Overgewicht onder Utrechtse jongeren: de stand van zaken Overgewicht onder Utrechtse jongeren: de stand van zaken

Overgewicht onder Utrechtse jongeren: de stand van zaken

Overgewicht onder Utrechtse jongeren: de stand van zaken
“Veel kinderen zijn al op jonge leeftijd te dik”, stelt GGD regio Utrecht. “Overgewicht gaat niet vanzelf over in de groei.” Ondanks de inzet van diverse organisaties de afgelopen jaren, verpakt in steeds wisselende programma’s, blijft het aantal jongeren met overgewicht problematisch. Wat blijkt daarover uit de gegevens van de gemeente Utrecht? We spraken erover met Gio van den Heuvel, senior adviseur gezondheid, gezond gewicht jeugd.  

“Veel kinderen zijn al op jonge leeftijd te dik”, stelt GGD regio Utrecht. “Overgewicht gaat niet vanzelf over in de groei.” Ondanks de inzet van diverse organisaties de afgelopen jaren, verpakt in steeds wisselende programma’s, blijft het aantal jongeren met overgewicht problematisch. Wat blijkt daarover uit de gegevens van de gemeente Utrecht? We spraken erover met Gio van den Heuvel, senior adviseur gezondheid, gezond gewicht jeugd.  

Positief beïnvloeden

In Utrecht hebben circa 4.300 kinderen tussen 2 en 11 jaar overgewicht, waarvan 825 kinderen obesitas. Van de 10- en 11-jarige Utrechtse kinderen op het regulier basisonderwijs heeft bijvoorbeeld ongeveer 14 procent overgewicht. Dit percentage is sinds 2013 ongeveer gelijk.

Bij kinderen op het speciaal (basis)onderwijs liggen de percentages beduidend hoger: 2x vaker overgewicht en 3x vaker obesitas. Overgewicht vanaf de peuterleeftijd komt vaker voor in Overvecht, Kanaleneiland, Transwijk, Nieuw Hoograven, de Bokkenbuurt en Zuilen-noord en –oost. In de leeftijd 10- en 11-jaar zijn ook kinderen uit Ondiep, 2e Daalsebuurt, Lombok, Leidsche weg of Leidsche Rijn Centrum vaker te zwaar zijn.

Er spelen vaak achterliggende factoren bij het voorkomen en verminderen van overgewicht. Kennis en (financiële) middelen zijn bepalend of je in staat bent om gezonde keuzes te maken over  (op)voeding, gezond eten en bewegen. Deze factoren hangen ook weer vaak samen met het opleidingsniveau van de ouders. Ook armoede speelt een belangrijke rol en kan leiden tot stress en het maken van minder goede keuzes en voorbeeldgedrag.

Uit informatie van het Nederlands Jeugdinstituut (NJi) blijkt dat 20 procent van de kinderen die in armoede leven, overgewicht heeft. Slechts een klein percentage van de kinderen heeft overgewicht door medische oorzaken. De gemeente Utrecht werkt dan ook op verschillende manieren aan de positieve beïnvloeding van factoren als gezond rondkomen, gezonde leefomgeving, psychische gezondheid en gezond en veilig opgroeien.

Van de binnenstad zijn geen gegevens bekend

Aanpak steeds breder

Gio van den Heuvel is senior adviseur gezondheid, gezond gewicht jeugd bij de gemeente, hij licht toe wat er in Utrecht momenteel concreet gebeurt. “Rond 2004/2005 lag het percentage jongeren met overgewicht rond de 20 procent. Sinds we 15 jaar geleden hier actief mee aan de slag zijn gegaan en later als eerste in Nederland een JOGG gemeente werden, zie je een langzame, maar gestage daling van het aantal jongeren met overgewicht. Vreemd genoeg stabiliseerde dat in 2013 en, ondanks wat kleine schommelingen, is het aandeel kinderen met overgewicht gelijk gebleven met zo’n 14 procent onder 10- en 11-jarigen en circa 9 procent onder peuters en de groep 5- en 6-jarigen. De aanpak door de jaren heen heeft dus een positief effect gehad, maar de manier waarop wij overgewicht aanpakken is wel sterk veranderd.”

