Gemeente Utrecht beraadt zich op mogelijke excuses voor slavernijverleden van de stad

Afbeelding

Burgemeester Sharon Dijksma en wethouder Linda Voortman hebben woensdag het boek ‘Slavernij en de stad Utrecht’ in ontvangst genomen. Het boek kwam er naar aanleiding van een in 2019 aangenomen motie waarin gevraagd werd om een onderzoek naar het slavernijverleden van de stad Utrecht. Naar aanleiding van de resultaten gaat de gemeente Utrecht zich beraden op mogelijke excuses vanwege de rol die de stad gespeeld heeft in de slavernijgeschiedenis.

Cultuurhistoricus Nancy Jouwe voerde het onderzoek in opdracht van de gemeente Utrecht uit. In het onderzoeksteam zaten, naast Jouwe, Matthijs Kuipers, docent Politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en Remco Raben, universitair hoofddocent Geschiedenis aan de Universiteit Utrecht en bijzonder hoogleraar koloniale en postkoloniale literatuur en cultuurgeschiedenis aan de Universiteit van Amsterdam.

De deskundigen deden de afgelopen twaalf maanden onderzoek naar de rol van de stad Utrecht en het stadsbestuur in het slavernijverleden. Daarvoor spitten zij ruim 31 kilometer aan archiefstukken door. Uit het onderzoek blijkt nu dat zowel bestuur en instanties als inwoners van Utrecht direct en indirect hebben aangezet tot, geïnvesteerd in en geprofiteerd van koloniale exploitatie.

Tekst loopt door onder de tweet

Hoofdonderzoeker Nancy Jouwe noemde de boekpresentatie een bijzonder en ‘ook wel een beetje ontroerend’ moment. “We zijn zelf ook verrast door de vele historische feiten die aan het licht zijn gekomen. Utrecht is een stad die door haar bewoners niet wordt geassocieerd met koloniale geschiedenis, laat staan een slavernijverleden”, legt Jouwe uit. “Dit onderzoek brengt daar verandering in. […] We hopen dat de publicatie anderen inspireert om meer onderzoek te doen, want er is nog veel te ontdekken.”

Instituties

Uit het onderzoek blijkt dat alle grote instituties in Utrecht hebben geprofiteerd van de slavernij: de gemeente, Rooms-Katholieke kerk, zendingsverenigingen, musea en de universiteit. Van de zogenoemde Vroedschapsleden, een soort voorloper van de gemeenteraad, inclusief burgemeesters, had in de zeventiende eeuw 23 procent en in de achttiende eeuw 42 procent directe en indirecte belangen in de slavernij.

Tekst loopt door onder de foto [caption id="attachment_369580" align="aligncenter" width="1024"] Beeld: Het Utrechts Archief[/caption]

Hendrick van Asch van Wijck (1707-1785), bijvoorbeeld, was gedurende zijn leven burgemeester, plantagehouder én bewindhebber van de West Indische Compagnie, de handelsmaatschappij die op grote schaal Afrikaanse slaafgemaakten naar de Amerika’s vervoerde. In die hoedanigheid was hij betrokken bij de stichting van verschillende plantages in Suriname.

Tekst loopt door onder de tweet

Werkgelegenheid

Een andere belangrijke conclusie heeft te maken met werkgelegenheid in Utrecht. Utrecht had dan wel geen grote koloniale instituties, zoals Amsterdam en Rotterdam wel hadden, maar de slavernij bracht in Utrecht wel werkgelegenheid.

De VOC voorzag in werk voor 2.800 Utrechters, wat destijds ongeveer 10 procent van de inwoners van de stad was. Het onderzoek laat dus zien dat Utrecht, als stad zonder grote koloniale instituties, toch nauw verbonden is met de Nederlandse slavernijgeschiedenis.

Abolitionisme Aan de andere kant speelde status van Utrecht als religieus centrum een rol in deze tijd. De stad had bijvoorbeeld een theologische faculteit en heeft vervolgens een grote rol gespeeld in de roep om afschaffing van de slavernij. Utrecht kan gezien worden als centrum van abolitionisme, stellen de onderzoekers.

‘Zwaar gemoed’

Dijksma noemde het boek ‘een van de belangrijkste en misschien wel hét belangrijkste boek’ dat in Utrecht is verschenen. “U mag best weten: ik neem dit boek in ontvangst met een zwaar gemoed. De rol van Utrecht in de koloniale economie en het slavensysteem was groter dan tot nu toe werd aangenomen. De conclusies zijn hard, confronterend en noodzakelijk”, zei Dijksma nadat ze het boek in ontvangst had genomen.

"U mag best weten: ik neem dit boek in ontvangst met een zwaar gemoed" - Burgemeester Sharon Dijksma

“Dit onderzoek maakt pijnlijk duidelijk dat achter de economische voorspoed in onze stad ook veel leed verborgen zit van mensen die soms letterlijk het leven lieten, maar wiens namen nooit in de geschiedenisboeken terechtkwamen. Het is onze verantwoordelijkheid dat leed en die misstanden samen een plek te geven.”

Pijnlijk

Wethouder Linda Voortman sluit zich aan bij de uitspraken van de burgemeester. “Ik ben het met de burgemeester eens dat het pijnlijk is om te lezen hoe zeer we betrokken waren, maar ik ben ook blij dat het onderzoek er is”, zei ze tijdens de boekpresentatie.

"Het is pijnlijk om te lezen hoe zeer we betrokken waren" - Wethouder Linda Voortman

“De onderzoekers zijn zeer grondig te werk gegaan en hebben veel nieuwe en waardevolle inzichten boven tafel gebracht. Hun onderzoek legt bloot dat onze tijd destijds formeel betrokken was bij de slavenhandel. We moeten dit deel van onze geschiedenis onder ogen zien en het gesprek daarover in alle openheid aangaan. Zodat we deze bladzijden uit onze geschiedenisboeken een plek kunnen geven in de stad, ook voor volgende generaties.”

Excuses

De gemeente Utrecht gaat op basis van de onderzoeksresultaten besluiten of Utrecht excuses gaat aanbieden voor de Utrechtse slavernijgeschiedenis. Nu de resultaten bekend zijn, kan dat proces beginnen. Naar verwachting wordt hierover in oktober een besluit genomen. In 2023 komt mogelijk ook een slavernijmonument in Utrecht.

Het boek is verschenen bij uitgeverij Walburg Pers en is daar en in de boekhandels verkrijgbaar vanaf woensdag. Het boek is ook in te zien bij de bibliotheken in Utrecht.

Gerelateerde berichten