Reportage Zusters Augustinessen: ‘Wij zijn gewoon, maar wel bijzonder’ | De Utrechtse Internet Courant Reportage Zusters Augustinessen: ‘Wij zijn gewoon, maar wel bijzonder’ | De Utrechtse Internet Courant

Reportage Zusters Augustinessen: ‘Wij zijn gewoon, maar wel bijzonder’

Reportage Zusters Augustinessen: ‘Wij zijn gewoon, maar wel bijzonder’
De Zusters Augustinessen. Foto: Robert Oosterbroek / DUIC
Op een hoek van de Oudegracht wonen sinds 1934 de zusters Augustinessen van Sint-Monica. Het klooster valt nauwelijks op, de zusters daarentegen wel. In hun witte habijt bezoeken ze Utrechters die hulp nodig hebben, fietsen ze door de stad en moedigen ze het elftal van FC Utrecht aan in de Galgenwaard. Zondag 11 juni opent het klooster de deuren voor iedereen die geïnteresseerd is. “Wij zijn heel gewoon, maar voor mensen vaak bijzonder. Ik hoop dat we die drempel weghalen en mensen gewoon effe komen binnenlopen.”

Op een hoek van de Oudegracht wonen sinds 1934 de zusters Augustinessen van Sint-Monica. Het klooster valt nauwelijks op, de zusters daarentegen wel. In hun witte habijt bezoeken ze Utrechters die hulp nodig hebben, fietsen ze door de stad en moedigen ze het elftal van FC Utrecht aan in de Galgenwaard. Zondag 11 juni opent het klooster de deuren voor iedereen die geïnteresseerd is. “Wij zijn heel gewoon, maar voor mensen vaak bijzonder. Ik hoop dat we die drempel weghalen en mensen gewoon effe komen binnenlopen.”

Langs de Oudegracht scheuren de fietsers en brommers je voorbij, eenmaal binnen in het klooster is het de stilte die overheerst. In het klooster wordt er op de gangen niet gesproken, net als op de kamers van de zusters. Toch horen we vanuit het spreekkamertje zuster Meijerink aankomen. “Het is toch geweldig? Van de NOS tot New York, overal staan we op de social media!” Ze praat tegen Tom, een jonge student in korte broek die de zusters helpt bij de receptie. Afgelopen weekend moedigden de zusters FC Utrecht aan in het stadion in de play-offs voor Europees voetbal. Supporten doen de zusters iedere week, maar vaak bij de televisie in de recreatieruimte. “Iedere zondagavond kijken wij hier Studio Sport hoor, heerlijk.” Als FC Utrecht het écht nodig heeft, mailt directeur Wilco van Schaik. Dan komen ze opdraven, in habijt mét FC Utrecht-sjaal.

De zusters op de banken bij FC Utrecht. Foto: FC Utrecht Media

Zuster Corbière komt ook al snel aangelopen. Een voorzichtige schatting van haar leeftijd (“Je raadt het tóch fout”) is 75 of 80 jaar. Ze blijkt 95 te zijn. “Het is geen verdienste, ik kan moeilijk ophouden met ademhalen”, zegt ze lachend. Op haar 27e kwam ze bij de zusters terecht. Hoe ging dat? “Oh, effe denken hoor. Door iemand in elk geval. Het komt nooit uit de lucht vallen.” Op haar school voor maatschappelijk werk kreeg Corbière de tip om eens met de zusters Augustinessen te praten. “Ik dacht: ‘Zusters? Ik kijk wel uit!’” Meijerink en Corbière lachen. “Die drempel is er voor iedereen.”

Zuster Corbière. Foto’s: Marlot van den Berg

Maar eenmaal binnen zag Corbière wat het kloosterleven betekent. “Een klooster is een groep mannen of vrouwen die een bepaald ideaal hebben en dat samen proberen vorm te geven. Daarbij wordt van ieders persoonlijke talenten gebruikgemaakt.” Aan de Oudegracht is het de heilige Augustinus die de zusters bindt. Meijerink: “En dan hoef je nog niet eens iets te weten over Augustinus, want het gaat er uiteindelijk om dat je met elkaar één van hart en één van ziel bent.” Corbière probeert het verder uit te leggen. “Ieder mens vraagt zich uiteindelijk af: waar ga ik naartoe? Waar dient al die poppenkast voor? Iedereen krijgt volgens haar (‘de een wat sterker dan de ander’) het verlangen de zin van het leven te ontdekken. Voor haar was het klooster daarvoor de aangewezen plaats. “Dat noemen ze dan een roeping. Ik denk dan: het zal wel.”

Samenleven

In het klooster hebben de zusters een eigen slaapkamer, maar dat is zo ongeveer het enige wat niet gedeeld wordt. Er is één auto, één televisie, één tuin en één bibliotheek. Alles wordt gedeeld, ook de enkele mobiele telefoons en computers. Er zijn drie mailadressen, voor elke groep die in het klooster zit één. Vroeger werd er door de zusters samen gekookt, maar door de leeftijd (gemiddeld 84) wordt dat tegenwoordig overgelaten aan een kok.

