Hoe de Utrechtse politie optimaal gebruik leert maken van sociale media - De Utrechtse Internet Courant Hoe de Utrechtse politie optimaal gebruik leert maken van sociale media - De Utrechtse Internet Courant

Hoe de Utrechtse politie optimaal gebruik leert maken van sociale media

Hoe de Utrechtse politie optimaal gebruik leert maken van sociale media
Emile Vermeulen is Operationeel Expert Horeca en Social Media
Het herkenbare deuntje van je telefoon, gevolgd door een pushbericht met de melding: de politie volgt je nu. Een beangstigend bericht voor elke nietsvermoedende burger, zelfs als de melding van een sociaal medium als Twitter komt. Toch is zoiets anno 2019 niet gek meer. De politie wordt steeds actiever op sociale media, en ontdekt al lerend welke baten en gevaren dat met zich meebrengt. Zo ook de Utrechtse politie.

Het herkenbare deuntje van je telefoon, gevolgd door een pushbericht met de melding: de politie volgt je nu. Een beangstigend bericht voor elke nietsvermoedende burger, zelfs als de melding van een sociaal medium als Twitter komt. Toch is zoiets anno 2019 niet gek meer. De politie wordt steeds actiever op sociale media, en ontdekt al lerend welke baten en gevaren dat met zich meebrengt. Zo ook de Utrechtse politie.

Door: Job van Gasselt

Steeds meer Utrechtse agenten maken naar hartenlust gebruik van sociale media. Een tweet over onrust op de Nobelstraat, een foto van een arrestatie van een fietsendief op de Neude of een post over een serie babbeltrucs in de Vogelenbuurt. Wie wil weten wat de politie in de Domstad bezighoudt, is na een kort bezoek aan Twitter, Instagram of Facebook weer helemaal up-to-date.

‘Hyves is de grondlegger van alle online activiteit van de politie’

Emile Vermeulen is als Operationeel Expert Horeca en Social Media bij de Politie Utrecht nauw betrokken bij de toenemende rol die sociale media spelen in de communicatiestrategie van de politie. In de achttien jaar dat hij werkzaam is bij de politie heeft hij die ontwikkeling bovendien van dichtbij meegemaakt.

“Het begon eigenlijk allemaal met Hyves”, vertelt Vermeulen. “Dat is toch wel de grondlegger van alle online activiteit van de politie.” De Nederlandse politie begon ruim twaalf jaar geleden met Hyves, een Nederlandse sociaalnetwerksite die tussen 2004 en 2013 erg populair was. In 2006 maakte een woordvoerder van de politie Groningen bekend dat Hyves door de politie werd gebruikt bij het opsporen van verdachten. De zichtbare netwerken en gegevens van zogenaamde ‘members’ vormden een grote informatiebron voor de politie.

Ervaringen delen

De Utrechtse politie stapte pas later op de sociale media-kar. “Het ging bij ons pas spelen toen Twitter en Facebook populair werden, zo’n tien jaar geleden”, herinnert Vermeulen zich. “Die platformen gaven lokale agenten de mogelijkheid om ervaringen te delen met de buitenwereld en om in contact te komen met de digitale burger. Daarvóór ging alle communicatie vanuit de politie via de afdeling communicatie.”

Echt effectief en strategisch werden die platformen in het begin niet ingezet, volgens Vermeulen. “In het begin deed iedereen maar wat. Er waren nog geen richtlijnen. Alles draaide om het enthousiasme van de agenten en iedereen deed het ‘erbij’. De helderheid van wie nou wát communiceerde naar de buitenwereld ontbrak.”

Dwight van van de Vijver, jarenlang wijkagent in Kanaleneiland en inmiddels media-adviseur bij de afdeling communicatie van de Nationale Politie, herkent zich in dat beeld. “Het was destijds een warboel. In heel Nederland eigenlijk. Elke politie-eenheid in een stad had een eigen communicatieafdeling met een eigen visie op sociale media, en elke afdeling kon daar een zelfgekozen sausje overheen gooien. Door de jaren heen is er wat meer eensgezindheid in het beleid omtrent sociale media gekomen.”

Richtlijnen en beleid

Dat ging niet van de een op de andere dag. Een discussie over richtlijnen voor de Nederlandse politie in het gebruik van sociale media borrelde eind 2010 op toen districtschef Gerda Dijksman van de politie Zuidwest-Drenthe uit haar functie werd gezet vanwege een blunder op Twitter, onder het mom van ‘ernstig plichtsverzuim’. Eerder dat jaar had Geert Wilders al publiekelijk op het medium om haar ontslag gevraagd nadat zij de PVV fascistisch had genoemd. Ook vermeldde ze eens de volledige achternaam van een verdachte op Twitter.

