Een exclusief inkijkje bij het Pieter Baan Centrum | De Utrechtse Internet Courant Een exclusief inkijkje bij het Pieter Baan Centrum | De Utrechtse Internet Courant

Een exclusief inkijkje bij het Pieter Baan Centrum

Een exclusief inkijkje bij het Pieter Baan Centrum
Op zoek naar de persoon achter het delict

Op zoek naar de persoon achter het delict

Mohammed B., Volkert van der G. en Robert M. hebben één ding gemeen, ze hebben allemaal in het Pieter Baan Centrum (PBC) in Utrecht gezeten. De belangrijkste psychiatrische observatiekliniek van Nederland gaat verhuizen. Het instituut zit al sinds 1949 aan de Gansstraat maar zal binnenkort verplaatsen naar Almere. DUIC kreeg er een exclusief inkijkje. 

In de Utrechtse volksmond spreekt men vaak over Het Luie end, met als toevoeging Aan de ene kant legge ze, aan de andere kant zitten ze. Gekscherend bedoelen ze daarmee de begraafplaats en het huis van bewaring PBC, die op steenworp afstand van elkaar liggen in de Gansstraat.

De geschiedenis van de Utrechtse kliniek gaat terug naar 1949 toen forensisch psychiater Pieter Baan de Psychiatrische Observatiekliniek van het Gevangeniswezen oprichtte. “Dit komt echt voort uit de Utrechtse school in het strafrecht”, vertelt huidige directeur Pierre Stalman. “Het was de tijd dat mensen tot het besef kwamen dat er niet alleen moet worden gekeken naar het delict maar ook naar de persoonlijkheid van de verdachte. Dit is cultureel gezien een heel essentiële en baanbrekende stap geweest.” In 1978 kwam er een nieuw gebouw en werd de kliniek omgedoopt tot het Pieter Baan Centrum.

Het PBC heeft de bijzondere opdracht om onderzoek te doen naar verdachten van ernstige strafbare feiten waarbij het vermoeden is dat er psychisch iets aan de hand is. De verdachte (de observandus) verblijft zes weken in de kliniek en in die tijd doet een team bestaande uit een forensisch milieuonderzoeker, een groepsleider, een psycholoog, een psychiater en een jurist intensief onderzoek. Na zes weken komt er een eindoordeel in de vorm van een rapportage. Hier staat in of de observandus een psychische stoornis of ziekte heeft, hoe toerekeningsvatbaar de verdachte is, of er een kans op herhaling aanwezig is (en daarmee gevaar voor de samenleving) en wordt er advies aan de rechter uitgebracht. Dat kan tbs met dwangverpleging zijn, een maatregel die veel verdachten in strafzaken proberen te vermijden.

“Een onderzoek kan veel losmaken. Er wordt echt in het verleden van iemand gegraven en er kunnen confronterende vragen worden gesteld.”

Binnen

Aan de gevel in de Gansstraat is weinig opvallends te zien. Er hangen iets meer camera’s dan gebruikelijk bij een rijksgebouw maar niet veel wijst op het bestaan van de kliniek. Een bordje van het PBC geeft meer duidelijkheid. Bij binnenkomst merk je al gauw dat je niet een gewoon gebouw binnenstapt. Alle elektronische apparatuur moet ingeleverd worden en krijg je pas weer mee als je naar buiten gaat, ook moet je jezelf legitimeren en door een metaaldetector.

“Heel soms komt een observandus ook binnen via de voordeur”, vertelt Leonie. Ze is een van de groepsleiders van het PBC en wacht mij samen met haar collega-groepsleider Willem op. “Maar meestal worden ze gebracht vanuit een ander huis van bewaring.” Lopend door de gangen van het instituut, gevuld met kunst gemaakt door gedetineerden, vertellen ze wat hun werk inhoudt: “Wij begeleiden alle activiteiten op en buiten de afdeling, zoals arbeid, sport en recreatie.” Willem vult aan: “We schrijven ook dagelijks onze observatiebevindingen. Alles wat we zien of horen rapporteren wij en draagt bij aan de uiteindelijke conclusie.”

