Tien jaar geleden overleed de grootste sporter die Utrecht ooit heeft gekend: Anton Geesink Tien jaar geleden overleed de grootste sporter die Utrecht ooit heeft gekend: Anton Geesink

Tien jaar geleden overleed de grootste sporter die Utrecht ooit heeft gekend: Anton Geesink

Tien jaar geleden overleed de grootste sporter die Utrecht ooit heeft gekend: Anton Geesink
Gerard Geesink bij het standbeeld van zijn broer Anton. Foto: Robert Oosterbroek
Nederland heeft een aantal grote sporters voortgebracht, maar de allergrootste is ongetwijfeld Utrechter Anton Geesink. Met ruim 1,98 meter en 110 kilo zorgde de judoka voor een ongekende lijst aan successen; hij werd 21 keer Europees kampioen, drie keer wereldkampioen, eenmaal olympisch kampioen, vier keer Sportman van het jaar, drie keer Nederlands kampioen in het Grieks-Romeins worstelen en had tal van internationale onderscheidingen. Hij kwam gewoon uit volksbuurt Wijk C. Tien jaar geleden overleed hij. We lopen met zijn broer Gerard Geesink door hun buurtje in Utrecht.

Nederland heeft een aantal grote sporters voortgebracht, maar de allergrootste is ongetwijfeld Utrechter Anton Geesink. Met ruim 1,98 meter en 110 kilo zorgde de judoka voor een ongekende lijst aan successen; hij werd 21 keer Europees kampioen, drie keer wereldkampioen, eenmaal olympisch kampioen, vier keer Sportman van het jaar, drie keer Nederlands kampioen in het Grieks-Romeins worstelen en had tal van internationale onderscheidingen. Hij kwam gewoon uit volksbuurt Wijk C. Tien jaar geleden overleed hij. We lopen met zijn broer Gerard Geesink door hun buurtje in Utrecht.

Trots is Gerard, op alles wat zijn broer bereikt heeft. En trots was Anton, net als Gerard, op hun Wijk C. In deze volksbuurt groeiden ze op. Anton werd geboren op 6 april 1934 in de Kroonhof. Gerard is de jongste van het gezin van vijf kinderen. Naast Anton waren er hun broer Barend en zusjes Mina en Tonia. Vader werkte op de bouw. Moeder zorgde voor het huishouden. Iedereen kende het gezin, want Anton behaalde wereldfaam met judo.

Tekst gaat verder onder afbeelding

De Kroonhof in de jaren ’50. Bron: Het Utrechts Archief

Willemstraat

“Het is onvoorstelbaar hoe goed Anton was”, vertelt Gerard als hij loopt over de Willemstraat in Wijk C. De buurt ziet er anders uit dan vroeger, verschillende nieuwbouwblokken stonden er toen helemaal niet. Toch is er ook veel herkenning als Gerard door de wijk loopt. Hij weet overal iets over te vertellen.

Gerard werd geboren in 1947 en was dus 13 jaar jonger dan Anton. Toen hij jong was, begreep hij nooit, als hij iets flikte wat eigenlijk niet mocht, dat ze riepen dat ze het aan Anton zouden vertellen: “Bij mijn leeftijdsgenootjes stapten ze altijd naar hun vaders. Bij mij begonnen ze over mijn broer.” Het was prima opgroeien in Wijk C, ook al was het leven een stuk zwaarder dan tegenwoordig, en was Wijk C niet de makkelijkste buurt. De Geesinks konden echter goed met elkaar opschieten en voelden zich thuis in de wijk. “Onze ouders vonden alles best. Dus we konden veel lol trappen.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Groepsportret tijdens een buurtfeest in de Kroonhof te Utrecht, met in het midden (met zwarte hoed) de toen ca. 12 jarige Anton Geesink. Bron: Het Utrechts Archief

De huizen op de Kroonhof hadden toentertijd geen eigen toilet, maar deelden er een met de buren. Men leefde veel meer buiten, de mannen stonden bij elkaar voor de pomp, bij de Dikke Dries met elkaar te dollen, of gingen naar de kroeg. En er werd hard gewerkt. Op de Willemstraat wijst Gerard naar een pandje: “Hier zat vroeger Zanzibar, daar heb ik nog gewerkt. Ik vertrok van de bar naar de markt met een wagentje om koffie rond te brengen. Ik was toen elf jaar.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Gerard Geesink komt nog regelmatig in Wijk C

