Utrecht volgens politieagent Emile Vermeulen: ‘Vriendelijk als het kan, maar streng als het moet’ Utrecht volgens politieagent Emile Vermeulen: ‘Vriendelijk als het kan, maar streng als het moet’

Utrecht volgens politieagent Emile Vermeulen: ‘Vriendelijk als het kan, maar streng als het moet’

Utrecht volgens politieagent Emile Vermeulen: ‘Vriendelijk als het kan, maar streng als het moet’
Emile Vermeulen is al 21 jaar politieagent in Utrecht en hij is nog lang niet klaar met de stad. Hij begon ooit als agent bij de noodhulp en werd daarna Wijkagent Horeca in de Utrechtse binnenstad. Ruim tien jaar lang was Vermeulen te vinden tussen het uitgaanspubliek. Inmiddels is hij vier jaar Operationeel expert wijkagent, nog altijd bij het politiebureau Paardenveld aan de Kroonstraat. We vroegen hem hoe het was om wijkagent te zijn en of hij een mooie herinnering heeft aan de stad.

Emile Vermeulen is al 21 jaar politieagent in Utrecht en hij is nog lang niet klaar met de stad. Hij begon ooit als agent bij de noodhulp en werd daarna Wijkagent Horeca in de Utrechtse binnenstad. Ruim tien jaar lang was Vermeulen te vinden tussen het uitgaanspubliek. Inmiddels is hij vier jaar Operationeel expert wijkagent, nog altijd bij het politiebureau Paardenveld aan de Kroonstraat. We vroegen hem hoe het was om wijkagent te zijn en of hij een mooie herinnering heeft aan de stad.

Waar hou je je mee bezig bij de politie?

“Ik ben op een wat breder niveau inzetbaar in vergelijking met een wijkagent. Van mij wordt verwacht dat ik ook grensoverstijgende problematiek kan behandelen. Het eerste jaar deed ik dat vooral voor de horeca in de binnenstad. Nu zijn social media en cybercrime de twee portefeuilles waar ik voornamelijk mee bezig ben.”

Hoe bevalt het als Operationeel expert wijkagent?

“Het is anders: je komt een stuk minder op straat. Maar ik was er wel aan toe om collega’s op een andere manier te helpen. Dat deed ik al wel veel met het horecateam, maar nu doe ik dat met name op het gebied van cybercrime. Dat onderwerp is soms best lastig. Het zou mooi zijn als de wijkagent de burger kan informeren over hoe je waakzaam bent online. En om dat goed uit te kunnen leggen, moet je goed beslagen ten ijs komen. Daar help ik bij. Ook al klinkt cybercrime misschien heel technisch, toch is het vrij eenvoudig om te plegen. Best veel mensen worden er slachtoffer van en denken dan: ‘Het is mijn eigen schuld’. Maar het ziet er zo echt uit, mensen hoeven zich daar niet voor te schamen. Ik ben onder meer bezig om collega’s de theorie erover bij te brengen.”

Wat vind je daar zo leuk aan?

“Wat ik echt prachtig vind, is HackShield. Dat is een cyberprogramma voor kinderen, ontwikkeld door een non-profitorganisatie. Door middel van lesmateriaal en een game zijn we bezig om kinderen cyberwise te maken. Zo kunnen zij bijvoorbeeld ook weer aan hun oma, opa, papa en mama uitleggen waar ze op moeten letten. We zijn een aantal keer de boer op geweest met een groot mobiel medialab. Zo help je kinderen, maar ook collega’s. Die worden op die manier net zo goed cyberwise, op een visuele en praktische manier. Dat is veel leuker dan alleen uit een theorieboek leren. Cybercrime overbrengen is niet iets wat je uit een boek leert. Dat leer je het beste vanuit de praktijk. Hetzelfde geldt voor de horecateams. Hoe je het beste te werk kan gaan in een uitgaansgebied leer je niet uit een boek, dat leer je door te doen. Van dat soort dingen word ik heel blij. En daar krijg je ook het meeste enthousiasme van terug.”

