Drie nieuwe duiveltjesiepen brengen historisch bomenerfgoed terug naar Utrecht

Het Zocherplantsoen
Het Zocherplantsoen

Er komen drie duiveltjesiepen naar Utrecht. Het zijn bomen die rechtstreeks zijn gekweekt uit de 184 jaar oude monumentale iep uit het Zocherplantsoen. Twee exemplaren worden geplant in Amelisweerd en één krijgt een plek in het Willemsplantsoen.

De duiveltjesiep (ook wel ruwe iep of Ulmus glabra ‘Cornuta’) is een zeldzame boomsoort met een belangrijke ecologische waarde. De naam verwijst naar de karakteristieke diep ingesneden bladeren, die twee spitse ‘oortjes’ vormen. “Het is bijzonder dat de duiveltjesiep, die zo’n kenmerkende rol in het straatbeeld van Utrecht heeft gehad, nu terugkomt in de stad”, zegt wethouders van Openbare Ruimte Susanne Schilderman. “We brengen een stukje levende geschiedenis terug; een slimme manier om groen erfgoed voor de stad te behouden.”

Een levend stuk geschiedenis

De monumentale iep in het Zocherplantsoen was de oudste en dikste duiveltjesiep van Nederland en een begrip in Utrecht. Door iepziekte was de boom in 2022 niet meer te redden. De takken en bast zijn toen verwijderd, maar de stam mocht blijven staan als voedsel- en schuilplek voor insecten, vogels en schimmels.

In 2009 waren al wel maatregelen getroffen om het erfgoed te bewaren. In dat jaar is een boom gestekt en geënt door een iependeskundige van Noordplant Kwekerijen. Enten is een techniek waarbij de tak van een gewenste boom wordt verbonden met de stam van een andere boom, zodat ze vergroeien tot één nieuwe plant. De stekken van de iep waren destijds nog gezond, omdat de boom nog niet besmet was.

Inmiddels zijn deze stekken uitgegroeid tot volwassen, genetisch identieke bomen. Daardoor kan Utrecht nu drie directe nakomelingen van de historische duiveltjesiep terugplaatsen.

Behoud van bijzonder bomenbezit

“Het planten van de duiveltjesiepen past binnen het bredere streven van de gemeente Utrecht om bijzondere bomen te behouden”, meldt de gemeente. Er wordt onderzocht of bijzondere bomen vaker vermeerderd kunnen worden, zodat hun cultuurhistorische waarde ook voor toekomstige generaties zichtbaar blijft.