Peter Hein (84) over hoe hij en zijn joodse ouders onderdoken tijdens de Tweede Wereldoorlog Peter Hein (84) over hoe hij en zijn joodse ouders onderdoken tijdens de Tweede Wereldoorlog

Peter Hein (84) over hoe hij en zijn joodse ouders onderdoken tijdens de Tweede Wereldoorlog

Peter Hein (84) over hoe hij en zijn joodse ouders onderdoken tijdens de Tweede Wereldoorlog
Ruben Hein, Peter Hein
Als vierjarig jongetje dook Peter Hein, gescheiden van zijn joodse ouders, op vele adressen onder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn ouders doken op twaalf plekken onder en werden drie keer verraden, maar alle drie overleefden zij. Het is inmiddels 78 jaar geleden dat Peter Hein in het Utrechtse Ondiep werd herenigd met zijn ouders. Speciaal voor 4 mei dit jaar, maakte hij samen met zijn zoon Ruben Hein de muzikale voorstelling Mijn Onderduik.

Als vierjarig jongetje dook Peter Hein, gescheiden van zijn joodse ouders, op vele adressen onder tijdens de Tweede Wereldoorlog. Zijn ouders doken op twaalf plekken onder en werden drie keer verraden, maar alle drie overleefden zij. Het is inmiddels 78 jaar geleden dat Peter Hein in het Utrechtse Ondiep werd herenigd met zijn ouders. Speciaal voor 4 mei dit jaar, maakte hij samen met zijn zoon Ruben Hein de muzikale voorstelling Mijn Onderduik.

“Mijn ouders waren Duitse joden. Mijn vader vluchtte in 1933 naar Nederland, mijn moeder volgde vier jaar later. Ik werd in februari 1939 geboren in Den Haag. Nadat de Duitsers in 1940 Nederland binnenvielen, trokken we in bij familie van mijn moeder in Utrecht. Even later kwamen we terecht in een woning op de Wijde Begijnestraat in de binnenstad. In april 1943 besloten mijn ouders om onder te duiken. Volgens mijn vader was het verstandig om mij apart van mijn ouders te laten onderduiken, omdat zo de kans op overleven groter was. Vanaf dat moment scheidden onze wegen”, zo begint het verhaal van Hein. 

‘Wat een zwartkop’

Peter Hein was vier jaar oud toen zijn onderduik begon. Hij was in totale verwarring, begreep niets van wat er gebeurde. Ruim twee jaar lang dook hij onder op vele adressen door het land, waaronder het kinderopvanghuis Kindjeshaven op de Prins Hendriklaan in Utrecht. Hein werd opgevangen door ‘tante Cor van Lent’, zijn pleegmoeder in die tijd. “Tante Cor nam mij overal mee naartoe. Ik was zogenaamd haar neefje, daarom werd ik Peter van Lent genoemd in plaats van Peter Hein.” Als joods jongetje met zwarte haren viel hij op. “Op verschillende adressen hoorde ik: ‘wat een zwartkop’, dus mijn haar werd gebleekt.” 

Heins ouders doken in twee jaar tijd onder op twaalf adressen, allemaal in en rondom Utrecht. Zo zaten zij onder meer op de Catharijnesingel, de Narcisstraat, Verlengde Hoogravenseweg, in Bilthoven en in Schalkwijk. Driemaal werden Heins ouders verraden. “Verraad kwam ongelofelijk veel voor. Zo had je zogenoemde Jodenjagers, zij kregen 7,5 gulden per jood die ze zouden verraden. Later werd dat zelfs dertig gulden per jood. Daarnaast had de Jodenjager vanaf dat moment ook alle bezittingen van de jood die hij had verraden.” Op de Narcisstraat in Utrecht, een van de onderduikadressen van de ouders, wisten Heins ouders ternauwernood te ontsnappen aan de Jodenjagers. Zo wist zijn vader te vluchten via de kruipruimte en sprong zijn moeder uit het raam. 

Utrechtse bevrijding

In een van de laatste weken van de oorlog, op het laatste onderduikadres op het Boerhaaveplein in Ondiep, ging het bijna mis voor de 6-jarige Hein. Vier weken voor de bevrijding werd hij in zijn rug geraakt door een granaatscherf, waardoor hij deels verlamd raakte en in een rolstoel belandde. “Ik bloedde bijna dood, maar overleefde het ternauwernood. ” Uiteindelijk hield Hein niets permanent over aan de granaatscherf.

