Utrecht volgens Bastiaan Staffhorst: ‘De eerste honderd flessen waren binnen twee dagen weg’ Utrecht volgens Bastiaan Staffhorst: ‘De eerste honderd flessen waren binnen twee dagen weg’

Utrecht volgens Bastiaan Staffhorst: ‘De eerste honderd flessen waren binnen twee dagen weg’

Utrecht volgens Bastiaan Staffhorst: ‘De eerste honderd flessen waren binnen twee dagen weg’
Van 1861 tot 1974 maakte de familie Staffhorst een echte Utrechtse jenever. Bastiaan Staffhorst behoort tot de vijfde generatie die de familietraditie in 2013 nieuw leven heeft ingeblazen. Dit jaar bestaat Staffhorst Jenever 160 jaar. Onlangs werd de laatste kweeappeloogst uit de tuin van oud-burgemeester Jan van Zanen verwerkt tot aperitief: Pommeau de Jean. Voor de gelegenheid maakten stadsdichter Ingmar Heytze en de Utrechtse kunstenaar Kees Wennekendonk een verlaat eerbetoon voor de burgemeester. We vroegen Bastiaan waarom hij acht jaar geleden het familiebedrijf weer opstartte en waar hij trots op is als Utrechter. 

Van 1861 tot 1974 maakte de familie Staffhorst een echte Utrechtse jenever. Bastiaan Staffhorst behoort tot de vijfde generatie die de familietraditie in 2013 nieuw leven heeft ingeblazen. Dit jaar bestaat Staffhorst Jenever 160 jaar. Onlangs werd de laatste kweeappeloogst uit de tuin van oud-burgemeester Jan van Zanen verwerkt tot aperitief: Pommeau de Jean. Voor de gelegenheid maakten stadsdichter Ingmar Heytze en de Utrechtse kunstenaar Kees Wennekendonk een verlaat eerbetoon voor de burgemeester. We vroegen Bastiaan waarom hij acht jaar geleden het familiebedrijf weer opstartte en waar hij trots op is als Utrechter. 

Waarom heb je Pommeau de Jean gemaakt? 

“Ik doe zoiets elk jaar. Iedere keer gebruiken we stadsoogsten. Ook nu hebben we op een bijzondere plek appels geoogst. We vragen dan ook een kunstenaar om er iets bij te maken. In dit geval een gedicht en tekening. Het zijn elke keer hele gave plekken: uit de tuin van Karel V, maar ook bij Castellum Hoge Woerd of langs het water bij de Metaal Kathedraal. Daarachter zit een hele mooie tuin waar pruimen hingen. Het zijn elk jaar maar een stuk of vijftig flessen. Dit jaar was wel de vijfde en laatste keer. Het is heel leuk om met Utrechts fruit te werken. Het hoort bij deze streek. Er is veel fruit in de streek en de stad. En het blijft vaak over; het valt op de grond en is voor de wormen.”

Waarom ben je in 2013 weer begonnen met Staffhorst Jenever?

“Ik had nog twee oude flessen Staffhorst Jenever. Eentje had ik in mijn studententijd opgedronken, de ander had ik nog staan. Als ik die op zou drinken, zou het weg zijn. Toen had ik het idee om wat nieuwe te maken. Dan had ik weer een voorraadje. Dat deed ik samen met een kok die distilleerde maar nog nooit jenever had gemaakt. Hij had een zeer goed gevoel voor smaak. Op die manier wisten we het oude familierecept te reconstrueren. Uiteindelijk hadden we 125 flessen jenever. Best wel veel voor een eigen voorraadje. Zo’n drinker ben ik nou ook weer niet. Ik had een paar slijters gevraagd of ze het wilden verkopen, als eenmalige gimmick. Ik wilde er honderd verkopen en de rest voor mezelf houden. Ze waren binnen twee dagen weg. We stookten nog een ketel en nadat we een paar honderd flessen hadden verkocht, gingen we door. Zonde om ermee te stoppen.”

Sinds eind 2019 heb je ook een proeflokaal in Buurten in de Fabriek. Hoe bevalt dat? 

“Dat is leuk. Het is een hele gave plek. We geven er workshops waarin we vertellen over 160 jaar Staffhorst, wat jenever en gin is en hoe je het maakt. Er staat een distilleeropstelling en we leggen uit hoe die werkt. En mensen gaan zelf aan de slag. Alle ingrediënten hebben we apart gedistilleerd. Een stuk of twintig smaken die je zelf kan blenden. Iedereen krijgt zo zijn eigen unieke gin. Het kwam helemaal op zijn gat te liggen door corona, maar nu gaan we er weer mee aan de gang. Het is superleuk. Wat in het vat zit verzuurt niet.”

En waar drink je het lekkerste biertje in Utrecht?

“Het Wed is echt mijn favoriete terras. Daar ga altijd bij De Vingerhoed zitten. Daar woonde ik lang om de hoek: op de Haverstraat. Ik was toen ook straatmuzikant en speelde vaak op ’t Wed. Het is zo’n fijn, mooi geborgen plekje. Als je daar zit komen er altijd mensen langs om naar te kijken. Er speelt zich de hele dag een filmpje af.”

Waar ben je trots op als Utrechter?   

“Utrecht is een hele sociale stad waar het bij mensen in hun dna zit om naar elkaar om te kijken. Dat is mooi om vast te houden en uniek aan Utrecht. Eind jaren 90 was hier een enorme daklozen- en verslaafdenproblematiek. Dat hebben we supergoed aangepakt: op een hele menswaardige manier. Daar waar die mensen in andere steden werden opgejaagd, werden ze hier opgevangen. Mijn vader zei altijd: ‘Utrecht is zoveel leuker geworden dan in mijn jeugd’. Hij is geboren in 1934 en woonde hier zijn hele leven. Ook als ik Utrecht vergelijk met mijn studententijd is de stad zo vooruitgegaan. Het is onzin als iemand zegt dat vroeger alles beter was. Het is zo mooi geworden.”

Wat is je droomhuis in Utrecht?

“Een klein huis op de Nieuwegracht. Ik ga op zaterdag altijd naar de markt op Vredenburg om kaas te halen, daarna bloemen. Op de Nieuwegracht wonen vrienden waar ik altijd koffie ga drinken. Het licht glinstert door de boomtoppen, op de huizen en het water. Het is de combinatie van de binnenstad en de rust.”

Utrecht is… 

“…een stad waar de geest van Sint Maarten stevig rondwaart.”

2 Reacties

Reageren
  1. Massegast

    Leuk, een echt Utrechts verhaal! Als klein jochie ging ik met mijn moeder mee om sterke drank bij Staffhorst te kopen. In de Wittevrouwenstraat. Ik kan me de geur in die winkel nog herinneren.

  2. BdV

    Aha, ik vroeg me al af of een kweeappel niet eigenlijk een kweepeer zou moeten zijn, maar het blijken twee juiste benamingen voor hetzelfde fruit te zijn.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).