Utrechter Willem werkt al veertig jaar in de Gansstraat. In het gebouw naast het PBC hebben tal van andere justitiële diensten gezeten waar hij ook heeft gewerkt. In 1999 begon hij als groepsleider. “Heel interessant werk en elke dag anders. Leonie is het daar mee eens: “Ik werk nu acht jaar hier als groepsleider, daarvoor werkte ik in een tbs-kliniek, de dynamiek van dit werk is prachtig.”

Het PBC heeft plek voor 32 observandi. Deze zijn verdeeld over vier afdelingen. Elke afdeling bestaat uit een gang met acht cellen, een cockpit (een glazen ruimte van de groepsleiding), een recreatieruimte met een keuken, twee badkamers en een wasruimte. Naast de vier reguliere afdelingen is er ook een separeer- en isolatiecel, een luchtplaats, sportruimten, spreekruimten en een gebedsruimte.

Donkere blik

“Als de observandi binnen worden gebracht worden ze eerst gevisiteerd”, vertelt Leonie. “Dan worden ze op een van de afdelingen geplaatst en begint de observatie.” Willem: “In die zes weken proberen wij zo normaal mogelijk met hen in contact te treden. Zo dragen wij geen uniform en lezen wij niet eens altijd de tenlastelegging, om zo neutraal mogelijk in het onderzoek te stappen.” Het uiteindelijk doel is een zo volledig mogelijk rapport met zo concreet mogelijke beschrijvingen: “Ik schrijf dus niet alleen op dat iemand boos is. Ik vertel ook over de donkere blik in iemands ogen of de kloppende ader in iemands nek. Hiermee voorkomen we foute beoordelingen. Iemand kan ook gewoon de hele tijd boos kijken, maar niet boos zijn .”

De kwaliteit van het onderzoek, de observatie en de uiteindelijke rapportage is een belangrijk onderwerp binnen het PBC. “Wij willen altijd state of the art werk afleveren”, vertelt directeur Stalman. “Zo werken wij tegenwoordig ook met een externe commissie, mensen van buitenaf met een hoge standaard. Hoogleraren, advocaten, wetenschapsjournalisten, ervaren rechters en andere collega’s laten we kijken naar geanonimiseerde rapporten en commentaar leveren. Kwaliteitsborging is voor een instituut als het onze zeer belangrijk.”

Op een ander niveau leveren Willem en Leonie ook constant commentaar op elkaar. “Per acht observandi zijn er altijd drie groepsleiders aanwezig. Wij controleren elkaar continu. Dan vragen we aan de ander ‘waarom vind jij dit, waarom zie ik dat anders?’ Het voelt als een tweede natuur, altijd kritisch zijn, niet alleen naar de collega’s maar ook naar jezelf.” Leonie geeft een simpel voorbeeld: “Stel dat iemand de hele tijd in een vies T-shirt loopt, dan kan je denken dat hij niet veel geeft om z’n hygiëne. De werkelijkheid kan zijn dat hij eigenlijk geen andere kleding heeft. Je moet altijd breder kijken.”

Een brede blik hebben Leonie en Willem zeker. De twee groepsleider gaan bijna elke dag van het jaar om met figuren die door veel Nederlanders als gekken en gestoorden worden bestempeld. “In de media zijn vaak de naarste verhalen over verdachten te lezen en veel mensen hebben dan hun mening al klaar”, vertelt Willem. “Wij willen juist weten wat voor persoon er achter de verdachte zit.” Leonie vult aan: “Wij lezen ook de verhalen in de media maar hier op de afdeling lijken sommige verdachten dan een totaal ander mens. Wij willen weten wat daar achter zit, dan kan je het delict vaak ook beter begrijpen.” Hoe vriendelijk de twee soms praten over de observandi en hoe neutraal ze ook in hun werkwijze zijn, vriendschappelijke contacten zullen ze nooit opbouwen. “We houden professionele afstand, het doel is een veiligere maatschappij.”

