Het jaar van Chrétien Breukers: “Met Gerrit Komrij heeft hij hetzelfde gedaan. Zwart maken tot aan zijn dood”

Het jaar van Chrétien Breukers: “Met Gerrit Komrij heeft hij hetzelfde gedaan. Zwart maken tot aan zijn dood”
Voor de rubriek Het Jaar Van interviewt de DUIC-redactie aan het eind van het jaar 5 mensen die in Utrecht onderwerp van gesprek zijn geweest. In dit deel Chrétien Breukers.

Voor de rubriek Het Jaar Van interviewt de DUIC-redactie aan het eind van het jaar 5 mensen die in Utrecht onderwerp van gesprek zijn geweest. In dit deel Chrétien Breukers.

Tot voor kort was Chrétien Breukers Gildemeester van het Utrechts Dichtersgilde. Onderzoek naar de financiële perikelen rondom het Gilde maakte daar een einde aan. Er werd in het Gilde unaniem gestemd voor het royeren van Breukers. Hij zou gesjoemeld hebben met rekeningen.

Het moment

“Het was een jaar met hoogte- en dieptepunten. Een hoogtepunt was het verschijnen van mijn eerste prozaboek. Het boek, Een zoon van Limburg, kwam begin maart uit en liep tot mijn verrassing heel goed. Ik kreeg er goede reacties op en het werd goed verkocht. Maar het was ook de opmaat naar een van de dieptepunten van het jaar”, vertelt Breukers. “Mijn relatie, die al slecht ging, ging uit. Toen heeft mijn voormalige partner iemand anders inzage in mijn papieren gegeven en daar kwam uit naar voren dat er met geld geschoven was.” Breukers vertelt dat het collega-dichter Bart FM Droog was die inzage kreeg in al zijn papieren. Hij en Breukers liggen al langer overhoop. Volgens Droog dupeert Breukers regelmatig dichters en sjoemelt hij met geld. Droog heeft een dossier op zijn website waarin hij duidelijke voorbeelden geeft. “Het is een op mijn persoon gerichte obsessie. Het is eervol dat ik zijn hobby ben maar het is ook wel vervelend.” Breukers en Droog werkten ooit nog samen: “Voor de website Contrabas kreeg ik subsidie en toen heb ik hem een column aangeboden omdat hij aan lager wal was geraakt. Ook heb ik ervoor gezorgd dat hij subsidie kreeg voor zijn Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Daar is zijn wrok tegenover mij begonnen. We hadden afgesproken dat hij 75 procent van de opbrengsten zou krijgen en ik 25 procent. Dat vond hij nog te veel. Het is een rupsje-nooit-genoeg. Met Gerrit Komrij heeft hij hetzelfde gedaan. Zwart maken tot aan zijn dood.”

Breukers geeft wel toe te hebben geschoven met geld: “Deels door persoonlijke omstandigheden en deels door luiheid. Dat is mij aan te rekenen. Het is een domme actie die niet getuigt van zakelijk inzicht. Het ging altijd goed, totdat dat kaartenhuis in elkaar dondert en dan dondert ook alles in elkaar.” De dichter geeft echter aan dat het geen vooropgezet plan was om er financieel beter van te worden. “Dat is de beeldvorming die nu ontstaan is.” Het schuiven met gelden werd in de publiciteit gebracht: “Daardoor kon ik niets meer terugschuiven en werd ik meteen aan de hoogste boom geknoopt.” Breukers zegt over het dieptepunt: “Het was als een mug met een kanon doodschieten, en ik was de mug in dit geval.”

Toen bekend werd bij het Utrechtse Dichtersgilde dat Breukers niet correct was omgegaan met subsidies en rekeningen werd hij geroyeerd. Breukers vindt dat zo’n royement niet de schoonheidsprijs verdient: “Ik zou in eenzelfde geval nooit voor hebben gestemd. Het heeft juist voor een publicitaire golf gezorgd.” Dit zou volgens Breukers meer kapot hebben gemaakt dan goed is. “Het was voor de Volkskrant bijvoorbeeld aanleiding om over te gaan tot publicatie van een artikel over het verhaal. Dat soort publiciteit is onomkeerbaar, ook al zeg ik 100 keer dat het meevalt, toch blijven mensen zeggen: met die Breukers moet je uitkijken. Ik zou nooit voor royement gestemd hebben als het iemand anders betrof.”