“Voorheen was de inzet vooral gericht op gezonde voeding en beweging”, vervolgt Van den Heuvel, “en daarbij lag de focus voornamelijk op de krachtwijken. Later kwam Leidsche Rijn Centrum daarbij omdat veel bewoners uit de krachtwijken, dikwijls door renovaties en stijgende huurprijzen, daar naartoe verhuisden. Maar de inzichten over welke aanpak effectief is zijn veranderd. Zo is duidelijk(er) geworden dat meer factoren een rol spelen, zoals opvoedstijl, slaapgedrag, kennisniveau (van de ouders), armoede, stress en omgevingsfactoren zoals het aanbod van ongezond voedsel. Bewezen is inmiddels dat stress overgewicht kan veroorzaken, ook al verandert er niets aan een voedings- of beweegpatroon. Onze huidige inzet is dan ook breder en tevens gericht op de aanpak van die achterliggende factoren.”

Nieuw is de focus op het speciaal (basis)onderwijs. Uit onderzoek blijkt inmiddels dat overgewicht daar vaker voorkomt. Van de vmbo-leerlingen uit klas 2 had in 2014-2015 circa 27 procent overgewicht, bleek destijds uit de Volksgezondheidsmonitor. Onder havo/vwo-leerlingen was dit 8 procent. Nieuwe cijfers daarover volgen dit najaar. Overgewicht komt het meeste voor onder leerlingen met een Turkse of Marokkaanse achtergrond.

Van den Heuvel: ”We stimuleren stadsbreed dat sport, gezond eten en drinken en gezonde reclame steeds meer hand in hand gaan en richten ons hierbij specifiek op sportevenementen en sportkantines. In de Utrechtse uitvoeringspraktijk, zoals de Jeugdgezondheidszorg, stellen we toegankelijke informatie beschikbaar over gezonde voeding, waarbij we speciale aandacht hebben voor Utrechters in een kwetsbare positie, zoals mensen in armoede.”

Nieuwe visie in de maak

In de beleidsnota 2019-2023 is sprake van ‘een nieuwe visie over gezond gewicht voor 0-18 jarigen en hun omgeving’. Daarbij wordt onder andere verkent hoe het landelijk programma Jongeren op Gezond Gewicht (JOGG) de werkwijze kan ondersteunen, met specifieke aandacht voor het delen van kennis, monitoren en verantwoorden. JOGG speelt al langere tijd een rol bij de aanpak van overgewicht, ook in Utrecht.

Over het effect van de aanpak is al veel geschreven en doorgaans niet altijd positief. Zo publiceerde Pieter van der Lugt op Follow the Money een vernietigend artikel over de preventieve aanpak gezondheidsbevordering van het toenmalige kabinet, inclusief JOGG, en concludeerde het Mulier instituut in maart 2020 dat er geen eenduidige uitspraken te doen zijn over de opbrengsten van de JOGG-aanpak anders dan dat het bereik flink is vergroot. Hoe kijkt Van den Heuvel daar naar en wat levert de samenwerking Utrecht volgens hem op?

“Daar kijken wij als gemeente iets genuanceerder naar omdat we sinds 2005/2006 natuurlijk wel een daling hebben gezien van overgewicht onder jongeren. Of we die daling helemaal kunnen toeschrijven aan onze aanpak, vanaf 2010 in nauwe samenwerking met JOGG, is niet met 100 procent zekerheid te zeggen, maar lijkt aannemelijk. Wel is duidelijk dat een en ander in een steeds veranderende samenleving een lange adem vergt en het telkens bijstellen van je visie, je strategie en je aanpak. Aan die nieuwe visie wordt momenteel druk gewerkt en dat we daarbij ook afstemmen met JOGG is evident. Zo is het aanbod van ongezonde voeding de afgelopen jaren enorm toegenomen. Zie dan als ouder meer eens de juiste keuze te maken. De aanpak is constant in beweging en een doorlopend proces van leren binnen ons gezamenlijke netwerk en naar hetzelfde doel toewerken. Maar dat gaat zeker niet vanzelf!”

2 Reacties

Reageren
  1. Tandy

    Vin je t gek met al die vreettenten op de amsterdamsestraateeg. In oost moet je het met een onbetaalbaar broodje hummus doen.

  2. Jos Lutterman

    Wordt het niet tijd dat de Gemeente directe interventies ondersteunt? Van beleidsnota’s gaan kinderen niet gezonder eten. LunchMaatjes verzorgt dagelijks een gezonde lunch voor alle kinderen van basisschool Kindercampus Molenpark in Lombok.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).