Meedraaien met de brandweer: “Als je het echt eng vindt, zou je dit werk niet kunnen doen” | De Utrechtse Internet Courant Meedraaien met de brandweer: “Als je het echt eng vindt, zou je dit werk niet kunnen doen” | De Utrechtse Internet Courant

Meedraaien met de brandweer: “Als je het echt eng vindt, zou je dit werk niet kunnen doen”

Meedraaien met de brandweer: “Als je het echt eng vindt, zou je dit werk niet kunnen doen”
De brandweer: in de wagen met loeiende sirenes en piepende banden naar de plek des onheils. Dat is waarschijnlijk het meest voorkomende beeld dat mensen hebben van het spannende beroep. Maar er is meer te doen in een dienst van 24 uur.

De brandweer: in de wagen met loeiende sirenes en piepende banden naar de plek des onheils. Dat is waarschijnlijk het meest voorkomende beeld dat mensen hebben van het spannende beroep. Maar er is meer te doen in een dienst van 24 uur.

De brandweermannen hebben een zwaar beroep, het valt dan ook officieel onder een bezwarende functie. Niet alleen omdat het fysiek zwaar is, maar ook mentaal. Wanneer er bijvoorbeeld iemand voor de trein springt, staan zij er ook. Al weken strijden brandweermannen door het hele land voor nieuwe pensioenregelingen, met als slogan: ‘Een fatsoenlijk pensioen voor het gevaarlijke werk dat wij 24/7 doen’. Ze eisen een fatsoenlijker beleid, want de pensioengrens voor brandweermannen wordt steeds verder opgerekt. Nu dreigt die grens nog hoger te worden.

DUIC ging kijken bij de brandweerpost Tolsteeg aan de Helling. Die brandweerpost is één van de vier betaalde brandweerposten in onze stad, naast Voordorp (Sartreweg), de Schepenbuurt (Vlampijpstraat) en Leidsche Rijn (Belcampostraat). Er wordt bij de brandweerposten gewerkt in diensten van 24 uur. Een ploeg, vaak bestaande uit zes personen, werkt 24 uur achterelkaar en is die gehele periode aanwezig in de brandweerpost. Na deze 24 uur zijn de brandweermannen 72 uur vrij voordat hun volgende dienst weer begint.

brandweer-tolsteeg-0017.55 uur start van de dienst

De dienst begint aan de grote eettafel samen met de vorige ploeg. Het is stil. “Het was een enerverende nacht”, verklaart brandweerman Michel. Wat is er dan gebeurd? “Nou, een collega werd niet lekker.” Iedereen zit rustig aan tafel. De een drinkt koffie, de ander zit aan een bak yoghurt. Dan begint iemand te vertellen wat er gebeurd is; hoe een collega zich op de trap niet lekker voelde worden en ging zitten. Uiteindelijk viel hij in zijn verkrampingen weg, werd hij opgehaald met de ambulance en ging een collega mee naar het ziekenhuis. Toch duurt de stilte niet lang: na een lichte sarcastische opmerking (zo gaat dat wel vaker, blijkt later) is de zwijgzaamheid verdwenen en is de lach weer aanwezig.

brandweer-tolsteeg-0028.23 uur voertuigcontrole

Bij aanvang van iedere dienst wordt de brandweerwagen gecontroleerd. Doet de sirene het nog? Hoe is de spanning op de banden? Ook legt iedereen zijn uitrusting klaar. De laarzen worden voor de wagen gezet, de jassen ernaast opgehangen; alles om te zorgen dat zodra het alarm gaat, ze zo snel mogelijk wegkunnen. “Een 24-uursdienst staat altijd in het teken van binnen één minuut weg kunnen”, vertelt ploegleider Maurice Kerstemaker. “Dat is de gouden regel.” Of je nu aan het sporten bent, onder de douche staat of op de wc zit, binnen een minuut moet je bepakt en bezakt in de wagen zitten. Het is belangrijk dat alles van het lichaam bedekt is, het pak houdt namelijk alle hitte tot 900 graden tegen. “Als je jezelf niet goed afdekt en de hitte er doorheen komt, voel je het direct ja”, zegt Ruud lachend. Daarom is het belangrijk dat de collega’s elkaars uitrusting in de wagen controleren. Die controlemomenten zijn belangrijk: “Want als het bij ons een keer fout gaat, dan gaat het gelijk goed fout”, zegt Ruud.