Veiligheid

De veiligheid is in het instituut goed gewaarborgd. Op veel plekken hangen camera’s, de beveiliging is nooit ver weg, de stalen deuren en de verharde ramen zijn niet in te trappen en scherpe voorwerpen worden opgeborgen. Leonie wijst naar een kast in de cockpit, deze personeelsruimte ligt tussen de gang met de cellen in en de recreatieruimte. “Hier bewaren we alle messen, vorken, scheermessen en andere mogelijke gevaarlijke spullen.” Aan de buitenkant van de cellen zitten lichtknoppen: “Zodat we ook ’s nachts door het luikje wat zien. Dat doen we alleen als we denken dat het nodig is, de nachtrust gaat voor.”

Spanningen

“Het kan zeker een spannende periode zijn voor de observandi”, vertelt directeur Stalman. “Iedereen weet wat bij ons de bedoeling is. De verdachte realiseert zich dat de informatie die bij ons verkregen wordt gevolgen heeft voor zijn rechtszaak. Dat kan druk geven.” Leonie vertelt verder: “Een onderzoek kan ook heel veel losmaken. De milieuonderzoeker gaat bijvoorbeeld echt in het verleden van iemand zitten graven en er kunnen confronterende vragen worden gesteld.”

Een probleem waar het PBC steeds vaker mee te maken krijgt zijn verdachten die weigeren mee te werken. “Dit kan zover gaan dat iemand zes weken in zijn cel wil blijven zitten en op alle vragen zwijgt”, vertelt begeleider Willem. “Overigens noemen wij dat moeilijk onderzoekbaar. Want ook al weiger je mee te werken, het observeren gaat door. Denk aan de manier hoe iemand zich gedraagt tijdens het eten, hoe iemands persoonlijke hygiëne is.” De directeur bevestigt dat: “Er zijn mensen die weigeren om mee te werken en die heel veel laten zien en horen. Andersom zijn er mensen die claimen mee te willen werken, waar je maar heel moeilijk informatie boven tafel krijgt.” Ook kunnen gedetineerden zich anders voordoen: “Het zou hoogmoedig zijn om te zeggen dat we niet te misleiden zijn. Maar doordat we zo veel verschillende bronnen gebruiken, met een multidisciplinair team werken en zien hoe iemand zich op de afdeling gedraagt is de kans heel minimaal.”

Weerslag medewerkers

Het werken met mensen die verdacht worden van heel gruwelijke feiten, zoals moord en verkrachting, heeft z’n weerslag op de medewerkers. “Ik werk nu 35 jaar in de forensische psychiatrie en ben langzaam gegroeid als rapporteur en behandelaar. Maar zo’n 25 jaar geleden ben ik naar de managementkant overgestapt”, vertelt de directeur. “Je gaat je realiseren wat het doet als je dag in dag uit met mensen omgaat die in hele moeilijke omstandigheden zitten, waar het lastig mee omgaan is. Mensen die dingen hebben gedaan, zeggen of doen die je raken en onder je huid kunnen komen te zitten. Het is heel belangrijk om te bedenken wat voor dingen je nodig hebt in dit soort instituten om je personeel voldoende te beschermen en ondersteunen.”

“Het zou hoogmoedig zijn om te zeggen dat we niet te misleiden zijn. Maar doordat we met een multidisciplinair team werken en zien hoe iemand zich op de afdeling gedraagt is de kans heel klein.”

Toen Stalman in 1984 als twintiger bij de kliniek begon was daar minder aandacht voor. “Mijn eerste onderzoek was gelijk een heel ingrijpende en ik was een van de drie jongere psychologen. Na het werk zochten we elkaar wel op om te praten over onze ervaringen en over wat het met ons deed.” De directeur heeft zich in zijn carrière dan ook altijd hardgemaakt voor een opvangsysteem bij incidenten en calamiteiten. “Als je dit niet doet kan een incident echt gevolgen hebben voor iemands functioneren.” Tegenwoordig gebeurt dat in het PBC dan ook voldoende, volgens Leonie en Willem: “Alles wordt als het nodig is besproken en er zijn verschillende collega’s getraind om hier op een goede manier met andere collega’s over in gesprek te gaan.”