Even verderop in een zijstraat zit café Van Wegen: “Dat zat er vroeger ook al. Mijn broer Barend, de oudste zoon thuis, kon ontzettend goed biljarten en dat deed hij daar regelmatig. Maar o wee als je er vloekte. Ik weet nog goed dat Barend eens een fout maakte met biljart en zich versprak. Hij werd er direct uitgezet door Van Wegen.” Op het Vredenburg had de beroemde bokser Ben Bril een broodjeszaak. “Die had van die gegrilde kippen in de etalage draaien, jongens probeerden die weleens te pikken. Maar als Bril ze te pakken kreeg, hadden ze een probleem.” In de Korte Koestraat zit nog een klassieker, Willem Slok. “Ja, er zaten vroeger tientallen cafés in Wijk C.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Anton Geesink in de Oranjestraat te Utrecht in 1961. Bron: Het Utrechts Archief

Judo

Anton kwam met de judosport in aanraking toen er een demonstratie werd gegeven. Hij besloot het ook eens te proberen en ging trainen bij Van der Horst op het Oudkerkhof. Hij bleek erg talentvol te zijn. De ene na de andere wedstrijd won hij. In 1951 werd hij voor het eerst Nederlands kampioen en in 1953 Europees kampioen. Daarna verloor hij nog maar zelden een wedstrijd. Hij begon te trainen in Japan en maakte zich op voor de grote wedstrijden. “Hij was zo ontzettend goed. Hij heeft in zijn hele carrière maar een paar wedstrijden verloren. De hele buurt was trots op hem en iedereen kende hem.”

Anton was van wereldklasse. In 1961 ging hij naar Parijs voor het wereldkampioenschap. Gerard vertelt: “Hij versloeg daar de hele Japanse top. Dat had niemand durven dromen. Behalve in Wijk C dan hè, hier ging iedereen er gewoon vanuit dat hij won. Hij won namelijk altijd.” Gerard zat die dag voor de televisie om de verrichtingen van zijn broer te bekijken: “Maar de winst hebben we niet eens gezien. De zendtijd was op, dus ging de televisie op zwart.” Toen Anton terugkwam in de stad stonden er duizenden inwoners klaar om hem op te wachten. Hij werd gehuldigd door toenmalige burgemeester De Ranitz, die een lofzang aanhief over Anton.

In Wijk C was de wereldster overigens gewoon nog Anton. Thuis stonden ze ook niet zo stil bij de wereldfaam die Anton vergaarde. “Mijn moeder heeft hem zelfs nooit in judopak gezien, niet bij trainingen of bij een wedstrijd. Ze geloofde het allemaal wel. Als ze over de Willemstraat liep en de ‘oude wijven’ die voor hun huizen zaten riepen dat Anton weer eens had gewonnen, dan haalde ze haar schouders op. Mijn vader is weleens gaan kijken, maar ook maar een paar keer. Het was geen desinteresse, maar we bleven een gewoon gezin. En natuurlijk was de buurt trots op hem, maar iedereen bleef gewoon normaal doen. Een beetje geinen en dollen met elkaar vonden we veel leuker.” Zo weet Gerard nog goed dat de burgemeester en andere hoogwaardigheidsbekleders langskwamen in Wijk C om Anton te ontmoeten. “Ze stonden op straat voor het huis met een hele groep, in gesprek met Anton, toen er ineens iemand met de fiets door moest. Dat was gewoon onze vader die naar huis wilde. Hij keek niet op of om.”

Olympische spelen

Het volgende hoogtepunt was de olympische spelen in 1964. In de finale speelde Anton tegen Akio Kaminaga. Hij won. Utrecht barstte weer los van de vreugde: “Terwijl wij niet eens naar de wedstrijd zaten te kijken. Mijn vader en ik moesten namelijk werken in de bouw, en werk ging altijd voor.” Een jaar later werd Anton weer wereldkampioen. Uiteindelijk stopte hij in 1967 met judo. Hij werd 21 keer Europees kampioen, drie keer wereldkampioen en eenmaal olympisch kampioen. Ook werd hij vier keer verkozen tot Sportman van het Jaar en had hij tal van onderscheidingen in Rusland en Japan.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Huldiging van olympisch judokampioen Anton Geesink in 1964. Bron: Het Utrechts Archief

Gerard ging zelf ook op judo. En ook hij deed dat niet onverdienstelijk. Anton zag al gauw dat ook Gerard talent had. “Ik had een blauwe band, maar Anton wilde graag dat ik naar de open kampioenschappen ging in Duitsland. Ik durfde eigenlijk helemaal niet met mijn blauwe band, tegen alle judoka’s met zwarte banden. Maar ik had toegezegd, dus ik moest wel. Tot ieders verrassing behaalde ik een bronzen medaille.” Daarna ging Gerard harder trainen en meer wedstrijden doen. Hij won in Moskou: “Dat vond ik mooi, het Wilhelmus klonk en aan mijn zijde stond Anton.” Uiteindelijk werd hij Europees Kampioen bij de junioren in Lissabon. Hij ging ook met Anton mee naar Japan, om acht maanden te trainen. “Maar dat vond ik eigenlijk helemaal niks. Ik kon niet aarden in Japan. Ik was gewoon een jongen uit Wijk C, daar kende ik alles en iedereen.”

