Elke zaterdag op DUIC een gedicht over de actualiteit van het Utrechts Dichtersgilde

Elke zaterdag op DUIC een gedicht over de actualiteit van het Utrechts Dichtersgilde

Het nieuws optillen en net even van een andere kant bekijken. Dat is dichten over de actualiteit. Tenminste, volgens Chrétien Breukers, voorzitter van het Utrechts Dichtersgilde. Vanaf heden zal hij, eerst alleen, later afwisselend met andere leden van het gilde, elke zaterdag een gedicht over de actualiteit schrijven voor DUIC. 

Het Utrechts Dichtersgilde is een initiatief van Ingmar Heytze. In 2011 nam het gilde de taken van de stadsdichter formeel over, met het doel om de poëzie in Utrecht te bevorderen. Dit jaar is Breukers—tevens ook hoofdredacteur van het succesvolle literaire weblog De Contrabas—voorzitter van het Utrechts Dichtersgilde.

Of het nu over Ruben Nicolai gaat die voorleest aan 300 baby’s, of de slepende geboorte van het Muziekpaleis; met de nieuwe rubriek ‘’Dwars door de stad met het Utrechts Dichtersgilde’’ zal er op DUIC plek zijn voor een poëtische verfrissing van het nieuws. Gaat alles volgens plan, dan zal Breukers het werk na acht weken afwisselen met andere leden van het gilde.

Veel mensen zullen zeggen: ‘’Ha, DUIC krijgt haar eigen Nico Dijkshoorn’’

Dat begrijp ik, maar je zult zien aan de gedichten dat het toch net iets anders is. Ik kijk weleens naar Nico Dijkshoorn en vond wat hij deed in het begin werkelijk erg verfrissend. Maar de laatste keren merk ik dat hij altijd iets zegt over de muziek. Het is alsof hij het zelf ook allemaal niet meer weet. Logisch ook: het is natuurlijk wel erg lastig om jezelf vier tot vijf jaar elke keer weer aan te zwengelen. Maar hij heeft natuurlijk een tamelijk legendarisch stukje televisie gecreëerd toen hij Mart Smeets te grazen nam waar de man zelf bij zat. Dat is natuurlijk ook wel een makkelijk doelwit. Zo’n groot ego, als je daar nog om heen kunt. In die zin is Nico Dijkshoorn misschien een goed en een slecht voorbeeld. Het is leuk om poëtisch te reageren op het nieuws, maar je moet ook uitkijken dat het vers blijft.

Wat kan de dichtkunst toevoegen aan de actualiteit?

Een actualiteitsgedicht is net zoiets als een column in de oude zin van het woord, denk ik. Vroeger was een column een echt cursiefje. Het stond vaak letterlijk cursief afgedrukt in de krant en werd geschreven door iemand die net iets anders tegen het nieuws aankeek. Nu zijn columns vaak opiniërend van karakter. Maar in die zin is Martin Bril een ouderwetse columnist, iemand die het net even anders doet. En dat doen wij met onze gedichten ook. Een aantal van onze leden—Onno Kosters al een aantal keer zelfs— heeft het ook al eerder gedaan, bij het EO programma Dit is de Dag bijvoorbeeld. De functie van zo’n gedicht is het nieuws even optillen om het vervolgens net even van de andere kant te laten zien.

Kun je de actualiteit anders aanpakken omdat poëzie de taal ook anders gebruikt?

Ja, dat ook. Maar vooral omdat je jezelf buiten de standaard journalistieke normen zet. Als je journalistiek bedrijft kun je niet zomaar Mart Smeets een waakhond noemen. Dan moet je bewijzen, met bronnen, dat Mart Smeets een waakhond is. Bij dichten kun je dat gewoon stellen. Dat kun je in de taal laten gebeuren. In die zin gebruik je de taal misschien anders.

Is actualiteit de nieuwe roeping van de dichtkunst, of slechts een zijstraat?

Het is weliswaar een zijstraat, maar wel een heel belangrijke zijstraat. Ik merk dat dichten over de actualiteit soms erg verrassende onderwerpen oplevert, waar je zelf zo gauw niet op gekomen zou zijn. Over Ruben Nicolai die aan baby’s voorleest bijvoorbeeld. Moeders met baby’s op schoot en een lama ernaast. Daar klopt iets niet helemaal en dan ga je daar over schrijven. Het wordt een gedicht dat typisch van jezelf is, maar dat onderwerp had je nooit zo bedacht. Het is dus een erg interessante zijstraat.

En als eerste onderwerp, het Zandpad?

Ja, daar heb ik inderdaad al over nagedacht. Ik ga geen veldwerk doen, natuurlijk. Maar als ik de kinderen naar de Avondvierdaagse breng dan zie je die treurige rij boten en auto’s. Ik denk dat ik daar iets mee ga doen. Ineens is daar geen leven meer dadelijk, stel ik me dan voor. Die boten worden weggesleept, of blijven hol achter. Geen lichtjes meer. Die auto’s rijden als een soort droom, als in een Amerikaanse roadmovie. Als in een liedje van Bruce Springsteen. En iedereen denkt: wat is hier in hemelsnaam gebeurd. Ik zag in de krant gisteren ook dat Aleid Wolfsen eregast zal zijn in Parijs, bij aankomst van de Tour de France. Dat hij pleit om zoiets als de Tour de France naar Utrecht te halen, zo’n enorme lijdensweg, terwijl hij net zijn hele eigen lijdensweg achter de rug heeft. Dat maakt natuurlijk ook de dichter in mij los. (Interview: Michael Royall)

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).