Ondertussen is Breukers bezig met het afbetalen van zijn schulden: “Als ik tot mei op deze voet blijf doorgaan dan kan ik alles afbetaald hebben. De eerste grote terugbetalingen zijn gedaan. Het is heel vervelend, maar minder onoverkomelijk dan ik in het begin dacht.”

Goed jaar

Naast alle negatieve verhalen laat de Utrechtse dichter weten dat het ook een goed jaar voor hem is geweest: “Ik ben weliswaar letterlijk op mijzelf teruggeworpen, maar ik ben daar niet ontevreden over. Ik heb zelfs een zekere trots. Het is ook verantwoordelijk voor een golf van productiviteit die nog jaren kan aanblijven.” De schrijver is wel opdrachten misgelopen: “Ook word ik er soms op aangesproken of maken mensen er grapjes over. De beeldvorming rondom mij is definitief veranderd. Ik kan alleen maar terugslaan met hetgeen wat ik schrijf en publiceer.”

2015

Naast het terugbetalen van zijn schulden zal Breukers volgend jaar meerdere werken publiceren. “Er komt een roman uit, Lot. Het gaat over een schrijver die de staatsloterij wint. Die schrijver heet ook Chrétien Breukers. Het personage is een mengeling van een goede vriend van mij die gestorven is en ik. Die schrijver komt er na allerlei verwikkelingen op zijn 49e, net zo oud als ik nu ben, achter dat hij zijn leven niet door het lot wil laten bepalen. Hij moet alles nog één keer veranderen om het lot in eigen hand te nemen.” Het verhaal toont vergelijkingen met de situatie waar Breukers nu inzit: “Hoewel het niet precies hetzelfde is, komt het personage uit op hetzelfde punt als waar ik ben uitgekomen. Het is autobiografisch maar niet echt gebeurd. Zo heb ik geen loterij gewonnen, dan waren mijn problemen aanzienlijk kleiner.”

Veel goede voornemens heeft Breukers niet: “Vooral gewoon doorgaan, meer kan ik niet doen. Als ik deze weg vervolg, kan het alleen maar beter worden. Ik ben als schrijver nu volledig vrij.”

Zie hieronder de reactie van Bart FM Droog:

10 Reacties

Reageren
  1. Bart FM Droog

    In het DUIC-interview met Chrétien Breukers (29-12-2014) doet de geïnterviewde een aantal uitlatingen die op z’n minst opmerkelijk te noemen zijn.

    Er wordt gesuggereerd dat Breukers en ik samenwerkten sinds hij me (begin 2011) een column op zijn weblog de Contrabas aanbood, omdat ik aan lager wal geraakt zou zijn.

    In werkelijkheid werkten we, met onderbrekingen, vanaf 2004 tot mei 2012 samen. In dat jaar klopte hij bij mij aan om redacteur te worden bij een door mij geleid internetperiodiek.[1] In 2011 had ik overigens een vaste baan in de visverwerkende industrie. Aan wal, maar niet noodzakelijkerwijze aan de lagere zijde ervan.

    Helemaal cru maakt Breukers het met deze uitlating:

    “Ook heb ik ervoor gezorgd dat hij subsidie kreeg voor zijn Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Daar is zijn wrok tegenover mij begonnen. We hadden afgesproken dat hij 75 procent van de opbrengsten zou krijgen en ik 25 procent. Dat vond hij nog te veel.”

    De subsidieaanvraag (bij het Nederlands Letterenfonds) werd door ons beiden opgesteld. We hadden afgesproken dat zowel de lusten en de lasten 50/50 verdeeld zouden worden. Breukers inde vervolgens wel de helft van het uitgereikte geld, maar verrichtte zo goed als geen werkzaamheden.

    Dat was voor mij de reden de samenwerking op te zeggen en het gesubsidieerde deelproject met anderen te voltooien. Zowel het Letterenfonds als Breukers gingen, in juni 2012, akkoord met ‘de scheiding’. Bij de voltooiing van het deelproject, in maart 2013, eiste Breukers vervolgens een restbedrag van het subsidiegeld op.

    Zowel het Letterenfonds als ik probeerden hem tot redelijkheid te bewegen, tevergeefs. Daarop startte het Letterenfonds een interne juridische procedure, met als gevolg dat het restbedrag voor 100% aan Stichting Nederlandse Poëzie Encyclopedie werd uitgekeerd. [2]

    Bij het opstellen van de eindrapportage voor deze subsidie kwam ik een groot aantal ongerijmdheden tegen, rond Breukers en zijn eenmansbedrijf De Contrabas (weblog en uitgeverij). Ik heb toen een beperkt onderzoek gedaan naar hoe hij met de dichters uit z’n fonds omsprong.