De zusters Augustinessen kaarten in de recreatiezaal van het klooster

“Als je met een groep leeft, ben je nog geen leefgemeenschap”, zegt Meijerink. Hier wordt alles in samenspraak gedaan. Alles is gemeenschappelijk. Corbière: “Als je geen goed huishouden hebt, kun je de deur niet openzetten.” Dat is wat het klooster tientallen jaren heeft gedaan: de deur opengezet. Op de voorgevel van het klooster aan de Oudegracht zie je de letters ‘R.K. Meisjesschool’ nog staan. Het klooster was vanaf 1939 ‘Meisjesstad’, een plek waar jonge vrouwen werden opgevangen die ongewenst zwanger waren geworden. Later werd het ook de plek waar vrouwen die thuis werden mishandeld of bedreigd naartoe konden vluchten. Ook konden dakloze vrouwen er terecht.

In 2009 droegen de Zusters Augustinessen hun werk over aan de Utrechtse organisatie De Tussenvoorziening. Het klooster opende in 1934 haar deuren in Wijk C; het werk lag toen voor de deur. De stichter van het klooster, Pater van Nuenen, zag de ellende van de buurt dagelijks door zijn werk in de Augustinuskerk. Daar wilde hij wat tegen doen. Maar dat zou volgens hem niet lukken met studenten of andere jonge mensen. “Daar kun je niet iets blijvends mee opbouwen”, zegt Corbière. Er kwam een blijvende groep die het werk kon ondersteunen: de zusters Augustinessen.

Op de gevel aan de Oudegracht staat nog steeds ‘R.K. Meisjeschool’

De zusters hebben de behoeften van de moderne mens zien veranderen. Vroeger was er ‘pure armoe’. Zo is het voorgekomen dat een kleine jongen bij café Bunkerbar (nu café Weerdzicht) om een glas water voor zijn moeder kwam vragen. De café-eigenaar verwees het jongetje door naar de zusters, waar ineens voor hém gezorgd werd, in plaats van andersom. Meijerink vertelt meer over het verschil tussen nu en vroeger. “Tegenwoordig zijn vrouwen niet meer zo afhankelijk. Wanneer ze weg willen bij hun man, kunnen ze scheiden. En desnoods een uitkering aanvragen.” Voor de armsten liepen de zusters vroeger geregeld naar de C&A om om kleding te vragen. Die kregen ze dan ook.

Aan overheidssubsidie zijn ze nooit gebonden geweest. Corbière: “Daardoor hebben we veel vrijheid. Als we vroeger van mening waren dat een meisje beter de straat op kon omdat ze hier te veel onrust maakte, mochten we zeggen: ‘Ga jij maar een deurtje verder’. Volgens papieren zou dat niet mogen.” Corbière is stiekem blij dat ze Meisjesstad niet meer hebben. “De wereld was vroeger eenvoudiger; de nood was toen menselijk, nu is die bijna gestructureerd.” Meijerink: “Mensen komen hier soms met duizenden euro’s schuld, maar daar kunnen wij niets aan doen.” Voor ieder probleem is tegenwoordig een loket of organisatie.

In de gangen van het klooster heerst stilte; er wordt niet gesproken

Verdeel naargelang uw behoeften’

De zusters leven volgens de regel van bisschop Augustinus. Hij leefde in de vierde eeuw in Noord-Afrika. Corbière: “Dan denk je, tsjee, wat hebben we te maken met 1.600 jaar geleden? Ouwe koek. Maar Augustinus hield zich bezig met de intellectuele vragen: ‘Wat doe ik hier op de aarde?’ en ‘Wanneer ben ik gelukkig?’. Dat zijn spannende vragen.” Het gemeenschapsleven is volgens de zusters een antwoord. Een belangrijke les die Corbière hier in haar tijd heeft geleerd, is: ‘Verdeel naargelang uw behoeften’. “Niet iedereen heeft dezelfde behoeften. Als je meer behoefte hebt, dan krijg je meer. Toen ik pas in het klooster was, vroeg ik me af waarom niet alle mensen zo leven. Dan zou er nooit oorlog zijn!”

De zusters hebben de samenleving individualistischer zien worden. Dat daarin een omkering gaat komen, zijn de zusters van overtuigd. Corbière: “Die is al aan de gang.” Meijerink: “Het gebeurt niet bij iedereen, maar er beginnen belletjes te rinkelen. Er zijn nu te veel mensen die álles hebben, maar nog niet gelukkig zijn.” Corbière lacht. “‘En nog kon Holle Bolle Gijs niet slapen’, zeg ik altijd maar.” Kunnen de zusters het zich nog voorstellen hoe het is om alleen te leven? Er valt een stilte. “Hoe bedoel je?” Een leven zonder gemeenschap blijkt moeilijk voor te stellen. “Nee, nee”, wordt er gestameld. Meijerink wordt het gelukkigst van samen bidden, samen werken én samen naar de voetbal gaan. “Juist het feit dat je met elkáár naar het stadion gaat, maakt het leuk.”