Zodra iemand 112 belt, wordt direct de vraag gesteld: ‘Politie, brandweer of ambulance?’. Wanneer dit duidelijk is, wordt de beller doorgeschakeld naar de Regionale Alarmcentrale in Utrecht. Daar komt de beller terecht bij telefoonmedewerkers van een van de drie hulpdiensten. Een medewerker van de brandweerdesk vertelt dat zodra de telefoon gaat, de eerste brandweerwagen binnen een minuut gealarmeerd moet zijn. “Vaak is dan nog niet alles duidelijk, maar dan vul ik de verdere informatie die nodig is aan tijdens de rit.” De man doet het werk al 22 jaar. “Je moet onder stress het best functioneren.” Het is bij de brandweerdesk niet mogelijk om te lunchen of pauze te houden, alleen even naar de wc is toegestaan (mits de andere collega niet aan de telefoon is). “Je mag nooit langer dan twee of drie minuten van je tafel vandaan.” Normaliter staan er twee mensen paraat om de telefoon te beantwoorden, met de jaarwisseling staan ze er bijvoorbeeld met acht man. Het werk blijft voor hem altijd uitdagend. “Elke melding is voor ons een nieuwe melding. Je weet zo ’s ochtends nooit wat er later gaat gebeuren.”

De medewerker in de Regionale Alarmcentrale schakelt zodra de locatie van de melding duidelijk is, de dichtstbijzijnde brandweerpost in. Dat betekent dat wanneer dit in de buurt is van de post Tolsteeg, alle piepers van de brandweermannen- en vrouwen die ze bij zich dragen afgaan, evenals het alarm in het gebouw. Ook springen alle lichten aan. Op de piepers en op de elektrische borden die in de post hangen wordt de locatie van de melding aangegeven en – mocht het al bekend zijn – het soort ongeval. Gaat het om een gebouwbrand, een voertuigbrand, een woningbrand of een liftopsluiting?

brandweer-tolsteeg-0049.14 uur checken wegwerkzaamheden

Iedere dienst wordt er iemand anders aangewezen als chauffeur. Toch kijken ze iedere ochtend met z’n allen naar de wegwerkzaamheden in de stad. Zo is iedereen in de wagen op de hoogte van wegomleggingen en afsluitingen. Ook worden op dit moment de bestellijsten bijgewerkt. Zo zijn er vandaag handschoenen en ‘ademlucht’ nodig voor de luchtflessen die ze tijdens een melding op hun rug dragen.

Overal in het gebouw hangen klokken en elektronische borden met de tijd; tot de seconde nauwkeurig. Met levensreddend handelen telt iedere seconde. Wanneer het alarm afgaat moeten ze binnen acht minuten op de plek van het ongeval zijn. Bang zijn de mannen dan niet. Wel is het soms ‘echt spannend’ volgens Ruud. “Een reanimatie is natuurlijk altijd spannend, zijn we op tijd? Gaat het nog lukken?” Maar een ingewikkeld gebouw kan ook voor de nodige spanning zorgen. “De nieuwe parkeergarage onder het Vredenburg is bijvoorbeeld een lastige. Als daar een brand uitbreekt, is er al snel veel rookontwikkeling, dus heel weinig zicht. De brandslang is dan je enige terugweg. Je weet dan dat zodra je die slang loslaat, je eigenlijk het gebouw niet meer uitkomt. Dat is spannend natuurlijk. Maar eng niet; als je het echt eng zou vinden, zou je dit werk niet kunnen doen.”

brandweer-tolsteeg-00510.31 uur sporten

De muziek in de fitnessruimte gaat hard aan en wordt flink gezweet. Iedere dag wordt er gesport: van opdrukken tot fietsen, alles om in een goede conditie te blijven. Iedereen heeft zo zijn eigen circuitje. Thamar, een van de twee vrouwen in de ploeg, regelt de muziek. Jaarlijks is er bij de brandweer een fysieke test die iedereen moet halen; er wordt daarbij geen onderscheid gemaakt tussen man en vrouw. “Dat is goed”, zegt Thamar. “Want je doet natuurlijk gewoon hetzelfde werk. Maar je moet er hier als vrouw wel een beetje tussen passen hoor, het is toch de bouw 2.0.” Ze lacht.

