tegenwoordig is mijn leven gelukkig een stuk stabieler. In 2010 kreeg ik een flatje aangeboden en daar woon ik heel fijn. Het leven als dakloze was niet gemakkelijk. Mensen kijken op je neer als je over straat loopt. Nu ik een eigen woning heb, ben ik een stuk tevredener met het leven. Wel ben ik nog steeds verslaafd. Ik kom dagelijks bij De Stek, dat geeft mij houvast en het is hier gezellig. En nu ben ik natuurlijk heel blij dat het boek uit gaat komen. Het proces naar de eerste druk heeft wat langer geduurd dan gehoopt, maar het is natuurlijk ook een hele strijd om tot een eerste boek te komen.”

De officiële boekpresentatie is op 29 mei en vanaf 31 mei is ‘Het Dagboek van Steven’ te koop bij onder andere Broese Boekverkopers. Het boek is mogelijk gemaakt door het Bob van der Hout Fonds/Utrechtse Versnelfonds.

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).