Hoe was het om wijkagent te zijn?

“Na acht jaar in de noodhulp, merkte ik dat ik iets meer wilde doen. Bij de noodhulp help je mensen, maar ga je daarna ook weer weg. Het is een pleister plakken als het ware. Ik wilde iets structureels doen. Ik wilde ervoor zorgen dat iedereen prettig en veilig kan stappen in Utrecht. Met die insteek ben ik altijd bezig geweest: zorgen dat het publiek het leuk en prettig had en veilig was. We waren er altijd, ieder weekend. Je moet niet denken dat als je een beetje macht uitstraalt, dat je dan dronken studenten in het gareel houdt. Ze studeren bijvoorbeeld vaak Rechten en natuurlijk kennen wij zelf het strafrecht, maar de studenten vinden altijd dat zij het nog beter weten. Zo’n discussie ga je niet winnen. Daar bereik je ook niks mee. Tuurlijk moet je vriendelijk zijn als het kan, maar ook streng zijn als het moet.”

Wat typeert Utrecht volgens jou als politieagent?

“In Utrecht zijn we heel erg met elkaar in gesprek. We hebben namens de politie bondgenoten: we zitten in een groep met onder meer FC Utrecht, Hoog Catharijne, de studentenverenigingen, de moskeeën, allemaal verschillende soorten partijen bij elkaar. We zijn in contact met zijn allen. Dat vind ik heel gaaf.”

Wat is je lievelingsplek in Utrecht?

“Ik vind Olivier heel fijn. Dat past bij onze stad: een grote kroeg met een belangrijke waarde vanuit de Tweede Wereldoorlog. Maar het is ook geen dampende discotheek, want dat past ook weer niet helemaal bij Utrecht. Het is een levendige plek waar veel mensen komen en waar ze heel veel lekkere bieren hebben. Dus daar ben ik zeker vaak te vinden.”

Wat is jouw mooiste herinnering aan Utrecht?

“Het lastige is dat als je dat een politieagent vraagt, die altijd begint over een incident. Een incident waar ik aan moet denken, is het trapincident* (op 6 augustus 2006, red.). Wij waren als een van de eersten ter plaatse. Ik weet nog dat het een grote chaos was. Op straat bij de Ganzenmarkt lagen rijen met slachtoffers. Er kwam een meisje naar me toe die zei: ‘Ik ben geneeskundestudent, kan ik helpen?’ Toen kwam er nog iemand die wilde helpen, ook geneeskundestudent. En zo ging het maar door. We werden overspoeld met meiden en jongens die bijvoorbeeld geneeskunde of verpleegkunde studeerden en wilden helpen. Dat vond ik typerend voor Utrecht. We deden het met zijn allen. Het was mooi om te zien in zo’n chaossituatie. Dat voelde ik ook bij de tramaanslag.”

Waar ben je trots op als Utrechter?

“Ik blijf een binnenstadsmens. Ik vind het zo fijn om in de binnenstad te zijn en te merken dat je best veel mensen kent, zeker toen ik wijkagent was. Dus je groet ook veel mensen. Utrecht is een van de grootste steden van Nederland, en dat je dan op straat zoveel mensen kent. Dat vind ik zo gaaf aan Utrecht. Het is een stad, maar het is ook een dorp. En ik vind het tof dat er moderne dingen bij komen, zoals Hoog Catharijne. Ik vind het stoer dat we dat als stad doen.”

Utrecht is…

“…me stadsie. Ik denk wel eens: ‘Mag ik dat dan zeggen?’ Maar na 21 jaar en best wat dingen hier te hebben meegemaakt, en best wat voor de stad te hebben gedaan, heb ik wel het gevoel dat Utrecht mijn stad is.”

*Tijdens de Muzikale Botenparade op 6 augustus 2006 stortte een trap, naar de werf van de Oudegracht, in voor de Winkel van Sinkel. Tientallen mensen raakten gewond en een persoon kwam om het leven.

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).