    Dat leverde geen fraai beeld op: hij bleek structureel zijn auteurs te belazeren. Ze kregen geen royalty’s, geen inzage in de verkoopcijfers en bij bestellingen werden de boeken vaak niet geleverd. Resultaten van dat onderzoek werden gedeeld met het Nederlands Letterenfonds, de Vereniging van Letterkundigen en de Vlaamse Auteursvereniging.

    In juni 2014 werd ik door Breukers’ ex-partner benaderd. Zij zat met een aantal vragen over het zakelijk handelen van hem. Ze wist dat ik eerder onderzoek gedaan had. Ik heropende het onderzoek van 2013, vroeg bij dichters, drukkers, vormgevers, organisaties en instanties naar hun ervaringen met Breukers en deelde mijn bevindingen met een interne onderzoekscommissie van het Utrechts Dichtersgilde.

    Daarna werden mijn bevindingen gedubbelcheckt door twee onafhankelijke journalisten, binnenlandverslaggever Lidy Nicolasen van de Volkskrant en misdaadverslaggever Bart Lauret van het AD/UN. Beiden gingen tot publicatie over. [2a, 2b]

    Inmiddels was Breukers al afgetreden als Gildemeester van het Utrechts Dichtersgilde en geroyeerd als lid van die club.

    Naar nu blijkt heeft hij in zijn functie als Gildemeester in anderhalf jaar tijd € 7400,- verduisterd. Dat geld is Utrechts gemeentelijk subsidiegeld. Buiten het Gilde om heeft hij nog eens € 1500,- aan gemeentesubsidie verduisterd – al in 2008.[3]

    De fraude in Utrecht is overigens klein bier vergeleken bij zijn gefraudeer elders. Bij de provincie Friesland, bij de Rijksoverheid, bij de dichters uit zijn fonds, bij z’n drukkers en vormgevers, etcetera, etcetera. Zie: Dossier de Contrabas. [4]

    Dat Dossier stoelt op verklaringen van ruim honderd gedupeerden en direct betrokkenen uit Nederland en Vlaanderen, op uitspraken van rechtbanken, op dwangbevelen, op documenten van de Kamer van Koophandel, het Nederlands Letterenfonds en de provincie Friesland.

    In het DUIC-interview beweert Breukers ook dat ik met Gerrit Komrij hetzelfde gedaan zou hebben: “Zwart maken tot aan zijn dood.”’

    Daarmee liegt Breukers driedubbel: nooit heb ik een onderzoek gedaan naar de zakelijke activiteiten van Gerrit Komrij. Noch heb ik Komrij zwart gemaakt tot aan zijn dood – in 2003-2004 heb ik nauw met Komrij samengewerkt [5] en in de jaren daarna heb ik af en toe over Komrij bericht, in m’n hoedanigheid van poëzienieuwsverslaggever en encyclopedist.

    Het staat natuurlijk ieder vrij om deze zorgvuldig samengestelde Nederlandse Poëzie Encyclopediepagina http://www.nederlandsepoezie.org/dichters/k/komrij.html als zwartmakerij te bestempelen – maar wie dat doet heeft dan toch een tamelijk verwrongen beeld van wat dat is, zwartmakerij.

    Ook heb ik Breukers niet zwart gemaakt: ik heb onderzoek gedaan naar zijn zakelijk handelen. Dat het onderzoek geen vrolijk beeld oplevert is mij noch anderen te verwijten, maar louter en alleen Breukers zelf

    Bart FM Droog, Eenrum, 30-12-2014

    Noten

    [1] Zie: Jan Holtman. Interview met Bart FM Droog. Literair tijdschrift Extaze, september 2014.
    http://www.extaze.nl/?p=5728
    [2] Eindrapportage startsubsubsidie Nederlands Letterenfonds
    http://www.nederlandsepoezie.org/subsidie/2012/Eindrapportage.pdf
    [2a] Lidy Nicolasen. ‘Ruzie in Utrechts Dichtersgilde om subsidiegeld’. De Volkskrant, 04-09-2014.
    http://www.volkskrant.nl/agenda/ruzie-in-utrechts-dichtersgilde-over-subsidiegeld~a3737076/
    [2b] Bart Lauret. ‘Oud-meester maakt er financiële janboel van. Gilde, gemeente en drukkerijen willen geld zien’. AD/UN, 09-09-2014.
    [3] http://www.bartfmdroog.com/cb/utrecht.html
    [4] http://www.bartfmdroog.com/cb/
    [5] http://www.bartfmdroog.com/cb/komrij.html

  2. Petra van der Grift

    Wel… de contouren van een mooi verhaal worden in dit stuk al ruimschoots aangegeven. Dus dit gewoon verder gaan uitwerken aan de keukentafel!

