De Utrechtse hoogleraar Liesbeth Kester gaat onderzoek doen naar de invloed van digitalisering op de kansengelijkheid van jongeren. Hiervoor krijgt ze 2,8 miljoen euro van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO). Kester is de eerste die subsidie krijgt uit een nieuw programma van de organisatie.
Universiteit Utrecht krijgt 2,8 miljoen euro voor onderzoek naar invloed van digitalisering op kansen van jongeren

Thuis en op school vind je steeds meer computers, smartphones en tablets. Ook maken steeds meer kinderen en jongeren gebruik van sociale media, games, maar ook digitale leermiddelen. Dit heeft mogelijk invloed op de kansengelijkheid van de jeugd. Hoogleraar Onderwijswetenschappen, Liesbeth Kester, wil die invloed in kaart brengen.
Daarvoor krijgt Kester een aanzienlijk bedrag: NWO geeft een subsidie 2,8 miljoen euro voor het onderzoek. “Het is geweldig dat we met ons consortium de mogelijkheid krijgen bij te dragen aan een oplossing voor het maatschappelijk vraagstuk: kansenongelijkheid”, laat Kester weten. “Door te kijken naar de bewegingen van onze jeugd in het medialandschap dat hen omringt, thuis, op school en in de buurt, proberen we erachter te komen welke impact de digitale media in dit landschap hebben op hun ontwikkeling en kansen.”
Brug slaan
Kester voert het onderzoek niet alleen uit. Dat gaat ze samen met een consortium doen, dat bestaat uit andere medewerkers van bijna twintig andere kennisinstellingen. Dat zijn uiteenlopende organisaties, van Universiteit Twente tot het Centrum Jeugd en Gezin. “Het doel daarvan is om een brug te slaan tussen de wetenschap en de maatschappij, zodat samen antwoord wordt gevonden op maatschappelijke vraagstukken”, schrijft de Universiteit Utrecht.
Het onderzoek naar de invloed van digitalisering op de kansengelijkheid van kinderen is het eerste dat subsidie krijgt uit een nieuw programma van NWO. Dat is het programma ‘Jeugd en digitalisering - impact op identiteitsontwikkeling, relaties en kansengelijkheid’. Dit programma is in het leven geroepen om een beter beeld te krijgen van de invloed die digitalisering heeft op de identiteit en kansengelijkheid van jeugdigen van 0 tot 18 jaar.