Tekst gaat verder onder afbeelding

Anton en Gerard (vooraan) op de trap van de Sportschool Anton Geesink in 1967

Wijk C heeft altijd nog een plekje in het hart van Gerard. En Anton heeft altijd nog een plekje in Utrecht. Of eigenlijk meerdere: er is een straat naar hem vernoemd en hij heeft een standbeeld aan de Sint-Jacobsstraat. Gerard woont tegenwoordig in Den Bosch, maar komt nog regelmatig naar Utrecht om een rondje te lopen door zijn oude buurt. Hij komt er vaak bekenden tegen. Ook vandaag: “Hé, is dat Gerard niet?”, wordt er geroepen. Een oude bekende van de familie Geesink stapt net van de fiets af. De twee beginnen gelijk te praten over vroeger.

Tekst gaat verder onder afbeelding

Het is dit jaar tien jaar geleden dat Anton is overleden. Er kwamen veel mensen naar zijn uitvaart, zelfs (toen nog prins) Willem-Alexander was er. Gerard denkt nog regelmatig aan zijn broer terug. “Hij was een geweldige sporter, de beste die we ook in Nederland hebben gehad, maar voor mij ook altijd een goede broer. Ik had het er ook erg moeilijk mee toen hij overleed. Ik heb nooit hardop gezegd dat ik zo verschrikkelijk trots op hem was. Maar hij wist het wel.”

9 Reacties

Reageren
  1. Bertje 030

    Geen brug naar hem vernoemd, geen sportpark naar hem vernoemd (wel 2 sportparken vernoemd naar voetballers die nooit voor de plaatstelijke FC uitkwamen), zijn sportschool verkwanseld, zo gaat Utrecht met zijn topsporters om.
    Anton moet het doen met een straatje en een beeld, maar hele genaraties weten dat hij (letterlijk en figuurlijk) een van de grootste van Utrecht was.

  2. Herman

    Ja en deze grootste Utrechtse sporter moet het met een straatje achteraf doen.
    Anno 2029 krijgt een eendagsvlieg een brug……

  3. Koel Hoofd

    @Bertje 030 en Herman
    AUCH!
    Inderdaad heel pijnlijk hoe Utrecht met haar grootste sportman omgaat.
    Als je ziet waar hij vandaan kwam en hoe hoog hij is gekomen, zou hij een lichtend voorbeeld moeten zijn.
    Maar ja, de huidige generatie heeft ook de aandachtsspanne en historisch perspectief van een eendagsvlieg

  4. GeeWee

    @Herman: de straat ligt in het prachtige Ondiep, aan de Rooie Brug. Wat mij betreft een toplocatie 🙂

    Het is wel zonde dat zijn sportschool leegstaat en gesloopt dreigt te worden. Kan voor dit pand niet een mooie nieuwe bestemming gevonden worden?

  5. Massegast

    Ben het helemaal eens met bovenstaande reacties, maar realiseer je wel dat de helft van de huidige inwoners van onze stad helemaal niet weet wie Anton Geesink was. En dat geldt misschien ook wel voor de politici en de ambtenaren. Dus wees er snel bij om nog iets substantieels naar de man te vernoemen.

  6. Marcel de Korte

    Anekdote. Je moest geen ruzie zoeken met Antonnegie. Maar er waren natuurlijk altijd van die bijdehante gastjes, die dat wel deden. Bijvoorbeeld in het cafe. ‘He, Geesink,’ riep zo’n sukkel dan: ‘Potje matten?’ Dan pakte Anton een rijksdaalder uit zijn binnenzak en boog die tussen duim- en wijsvinger dubbel. Zo plat als een dubbeltje. Aan het plasje op de vloer kon je zien waar de ruziezoeker had gestaan.

  7. De count

    @GeeWee, die vraag moet je in utrecht niet stellen, of je moet van prefabgevels vastgoed houden. Dat is de enige smaak mooie nieuwe bestemming die er lijkt te bestaan tegenwoordig

  8. Pee

    Hij was een oprecht en eerlijk mens,daarom wilde ze bij het noc/nsf van hem af hij was te eerlijk.

  9. G. de Vries

    Bij iedere (vaak oudere) utrechter zit de naam Anton Geesink gebeiteld in het collectief geheugen! De beste man is een legende.
    Had de Paardeveldbrug ( over de singel naar Politieburo Kroonstraat) de A. Geesinkbrug genoemd en het kleine veldje aan de Catharijnesingel achter de parkeergarage ‘het A. Geesink plantsoen’, beiden dicht bij de Kroonstraat en wijk C.
    Als een fietsbrug (volksmond: schippersbrug vanwege de schepen die onder je doorvaren) naar een hardloopster vernoemd kan worden dan ook zeker een plantsoen en een brug in de binnenstad postuum naar een legende die dit verdient!

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).