Patrick is bij ploegleider Maurice in opleiding voor bevelvoerder in opleiding. “Als we een brand blussen, krijg ik het gevoel dat wij verschil maken.” Een prullenbak blussen doet hem niets: “Daar worden we nie warm of koud van”, zegt hij. “Maar wanneer er bijvoorbeeld een flatbrand is en je weet dat er nog een gezin binnen is, ja dan gaat de adrenaline wel omhoog.”

brandweer-tolsteeg-00611.43 uur boodschappen doen

De inwendige mens moet tijdens de 24-uursdienst natuurlijk ook verzorgd worden. De boodschappen worden dagelijks gedaan met de gehele ploeg mét de brandweerwagen. Bij het Smaragdplein zijn ze de brandweer inmiddels wel gewend. De wagen wordt op de stoep voor het winkelcentrum geparkeerd, want zodra er een melding komt, moeten ze ook nu weer binnen één minuut in de wagen zitten. Dat betekent dus boodschappen doen met de pieper en de gehele uitrusting in de brandweerwagen. Staan ze bij de kassa en gaat de pieper af? Dan blijft het karretje staan en rennen de brandweerlieden naar buiten.

_dsc907513.06 uur alarm, melding voertuigbrand

Om 13.06 uur is het zover: het alarm en de piepers gaan af. Iedereen zit net aan de gezamenlijke tafel om de eerste happen van z’n broodje te nemen. Binnen enkele seconden rent iedereen de trap af naar beneden, naar de brandweerwagen.  Op een elektronisch bord naast de wagen staat de melding nogmaals: een voertuigbrand op Van Rensselaerlaan. Zodra iedereen zich in de brandweerwagen heeft gehesen, rijdt de wagen naar buiten en gaan de sirenes aan. Binnen in de wagen kleedt de ploeg zich verder aan; ademlucht wordt omgedaan en de maskers goed omgehangen. De bevelhebber in opleiding Patrick heeft de portofoon in zijn handen. “Het gaat om een auto die stilstaat op de weg”, bericht de alarmcentrale. Hoewel de sfeer normaal vrolijk en lacherig is, is het team nu gefocust. “Dat is bij de Ikea”, roept de een, een ander let goed op bij de kruispunten voor het verkeer, iedereen heeft zo zijn taak. Vanaf de Europalaan is de rookpluim al goed zichtbaar.

Zodra we aankomen op de Van Rensselaerlaan heeft de politie al de straat afgezet met lint, om de toeschouwers een beetje op afstand te houden. Op de weg staat een Mercedes-AMG in lichtelaaie, dat trekt natuurlijk bekijks. Zodra de brandweerwagen stopt, springt iedereen uit de auto. Bij iedereen is bekend wat hij of zij moet doen: waterslangen uitrollen, een schuimblusser gereed maken, de riolering dichten zodat er geen diesel inloopt. De auto fikt goed, maar het team heeft de brand na een paar minuten onder de controle. Met zwaar gereedschap wordt de kofferbak geopend zodat er nog wat persoonlijke bezittingen gered kunnen worden; de auto zelf is total-loss. Na iets meer dan een half uur is het vuur gedoofd; de brandweer kan weer naar huis.

Eenmaal terug op de post worden de pakken weer netjes opgehangen, de laarzen voor de wagen gezet en de ademlucht gecontroleerd; is er nog genoeg voor een volgende melding? Zodra de wagen weer in orde is, lopen ze terug naar boven om hun lunch verder op te eten. Alsof er niets gebeurd is.

_dsc963414.24 uur alarm, melding automatisch alarm UMC Utrecht

Lang wachten op een volgende melding hoeft het team vandaag niet, na een half uur terug op de post gaat het alarm weer. Er zijn dagen dat er soms urenlang geen uitruk plaatsvindt maar vandaag komen ze achterelkaar. Binnen een minuut zit iedereen weer in de wagen, nu richting het ziekenhuis op de Uithof. Daar is het automatische alarm afgegaan, maar het lukt de alarmcentrale niet om contact te krijgen met het ziekenhuis. Het is dus niet duidelijk waarom het alarm is afgegaan, voor bevelvoerder in opleiding Patrick is dit wat spannender, want hij weet nu niet wat hij gaat aantreffen als ze op de locatie komen. Aangekomen bij het ziekenhuis lijkt de situatie gelukkig mee te vallen. De beveiliging, die de brandweer staat op te wachten, vertelt wat er aan de hand is: bij de werkzaamheden waren ze vergeten het specifieke alarm uit te schakelen. De brandweer kan dus omkeren. “Uiteraard krijgen we vaker loze meldingen”, vertelt een van de brandweermannen. “Maar we behandelen elke melding serieus.” Patrick overlegt nog wel even met de beveiliging over het feit dat de alarmcentrale geen contact kon krijgen met het ziekenhuis. “Dat hoort natuurlijk niet te gebeuren.”

Brandweerman- of vrouw zijn klinkt spannend, maar toch bestaat de meeste tijd van je dienst uit wachten. Normaal vult de brandweer zijn tijd met bijvoorbeeld oefeningen en sporten, maar vanwege de acties die gevoerd worden geldt er nu iedere dag het zondagsrooster. Dat betekent dat je tijdens je dienst wel 24 uur op de post moet zijn, maar je tijd zelf mag invullen. De een gaat dus ‘s avonds aan zijn auto sleutelen, de ander wat sporten in de fitnessruimte in het pand.