Een leven zonder gemeenschap is bij de zusters moeilijk voor te stellen

Door hun hoge leeftijden kunnen de zusters van het klooster minder zorg verlenen dan voorheen. De oudsten hebben er inmiddels een dagtaak aan om zichzelf staande te houden. “Veel zusters staan niet meer in vijf minuten op zoals vroeger.” Meijerink, zelf 69 dus een van de jongere zusters, helpt veel zusters met verzorgen of ziekenhuisbezoekjes. “Er zijn ook nog genoeg dingen die we wel kunnen hoor, je moet er alleen de geschikte personen voor vinden; voor dit interview vroeg ik bijvoorbeeld gelijk aan Corbière of ze tijd had om erbij te zitten.” Corbière: “Ik ben nog jong en wil wat.”

Als je geen goed huishouden hebt; kun je de deur niet openzetten

Het geven van minder zorg proberen ze te compenseren met het afstaan van vrije ruimtes in het klooster aan groepen die ze nodig hebben, zoals AA-groepen, NA-groepen of vluchtelingen van de organisatie New Dutch Connections. Ook is er een zuster die een vluchteling Nederlands leert. Andere zusters bieden een luisterend oor tijdens hun vriendschappelijke huisbezoeken. In de recreatiezaal drinken de zusters samen een kopje thee voordat de zangles van maandagmiddag begint. Een zuster komt aangelopen: “Bent u van de krant? Kunt u misschien een goed woordje doen voor het Volksbuurtmuseum, onze buren, zodat het behouden kan blijven? Het is echt een heel leuk museum – niet groot, wel sympathiek. Het hoort bij de buurt.” Waar het kan, helpen de zusters dus nog graag mee.

‘Uiterlijke eenheid voedt innerlijke eenheid’

Een gemeenschapsleven levert ook gedeelde herinneringen op. Alle vakanties brengen de zusters samen door. Hoe ziet zo’n vakantie eruit? Meijerink: “Je pakt de fiets, neemt een sneetje brood mee, een thermosfles met water of koffie en je gaat lekker de hei op.” Aan vervoer gaven ze zo min mogelijk geld uit – als het niet met de fiets kon, werd er gelift. Dat leverde verrassende ontmoetingen op, vertelt Meijerink. “We waren altijd met twee zusters en waren herkenbaar door ons habijt. Dat schept vertrouwen bij mensen.” Voor dat vertrouwen werken ze ook zelf, trouwens. “Door een rood stoplicht rijden wij niet. Al sta ik ook soms met mijn fiets te trappelen, hoor”, lacht Meijerink.

Zuster Meijerink

Het habijt dragen de zusters met trots. Buiten valt-ie op. Meijerink: “Toen ik laatst boodschappen deed bij de Aldi was er een mevrouw die me wilde voorlaten in de rij bij de kassa. Ze zei: ‘Kom maar zuster, u hebt meer te doen dan ik.’ Maar dat is helemaal niet zo. Het is goed bedoeld, maar we nemen geen andere plek in dan anderen en willen ook niet dat mensen dat denken.” In Casella, het klooster van de zusters Augustinessen in Hilversum, dragen de zusters burgerkleding in plaats van een habijt. In Casella kunnen 18- tot 35-jarigen terecht omdat er volgens de zusters een toenemende behoefte is aan een plek van rust in deze hectische tijden. Het ideaal van de Oudegracht gaat daar in een andere vorm verder. “Zo is het leven”, zegt Corbière. “Daar moet je rustig onder blijven, we hebben er hier alles aan gedaan.”

Hilversum is een plek in het bos waar je niet je hele leven aan verbonden hoeft te zijn, maar ook een weekend langs kunt komen. De naam Casella betekent ‘huisje langs de weg’. “Als je je scriptie wil schrijven. Of toch eens wilt kijken hoe het zit; je hoeft niet gelovig te zijn, als je maar gevoelig bent voor religie”, bemoedigt Corbière. Wel denkt zuster Meijerink dat ze in Hilversum later misschien weer zullen kiezen voor een uniform. “Omdat uiterlijke eenheid de innerlijke eenheid voedt.”

De uiterlijke herkenbaarheid van de zusters leidt tot gesprekken waar ‘burgerkleding’ niet zo snel toe zou leiden. Net zoals hun habijt is de behoefte aan een luisterend oor tijdloos gebleven. Opvallend: in al die uren bij de zusters is het woord ‘God’ niet één keer gevallen. Misschien ‘gewoon’ voor deze tijd, maar toch bijzonder.

Fotoverslag

Zusters Augustinessen

1 Reactie

Reageren
  1. Zonnewende

    Heel mooie reportage! Bedankt…

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).