Spoorgebied Utrecht nu nog barrière: in de toekomst verbindende schakel?

Afbeelding

De spoorzone tussen Utrecht Centraal en station Vaartsche Rijn ligt als een barrière tussen het historische centrum en het gebied waar nieuwbouwontwikkelingen zoals Beurskwartier en de Merwedekanaalzone plaatsvinden. Dat staat in een ontwerpend onderzoek dat is uitgevoerd door AP+E, een design- en onderzoeksbureau. Het bureau is aan de slag gegaan om de potentie van dit spoorgebied te onderzoeken.

Het gigantische spoorgebied tussen de twee Utrechtse stations is vanuit de lucht goed te zien. Het gebied aan de zuidkant van station Utrecht Centraal is op sommige plekken 120 meter breed en in totaal bijna een kilometer lang. “Door de breedte, ontoegankelijkheid en het minimale aantal overbruggingen van de spoorzone is deze te vergelijken met een Berlijnse Muur die het oude en het nieuwe centrum van elkaar scheidt”, is te lezen in het onderzoek.

Het architectuurbureau AP+E heeft in het kader van het Young Innovator Programma van het College van Rijksadviseurs een ontwerp gemaakt hoe deze barrière doorbroken kan worden. Bij dit programma werken jonge, talentvolle architecten, stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten aan een grote ruimtelijke opgaves. Het doel van het initiatief is het genereren van vernieuwende ideeën en innovatieve input. In het onderzoek is gekeken naar de spoorzone in Utrecht, maar kan ook de basis vormen voor spoorzones in andere stedelijke centra.

(Artikel gaat verder onder afbeelding)

[caption id=”attachment_306639” align=”aligncenter” width=”1600”] Luchtbeeld / Google Maps[/caption]

Door de ontwikkelingen in het Beurskwartier met 3000 nieuwe woningen en de Merwedekanaalzone met tussen de 6000 en 9000 woningen verplaatst het zwaartepunt van de stad. “Het spoor vormde historisch gezien de entree tot het centrum, maar loopt tegenwoordig dwars door het centrum en is hiermee tot een barrière verworden voor de sterk groeiende stad.”

Blinde vlek

In het rapport is te lezen dat er nu nog weinig rekening wordt gehouden met de spoorzone. Het wordt zelfs een blinde vlek genoemd. Het onderzoek richt zich vooral op de vraag hoe de spoorzone een verbindende schakel kan worden. De gebieden aan weerszijden van het spoor zouden veel meer in verbinding met elkaar moeten komen. Dit moet niet gedaan worden door slechts bruggen te plaatsen, maar door plekken te maken waar Utrechters ook kunnen verblijven.

In het ontwerp staan nieuwe overbruggingen, bij de Nicolaas Beetstraat en de Inktpot. Deze moeten ook aan weerszijden met elkaar verbonden zijn via wandel- of fietsroutes. Gebouwen zouden ook kunnen aansluiten op deze paden. Daarnaast wordt er gesproken over een openbare ruimte, een park of gebouw, midden in het spoorgebied. De treinen rijden hier dan onderdoor, de overkapping kan gebruikt worden voor verschillende functies. “Hiermee wordt de leegte van spoorzone ingezet als kans om een ‘nieuw midden’ te creëren dat een schakel vormt tussen verschillende gebieden en gebruikersgroepen in de stad.”

Het rapport is vooral een creatief verkennend onderzoek. “Alhoewel hier specifiek wordt ingegaan op de situatie in Utrecht, legt dit onderzoek ook een basis voor een herwaardering van spoorzones in andere stedelijke centra.” Want ook in andere steden zouden deze gebieden blinde vlekken vormen in de stad: “Maar juist door hun schaal en ruimte vormen deze zones een belangrijke schakel in de duurzame ontwikkeling van Nederlandse steden op de lange termijn.”

Bekijk het hele onderzoek hier (pdf).