‘Niet elke agent kan lukraak een Twitteraccount beginnen’

“De roep om training en richtlijnen klonk steeds luider”, blikt Vermeulen terug. “In eerste instantie werd er landelijk een intern beleid gemaakt om fouten op online platformen te voorkomen, maar eigenlijk kwam snel daarna het besef dat sociale media, zoals eerder Hyves werd gebruikt, heel nuttig kunnen zijn voor het werk van de politie. Dat zorgde uiteindelijk voor landelijke richtlijnen met daarin do’s en don’ts voor verantwoord gebruik van sociale media. Het opbouwen van een netwerk bijvoorbeeld. Een do waar ikzelf veel gebruik van heb gemaakt.”

Een digitaal aanspreekpunt voor elke Utrechter

Vandaag de dag zijn sociale media een belangrijk onderdeel van de online profileringsstrategie van de politie. Dat geldt ook voor de afdelingen in Utrecht. Daarbij dienen medewerkers zich wel te houden aan de eerder genoemde richtlijnen. “Er geldt nu een bepaalde procedure”, legt Vermeulen uit. “Niet elke agent kan lukraak een Twitteraccount beginnen, bij wijze van spreken. De doelmatigheid van sociale media is enorm belangrijk. Je moet voor jezelf inzien wat het nut is van zo’n account en welke doelgroep daarbij hoort.”

De Politie Utrecht streeft online naar zoveel mogelijk geografische en demografische dekking. Dat wil zeggen: elke wijk en elke leeftijdsgroep moet een digitaal aanspreekpunt hebben. Een account op sociale media is niet verplicht, maar wordt wel aangeraden. Vooral aan jonge agenten.

Daarbij staat professioneel gebruik hoog in het vaandel, beweert Vermeulen. “Agenten wordt natuurlijk niet opgedragen wat ze precies moeten tweeten of posten. Wel bepalen we samen wat relevant is om te vermelden online. Over Serious Request in Utrecht hebben wij als politie bijvoorbeeld niet veel geuit, omdat de gemeente daar de hoofdverantwoordelijk voor was. Op momenten dat het gaat om veiligheid, bijvoorbeeld tijdens drukte rondom een voetbalwedstrijd als FC Utrecht tegen Ajax, doen we dat natuurlijk wel.”

Voordelen

Het nut van online activiteit op sociale media door politie is makkelijk te benoemen. Kleinere klussen, zoals buurtonderzoek na een woninginbraak of het vinden van de rechtmatige eigenaar van een gestolen fiets, zijn een stuk eenvoudiger geworden. Maar volgens Vermeulen gaat het grootste voordeel verder dan dat.

“We zijn, wellicht door capaciteitsproblemen, niet voor iedereen zichtbaar op straat, maar door onze aanwezigheid op sociale media heeft de burger misschien juist meer het gevoel dat we er wél zijn. En daarbij voelen ze zich misschien ook wel veilig. Bovendien biedt dat ruimte voor meer toenadering tot de burger én voor een betere samenwerking om criminelen te pakken. Duizend twitteraars weten immers meer dan één politieagent.”

Trial-and-error

Toch blijft het gebruik van sociale media een kwestie van trial-and-error voor politieagenten. Sociale media hebben een explosiepotentieel. Door een multiplier, zoals een retweet, kan een betrekkelijk kleine zaak uitgroeien tot een topic van grote omvang. Dat komt natuurlijk ook omdat alle uitingen op sociale media onder een vergrootglas liggen, vooral de uitingen van de politie.

Dat ondervond de politie eind 2017 dan ook, toen het KRO-NCRV programma De Monitor in twee verschillende afleveringen aan het licht bracht dat medewerkers van de politie op sociale media onzorgvuldig omgingen met privacygevoelige beelden. De bevindingen van De Monitor zorgden voor veel ophef. Vooral politievlogger Jan-Willem, die in zijn video’s regelmatig werkzaam is in Utrecht, moest het ontgelden. Door gebruik van geolocaties wist de redactie van De Monitor aan de hand van zijn vlogbeelden eenvoudig te achterhalen waar verdachten woonachtig waren. De politie zag zich door het onderzoek gedwongen om de richtlijnen voor beeldgebruik op social media aan te passen. ‘Anonieme’ personen moeten sindsdien naast niet herkenbaar ook niet-herleidbaar in beeld gebracht worden.