Verhuizing

Lopend door het pand vertellen Willem en Leonie dat het verhuizen van het PBC uit Utrecht niet voor alle medewerkers even gemakkelijk is. “Ik werk hier al veertig jaar en kon altijd op de fiets, straks moet ik twee keer 45 minuten rijden naar Almere.” Het gevoel is ook belangrijk: “Wij zijn toch wel een beetje verknocht aan deze plek. Zo kennen we hier allemaal het PBC-monster”, lacht Willem. “Als je op afdeling twee aan het wassen bent en je wilt op de andere afdeling water pakken dan gorgelen alle buizen.”

“Altijd kritisch zijn is een tweede natuur, niet alleen naar de verdachten maar ook naar collega’s en naar jezelf”

Ondertussen stappen we een van de cellen in. Een klein bureautje, een matras, een toiletpot met een klapdeurtje ervoor, een kleine televisie en een raam. Meer is een cel niet. Als je uit het raam kijkt zie je de Domtoren, Sterrenwijk en de oude spoorlijn. “De binnenstad is altijd een mooi aanknopingspunt voor een gesprekje. In Almere zal dat toch anders zijn”, vertelt Leonie. “En vroeger reed hier nog de stoomtrein langs naar het Spoorwegmuseum, we hebben weleens klachten gehad omdat een verdachte in z’n nakie voor het raam gek stond te doen.” Hoe jammer Leonie en Willem het ook vinden, ook zij begrijpen wel dat de kostenoverweging gemaakt moet worden.

 

Stalman noemt financiën de belangrijkste reden om te vestigen naast de Oostvaarderskliniek in Almere: “Wij staan hier nu als instituut in ons uppie en dat is heel inefficiënt. Voor een groep van 32 gedetineerden moeten we een heel bedrijf runnen. We hebben veel beveiligers, een eigen technische dienst, een eigen medische dienst en het gebouw is duur en verouderd. Daarom is er al eerder besloten dat het zo niet langer financieel te exploiteren is. Qua woon- en beveiligingslasten gaan we er flink op vooruit als we naar Almere gaan.” Overigens begrijpt hij goed dat niet iedereen meteen enthousiast is. “Sommige mensen zijn helemaal vergroeid met deze plek, hun hele woon-werkverkeer staat ingesteld op deze straat.”

Ook Stalman zelf is gehecht aan de Gansstraat. “Ik denk dat er een emotionele band is tussen Utrecht en het PBC, dit heeft vooral te maken met de hele ontstaansgeschiedenis. Utrecht is een voorloper geweest op het gebied van forensische psychiatrie en dat baanbrekende werk is geconcretiseerd in dit gebouw. Het PBC voelt nog Utrechts.” Maar dan zegt hij: “Het nieuwe gebouw zal ook echt gaan leven als we daar onze intrek nemen. Ik merk nu al dat als ik wat bouwtekeningen meeneem er steeds meer positieve reacties komen. Ook in Almere gaan we verder.”

Toekomst

Een nieuwe bestemming voor het huidige Pieter Baan Centrum-gebouw staat nog niet vast. Er zijn plannen voor een tweede Utrechts asielzoekerscentrum, dat vanaf 2019 plaats zou moeten bieden aan zeshonderd asielzoekers. “De gemeente heeft meerdere locaties in de stad onderzocht. Daaruit kwam de locatie Gansstraat naar voren als enige geschikte plek voor langdurige opvang”, is te lezen op de gemeentelijke website. Er is echter nog geen definitief besluit genomen.

Tekst: Robert Oosterbroek

3 Reacties

Reageren
  1. [email protected]

    Ontzettend leuk artikel om te lezen, ook zeer informatief, laat weer eens een andere kant zien van deze kliniek.

  2. Piet

    Zou zonde zijn om er een azc van te maken.
    Iets als hotel restaurant, museum of escaperoom zou beter passen.
    Zeker met de oosterspoorbaan in ontwikkeling, wordt echt een fietskruispunt.

    32 plekken worden 600 plekken, right

  3. Martien Hunnik

    Heb daar 2 keer 6 weken gezeten in 1983
    Veel aardige groepsleiders werkten daar
    Uitendelijk was er geen eenluidende conclusie
    En ben veroordeeld tot tbs met dwangverpleging.
    In 2016 werd ik alsnog vrijgesproken
    In wat nu de showbizzmoord heet

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).