_dsc964915.51 uur alarm, melding buitenbrand Nieuwegein

En weer is het raak: tegen vieren klinkt opnieuw het alarm. Uit de informatie die ze binnenkrijgen op de piepers blijkt dat er een buitenbrand is op de Utrechtsestraatweg in Nieuwegein. Aangezien de post Tolsteeg de dichtstbijzijnde betaalde post is, worden ze ook hiervoor ingeschakeld. Nieuwegein heeft wel vrijwillige brandweer, maar de mannen en vrouwen uit Utrecht zullen eerder bij het ongeval zijn aangezien zij allemaal al op de post aanwezig zijn. De sirenes zorgen ervoor dat de brandweerwagen snel kan doorrijden. Op de Waterlinieweg gaan alle auto’s meteen opzij, maar bij het stoplicht is het een beetje proppen om soepel door te kunnen rijden. Met een gezonde snelheid rijdt de wagen naar de plek van de melding. Daar aangekomen staat er al een groep jongens op straat. De brandmelding is gedaan over een fik in een tuin, de locatie is een zorgboerderij. “De buren hebben misschien gebeld”, roept een van de jongens, “die willen niet dat we fikkie steken.” Achter in de tuin staat een ijzeren ton, de rook stijgt eruit op. “Het maakt mij niet uit wie er gebeld heeft”, zegt Patrick. “Wij komen altijd als er gebeld wordt.” Toch ziet het team gauw genoeg dat er niks ernstigs aan de hand is, de politie die ondertussen gearriveerd is kan de zaak daarom overnemen. De brandweer tijgt weer af naar de post.

Op de post wordt door de ploegen zelf gekookt. Dat is een serieuze taak, die in deze ploeg voornamelijk wordt uitgevoerd door brandweerman Remon. En er wordt hier niet zomaar een stamppot op tafel gezet, nee, hij zorgt vanavond voor een Indische rijsttafel. Per winkel wordt een lijstje gemaakt met de benodigde ingrediënten; wil je Remon gek maken, dan koop je dus iets anders. Remon kan daar niet van genieten, de anderen wel. Toch wordt hij stiekem op handen gedragen, zo was hij degene die een sushi-workshop verzorgde met Oudjaarsavond. Een echte kok dus, die moet je koesteren in je ploeg.

brandweer-tolsteeg-01219.58 uur alarm, melding automatisch alarm nijntje museum

Na het eten is iedereen wat voor zichzelf aan het doen, toch zorgt de melding er iets voor 20.00 uur voor dat iedereen weer bij elkaar in de wagen zit. Dit keer is het brandalarm is afgegaan in het nijntje museum. Het is een korte rit, maar wel door een deel van de drukke binnenstad. De licht- en geluidsignalen gaan aan en op de Twijnstraat springen de mensen opzij, wandelaars stoppen hun vingers in de oren. De brandweerwagen stopt recht voor de deur bij het museum, het is al na sluitingstijd en er is niemand meer aanwezig in het pand. Het zogeheten aanvalsteam springt uit de wagen om met een speciale sleutel de sleutelbuis te openen. Dit is een kastje dat sommige gebouwen naast de voordeur hebben hangen, waar dan weer een sleutel van het desbetreffende pand in zit. “En anders waren we ook wel binnengekomen”, lacht een van de mannen. “Maar we breken toch liever niet de deur open van het museum, dit is vele malen goedkoper.” Eenmaal binnen gaat de brandweer op zoek naar het brandalarm dat is afgegaan. Het is donker in het pand. De zaklampen lichten de verschillende nijntje-tekeningen op, hoewel het aanvalsteam daar geen oog voor heeft. In een gedeelte van het gebouw dat is afgesloten voor het publiek, vinden ze uiteindelijk het loeiende alarm. “Die zal wel wat onderhoud nodig hebben.” De brandweerlieden inspecteren de ruimte volledig maar vinden geen enkele aanwijzing voor brand. Alle deuren van het museum worden weer gesloten en het team vertrekt richting de kazerne, de dienst is voor de helft voorbij.

Foto’s: Robert Oosterbroek
Tekst: Annabel van Heesbeen

Zie hier hoe de brandweer te werk gaat bij een flatbrand:

Dit verhaal verscheen eerder in onze DUIC krant: 

Fotoverslag

Brandweer Utrecht (Robert Oosterbroek)

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).