“Als er iets is dat De Monitor ons bevestigd heeft, dan is het wel dat we verantwoord en bewust om moeten gaan met sociale media”, reageert Vermeulen op het onderzoek. “Nog steeds worden we af en toe op de vingers getikt. Ik ook. Ik heb ooit een foto van een dronken student geplaatst. Iemand maakte daar een opmerking over, iets over privacy. Daar kon ik me niet helemaal in vinden. Toen is er online een gigantische lading stront over me heen gekomen.”

“Het belangrijkste is dat we er lering uit trekken”, gaat Vermeulen verder. “Fouten maken en ‘op het randje zitten’ hoort erbij, maar daar moeten we wel beter van worden. Die gedachtegang heeft er uiteindelijk ook aan bijgedragen dat we nu veel serieuzer en doordachter met sociale media omgaan.”

Volgende stappen

Om toe te werken naar een ideale situatie, waarbij medewerkers van de politie optimaal gebruikmaken van de mogelijkheden van sociale media, dient er nog wel wat te gebeuren. Daar is Vermeulen het mee eens. “De blauwe online vlek moet groter, maar ook gestructureerder. Nog niet iedereen binnen de politie ziet in hoe bruikbaar sociale media kan zijn en wat de kracht ervan is. Dat proberen we duidelijk te maken door trainingen, sociale media-teams en het delen van successen. Maar we moeten altijd de gevolgen van een online uiting in acht nemen.”

Daar sluit ook Dwight van de Vijver zich bij aan. “We proberen de creativiteit van de individuele agent en van de dienders die goed zijn met sociale media, zoals Emile, te stimuleren. De doelstelling is altijd om dichtbij de burger te blijven en te ontdekken hoe we dat met nieuwe uitingen kunnen bereiken.”


Discussie op sociale media over tweets Utrechtse agenten

De afgelopen periode is er een aantal keer ophef ontstaan na uitingen op sociale media door de Utrechtse politie. Twee tweets van Utrechtse agenten zorgden voor de nodige reacties en daardoor zag de politie zich genoodzaakt om opheldering te geven.

Een 16-jarig meisje bracht in de nacht van 8 op 9 december vorig jaar een nacht door in de cel, omdat zij zich niet kon legitimeren. Het meisje probeerde binnen te komen bij een uitgaansgelegenheid aan de Nobelstraat in Utrecht met een valse identiteitskaart. Toen de politie erbij werd gehaald kon ze zich niet legitimeren met een juist ID. Daarop probeerde de politie de ouders te bellen, maar toen die niet opnamen moest het meisje mee naar het politiebureau. Nadat wijkagent Emile Vermeulen over het voorval twitterde, barstte er discussie los op sociale media.

De tweet over het voorval leverde nogal wat reacties op. Zo schreef Henk Westbroek sarcastisch: “Bedankt voor het keihard aanpakken van de Utrechtse misdaad. Terecht dat dit met trots wordt meegedeeld.” Iemand anders reageert: “Zo, knap hoor! Helemaal alleen opgepakt of de ME erbij laten komen?” De politie reageerde daar weer op: “Een tweet, met beperkt aantal tekens, kan de nuances en context ook niet weergeven van deze situatie waarin het in de cel plaatsen, na de vergeefse pogingen het meisje over te dragen aan een meerderjarige, uiteindelijk de meest veilige optie bleek te zijn. Dat heeft de politie ook uitgelegd in een gesprek met haar vader.”

Een aantal weken later werd een tweet van de politie in Vleuten-De Meern het punt van discussie. De politie hielp tijdens kerst een vrouw in een scootmobiel op de Enghlaan. De vrouw was zeer dronken en kon niet meer verder. De wijkagent van Vleuten-De Meern schreef op Twitter dat de dronken vrouw geen stap meer kon zetten. “Zie dan maar eens iemand in en uit een politieauto te krijgen, pfff.” De vrouw werd uiteindelijk thuisgebracht: “Gefikst dat ze met Kerst toch nog in eigen Woerdense kribbe kon liggen.” Twee dagen later werd bekend dat de vrouw was overleden na het incident.

“Met de kennis van nu zouden we de tweet anders geformuleerd hebben”, twitterde de wijkagent. De vrouw woonde in een instelling in Woerden, waar de politie haar ook had afgezet. Iemand reageerde vervolgens op de eerste tweet van de politie: “Te belachelijk voor woorden dat er door de politie grapjes worden gemaakt over de situatie van de vrouw.”

