Standplaatshouders in Utrecht willen overgangstermijn; volgens gemeente is dit niet mogelijk

Een van de standplaatshouders vertelt wat het nieuwe beleid mogelijk kan gaan betekenen
Een van de standplaatshouders vertelt wat het nieuwe beleid mogelijk kan gaan betekenen

Standplaatshouders in Utrecht - verkopers met bijvoorbeeld een bloemenstal, viskraam of kaaswagen - zien het liefste dat er een overgangsregeling komt zodat ze zich kunnen voorbereiden op het nieuwe vergunningenbeleid en eventuele investeringen kunnen worden terugverdiend. Dat bleek dinsdagavond bij een bomvolle raadsinformatieavond. De gemeente meent echter dat dit niet mogelijk is.

Het was wederom een emotionele avond voor menig standplaatshouder en ondertussen begint het onderwerp een hoofdpijndossier te worden voor de gemeente Utrecht. Eind 2023 lopen de vergunningen af voor alle huidige standplaatshouders en het college van B&W en de gemeenteraad zijn bezig om nieuw beleid te maken voor het verdelen van de vergunningen.

Sommige standplaatshouders zitten al decennia in de stad en hebben een sterke binding met de plek waar ze staan. Ze zijn bang hun inkomen te verliezen nu de kans er is dat ze hun vergunning gaan verliezen. Volgens het college van B&W kunnen de huidige standplaatshouders geen voorkeursbehandeling krijgen vanwege Europese richtlijnen; elke ondernemer in de Europese Unie moet dezelfde kansen krijgen om een plekje in Utrecht te bemachtigen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

[caption id=”attachment_407354” align=”aligncenter” width=”1024”] David Bosch van de PVV[/caption]

Daarom had het college voorgesteld om de vergunningen te verloten. Dat leidde eerder al tot de nodige kritiek van ondernemers en de gemeenteraad. Loting lijkt daarmee van de baan. Samen met de brancheorganisatie van de standplaatsondernemers en een jurist die namens een deel van de standplaatshouders optreedt is er afgelopen weken gezocht naar een ander systeem om de vergunningen te verdelen. Het lijkt erop dat er gewerkt kan gaan worden met selectiecriteria. Alleen, zo benadrukt ook de gemeente, de huidige kraamverkopers mogen daarbij niet bevooroordeeld worden. Er blijft echter één groot meningsverschil, waar de branchevereniging en de jurist van de standplaatshouders meent dat er nu eerst een overgangsregeling moet komen voor de huidige ondernemers meent de gemeente Utrecht dat dit niet mag.

Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst dinsdagavond bleek maar weer eens hoe gevoelig het onderwerp ligt. Ruim 100 aanwezigen, waarvan het merendeel standplaatshouder was, uitte hun ongenoegen over de gang van zaken. Ook de gevolgen werden meermaals benadrukt. “Er hangt een donkere wolk boven ons” en “Geef ons een paar jaar om ons voor te bereiden op het nieuwe beleid”.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

[caption id=”attachment_407351” align=”aligncenter” width=”1024”] Een betrokkene van de branchevereniging aan het woord[/caption]

Wat blijft opvallen is dat de standplaatshouders aangeven dat ze niet wisten dat de vergunningen niet gewoon verlengd zouden worden, terwijl de gemeente blijft benadrukken dat het altijd duidelijk is geweest dat het tijdelijke vergunningen waren. Volgens de standplaatshouder die dinsdagavond aanwezig waren hebben zij veel geïnvesteerd in hun verkooppunten of de relatie met hun klanten: “Als straks iemand anders die vergunning krijgt komt ie in een gespreid bedje terecht.” Een andere ondernemer vertelt dat hij 250.000 heeft geleend bij zijn vader om zijn standplaats in te richten, als de vergunning straks naar een ander gaat kan hij dat volgens hem nooit meer terugbetalen.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

[caption id=”attachment_407355” align=”aligncenter” width=”1024”] Wethouder Susanne Schilderman was ook aanwezig[/caption]

Het grootste struikelpunt op dit moment lijkt dus de overgangsregeling. Het college van B&W meent dat dit juridisch niet mogelijk is, terwijl de standplaatshouders dit juist wel graag willen en zich gesteund voelen door de branchevereniging en hun eigen jurist. De komende weken gaat de gemeenteraad, die uiteindelijk het laatste woord heeft, nog meer informatie inwinnen en zullen ze verder het debat met elkaar aangaan.