‘Ik had het gevoel alsof ik opnieuw moest onderduiken bij vreemde mensen, maar dat bleken mijn ouders te zijn’ 

Op 7 mei 1945 vielen de Canadese en Britse soldaten Utrecht binnen om de stad te bevrijden. Zo’n twee dagen eerder kwamen Heins ouders erachter dat hun zoon nog in leven was en zochten Hein op, die op dat moment bij tante Cor in Ondiep zat. “Er stonden twee mensen voor me die ik eigenlijk niet kende en me mee wilden nemen. Ik had het gevoel alsof ik opnieuw moest onderduiken bij vreemde mensen, maar dat waren mijn eigen ouders. Het weerzien was voor iedereen heel pijnlijk, maar de band tussen ons werd gaandeweg steeds beter.” Na de oorlog groeide Hein weer op bij zijn ouders. Dat hij twee jaar eerder was achtergelaten door zijn ouders, nam hij hen dan ook niet kwalijk. “Het was een verstandige keuze van mijn ouders. Gezinnen hadden minder overlevingskansen, want zij konden lastig onderduiken met z’n allen.”

Dat Hein en zijn ouders de oorlog hebben overleefd, heeft volgens hem drie redenen. “We hebben het overleefd dankzij de mensen die het aandurfden om ons onderdak te bieden. Ook de overlevingsdrang van mijn vader is een belangrijke reden. Hij was een goede overlever en nam altijd de juiste beslissing. Als laatste speelt de enorme dosis geluk mee. Het is geluk hebben, maar ook geluk afdwingen.”

Japanse kers

Na de oorlog verbleef Hein nog zo’n twee decennia in Utrecht. Hij pakte zijn leven op in de Utrechtse stad, ging studeren en leerde zijn vrouw kennen. Later werd hij gynaecoloog in het Radboudumc in Nijmegen. Na zijn pensionering verhuisde Hein naar Friesland, waar hij nog steeds woont. Hij verruilde het medische vak op zestigjarige leeftijd voor een vervroegd pensioen en ging aan de slag als beeldhouwer, schilder en auteur. Zo schreef hij onder meer de autobiografische boeken ‘De onderduikers’ en ‘Het zesde jaar’, waarmee hij verwijst naar het jaar na de oorlog.

‘De bloei van de Japanse kers doet me denken aan de tijd van toen’

Herinneringen aan de oorlog zijn er nog steeds. “Als het voorjaar is, de Japanse kers in bloei staat, de merels fluiten en de zon door de tulpen schijnt, dan krijg ik een naar gevoel. Dat doet me denken aan de tijd van toen, maar gelukkig is die boom er niet zo veel op de plek waar ik woon in Friesland.” Toch zijn deze gevoelens niet vergelijkbaar met zijn gevoel in de jaren 80, toen hij in een zware depressie belandde. “Ik dacht dat ik geen last van de herinneringen aan de oorlog had, totdat die periode mij liet voelen dat de oorlog diepe sporen had achtergelaten.”

Voorstelling

“Tachtig jaar geleden stond ik er alleen voor. Nu, precies tachtig jaar na de oorlog, ben ik gelukkig getrouwd, heb ik drie kinderen en acht kleinkinderen.” Met een van zijn kinderen, zanger, pianist en componist Ruben Hein, maakte Peter Hein de theatervoorstelling ‘Mijn Onderduik’. Deze voorstelling schreef hij speciaal voor de Dodenherdenking op 4 mei in Utrecht en zal aansluitend op de twee minuten stilte en de kranslegging worden voorgedragen in de Domkerk. De voorstelling is vrij toegankelijk. 

4 Reacties

Reageren
  1. Geenstijl@Utrecht

    Echt een heel erg bijzonder verhaal,gelukkig waren er ook mensen die het aandurfden om Joodse onderduikers te helpen …. dit waren de echte helden.

  2. Vrolijk rechts

    @Geenstijl.
    Helemaal met je eens.

  3. Gerrit van Dijk

    Ik ken meer bijzondere verhalen, maar deze was extra bijzonder. En ook bijzonder goed verteld met zijn zoon!

  4. Jeroen

    Tuurlijk zijn de meeste mensen die mensen hielpen helden. Maar vergeet ook niet dat er heel veel mensen geld verdienden aan onderduikers en dat veel onderduikers vaak moesten verkassen om die reden

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).