  3. Anna Liss

    Mijnheer Breukers hangt iets elitairder verwoordt precies dezelfde verhalen op als de beunhazen die in ‘Opgelicht’ voorbijtrekken. Het zit allemaal anders, men wil hem kapotmaken of is ondankbaar, hij heeft een heeeel zwaar leven, en hij is al bezig het allemaal terug te betalen en dat zullen ze zien dat gaat gebeuren. Kletspraat dus.

  4. Martijn Benders

    Deze Gerrit Komrij imitator uit Limburg is nog nooit voor iets genomineerd en zijn ‘gelauwerdheid’ bestaat alleen in zijn eigen hoofd. Hij schreef een of ander suf boekje over Limburg dat nergens aandacht kreeg of genomineerd werd, deed een toer door wat Limburgse klaslokalen en bedroog zijn vrouw, die vervolgens een kast vol aanmaningen en dwangbevelen aantrof. Jammer dat er nog genoeg idioten rondlopen die geloven dat iemand autoriteit heeft alleen omdat hij dat zelf voortdurend onderstreept.

  5. Chrétien Breukers

    Geachte Anna Liss, ik geloof niet dat ik een zwaar leven heb. Het was wel een bizar jaar. Waar ik overigens geen dag van had willen missen. Voor de rest mag u suggereren wat u wilt; ik heb fouten gemaakt en die worden nu goedgemaakt; en dat is niet altijd even gemakkelijk, maar het lukt wel, op den duur. U bent niet degene aan wie ik verantwoording moet afleggen, toch dacht ik, kom, ik zeg het even.

  6. Frederik

    Geachte heer Mug, ik heb nu al uw geoudehoer over uw malversaties gelezen. Ik geloof dat niemand, maar dan ook niemand u nog gelooft, behalve uzelf. Dat is leuk voor een dichter. U heeft een wonderbaarlijke handelwijze. Maar waar blijven dan uw gedichten waarmee u uw levensloop kunt oplichten?
    Weet u wel? Lucebert noemde een dichter een oplichter…

  7. Dekker-Reijntjes, A.

    Opmerkelijk vind ik vooral dat Nicole Montagne eerst medio 2014 onderzoek liet doen naar de financiële gang van de vader van haar kinderen en inzage gaf in de boeken. Waarom deed ze dat niet eerder als ze zijn financiële gang zo’n schande vond? Het was precies het moment dat haar bekend werd dat haar partner haar bedroog en vertrok. Overigens moet ze dat publieke geheim toch al eerder geweten hebben? Wist mevrouw Montagne werkelijk niet waar haar partner mee bezig was en ging de lade met belastende stukken pas open toen de heer des huizes vertrokken was? Of is dit toch het werk van een gekrenkte, bedrogen, maar vooral rancuneuze vrouw die over lijken gaat en zelf uit de wind gehouden wil worden? Alleen insiders weten hoe het werkelijk zit, dus beide verhalen kunnen ook alleen vanuit dat perspectief gelezen worden.

  8. Arjan Witte

    Graag blijf ik in uw kolommen verschoond van de figuur Breukers. Ik mijd deze man al sedert 2005. De reden hiervan is dat hem de rol van entrepreneur in het literaire wereldje niet af gaat zonder sociale schades.
    Het zou fijn zijn als de man op literaire merites aan het woord kwam, besproken werd of in ieder geval op zou treden in een rol die de literatuur, en ook hem, eer aan doet. Niet dit.

  9. Cornelis van der Wal

    Gek toch, dat de enige ‘A. Dekker-Reijntjes’ die Google kent, een pseudoniem van Chrétien Breukers is.

  10. Hans

    Ik ontmoette Breukers 25 jaar geleden, en wist na 3 seconden dat je heel ver weg bij deze jongen moest blijven. Dat is me met verve gelukt, sterkte gewenst voor de minder gelukkigen…

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).