Drie onderzoekers gaan de komende tijd onderzoek doen naar of Utrecht een aandeel heeft gehad in het slavernijverleden. De onderzoekers zijn Nancy Jouwe van Amsterdam University College en Matthijs Kuipers en Remco Raben van de Universiteit Utrecht.
Gemeente selecteert 3 onderzoekers om slavernijverleden van Utrecht in kaart te brengen

Nancy Jouwe is de voormalig directeur van stichting Kosmopolis, een platform dat voor kunst en cultuur gericht op ontwikkelen van interculturele verbindingen tussen mensen. Ze heeft als directeur van Kosmopolis onder meer de wandelroute Mapping Slavery/Sporen van Slavernij in Utrecht ontwikkeld. De gemeente heeft haar gevraagd contact te zoeken met wetenschappers van de UU.
Nancy Jouwe werkt voor het onderzoek samen met Matthijs Kuiper, docent Politieke geschiedenis aan de UU en met Remco Raben, Universitair Hoofddocent Geschiedenis aan de UU en bijzonder hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.
Formele excuses
Het onderzoek naar de geschiedenis van de slavernij in Utrecht gaat bestaan uit literatuur- en archiefonderzoek. Er wordt onder meer een analyse gemaakt van de toenmalige elite in Utrecht. Ook worden dataverzamelingen gedaan rond thema’s als rentenieren in Utrecht, de aanwezigheid van mensen van Afrikaanse en Aziatische afkomst en van abolitionisten in Utrecht.
De kosten van het onderzoek zijn 20.000 euro per jaar, met een totaal van 40.000 euro. De eerste fase van het onderzoek moet na de zomer zijn afgerond. De resultaten van de eerste fase worden gepresenteerd in een bijeenkomst waar ook publiek bij aanwezig kan zijn. Daarna start de tweede fase, met als doel om in het voorjaar van 2021 met een publicatie te komen.
Als uit het onderzoek blijkt dat Utrecht inderdaad een aandeel heeft gehad in het slavernijverleden, moet dat een eerste opmaat zijn naar formele excuses tijdens Keti Koti op 1 juni 2020 of 2021.
Niet samenwerken
De gemeente Utrecht kiest er in het onderzoek voor om niet samen te werken met Amsterdam en Rotterdam. Wel is volgens de gemeente binnen het onderzoek sprake van afstemming met andere gemeentes.
Utrecht zal niet met de steden samenwerken, omdat Rotterdam al twee jaar bezig en in de laatste fase zit van een eigen onderzoek naar het slavernijverleden. Amsterdam laat ook een onderzoek doen, maar blijkt te veel te verschillen van Utrecht in die tijd. Amsterdam had bijvoorbeeld veel meer inwoners dan Utrecht en zowel de VOC als de WIC hadden hun hoofdkantoren mede in Amsterdam.