De politie schreef dat ze zich hadden ingezet om deze mevrouw veilig thuis te krijgen. “Helaas bereikte ons het droeve bericht dat zij enkele dagen na thuiskomst is overleden. De tweet geeft een beeld van de hulp die wij 24/7 bieden.”

Emile Vermeulen is sinds 2011 actief op sociale media. Op zowel Twitter als Instagram is hij te vinden onder zijn gebruikersnaam @WijkagentHoreca. Via die weg doet hij verslag van zijn werkzaamheden. Met bijna 4.000 volgers op Twitter en ruim 1.500 volgers op Instagram heeft Emile een behoorlijk bereik. Daarnaast beheert hij ook de Facebookpagina Politie Utrecht Stad, die bijna 15.000 volgers heeft.

8 Reacties

Reageren
  1. Henk Westbroek

    Vreemd dat de heer Vermeulen ” vergeet” te vermelden dat het zestienjarige meisje haar jas met portemonnee niet mee mocht nemen, een nacht in een onverwarmde cel zat en de volgende dag zonder jas en zonder geld in de regen op straat gezet werd. Bovendien heb ik de heer Vermeulen wel eens via gepubliceerde camerabeelden gecorrigeerd toen hij tweette dat de hondenbrigade en de M.E. met geweld club Stairway schoon moest vegen vanwege vechtende groepen mensen. De beelden bewezen dat het om 1 boze man na sluitingstijd ging.

  2. Kees

    Vanwaar deze PR- en marketing van de politie?

    PR en marketing heb je nodig als het werk niet voor zich spreekt of als het werk zichzelf niet “verkoopt” (de politie is geen commerciële partij, dus doe maar niet).

    Of het wordt gebruikt om zaken schoon te vegen, zaken te verdoezelen of net te doen alsof je succesvol bent.

    Als de politie goed zijn werk doet levert dat veel positieve mond op mondreclame op. Nu komt het voor dat het bijhouden van sociale media veel tijd kost, die niet besteed wordt aan het oplossen van zaken. En daar is de politie nu net voor.

    Kap trouwens ook met die achterlijke leus (ook marketing); het woord politie hoort voor zichzelf te spreken, dus kap met waakzaam en dienstbaar.

  3. Ouwe henk

    Tip voor officier van der meulen
    Een site,,of what else,,waar binnenstadsbewoners overlast kunnen melden, van binnenstadshoreca
    Voorbeeldjes
    Gasten van cafees die voor cafees op stoep en straat bier drinken en staan te brallen,,muziekoverlast,,terras overschrijding
    Wangedrag van horecabazen
    Nu moeten de binnenstadsbewoners 0900 8844 bellen
    Dat werkt totaal niet
    Idee!!! Of een app waar binnenstadsbewoners overlast van horeca kunnen melden
    Horeca heeft wel alarmnummer,,,binnenstadsbewoners niet,,,,das raar

  4. MJPD

    @Ouwe henk
    “Of een app waar binnenstadsbewoners overlast van horeca kunnen melden”

    Die bestaat al: https://utrecht.slimmelden.nl. Ook als app beschikbaar.

  5. Kees

    Ik denk dat als je van der Meulen spam op Facebook, Insta, whatsapp, dat hij het dan wel leest. Want Emile zit natuurlijk lekker achter zijn bureautje te swipen.

  6. bee

    politie mag het internet gebruiken om bepaalde zaken opgelost te kunnen krijgen.
    wat een agent s´morgens heeft gegeten en dat soort onzin doen ze maar in hun vrije tijd .
    de vraag is om meer politie op straat en niet om politie op internet.

  7. Pete

    @mjpd
    Slimmelden app is mij bekend
    Dan komt er 2 dagen later een handhavingsambtenaar
    Die maakt pamperpraatje met horeca ondernemer
    Gevolg ,,overlast blijft bestaan
    Als je terecht blijft melden ,,dan krijg je reactie van handhavingsambtenaar
    Horecaondernemer moet ook zijn brood verdienen
    Ongelofelijk,,ik wist niet wat ik hoorde

  8. cas

    De aangifte bereidheid neemt af, aangiften worden niet meer opgenomen, Wijken worden steeds onveiliger en politie durft op sommige plekken niet eens meer in te grijpen… Maar lekker op twitter zitten op te scheppen hoe je een groepje hard pratende pubers hebt weggejaagd is natuurlijk het aller belangrijkste….

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).