Utrecht volgens Volt-tweede kamerlid Marieke Koekkoek

Afbeelding

Marieke Koekkoek (32), Volt-kandidaat nummer vier op de lijst, heeft met voorkeursstemmen toch een plekje gekregen in de Tweede Kamer. Door al die stemmen passeerde ze de nummer drie op de lijst. Het is de eerste keer dat de pan-Europese partij meedeed met de verkiezingen. De Nederlandse afdeling werkt samen met Volt Europa. Het verkiezingsprogramma is dan ook uitgesproken Europees en progressief. Marieke zet haar werk als advocaat-stagiaire bij een advocatenkantoor in Amsterdam de komende jaren even op pauze. We vroegen haar waar ze zich voor wil inzetten in de Kamer en wat haar lievelingsplek is in Utrecht.

Waarom ben je lid geworden van Volt?
“Ik raakte betrokken voordat Volt Nederland bestond. In 2018 las ik een artikel in NRC waarin de oprichters van Volt, een Française, Italiaan en Duitser, vertelden waarom de beweging bestond. Ik had op dat moment net een zoon en was op zoek naar houvast, niet alleen in de politiek, maar ook in de samenleving. Mensen trekken zich steeds meer terug op hun nationale eilandjes en praten soms heel ruw over elkaar. Met name als iemand uit het buitenland komt of een migratieachtergrond heeft. Ik deed onderzoek in internationaal handelsrecht in Leuven en vanuit dat specialisme heb ik Volt Europa aangeschreven. Ik vroeg of ze daar als nieuwe beweging nog hulp bij nodig hadden. Ik sloot me eerst aan bij het Europese beleidsteam, daarna bij het Nederlandse. Pas veel later dacht ik: ik wil politiek actief worden. Terwijl politica zijn nooit mijn ambitie is geweest.”

Waar wil je je vooral mee bezighouden als je in de Tweede Kamer zit?
“Ik heb zelf meegeschreven aan het vluchtelingen- en migratiebeleid van de partij. Daar wil ik me in de Kamer ook zeker voor gaan inzetten. Met name dat het vluchtelingenbeleid veel humaner wordt dan nu. Daar is zowel op Europees als op Nederlands niveau echt heel veel te verbeteren. Migratie is een van de dingen waarvan ik dacht: dat moet je juist ook in Nederland veel beter gaan regelen. En daar kan Volt iets aan bijdragen.”

Waarom vind je migratie zo’n belangrijk onderwerp?
“Mijn man komt uit China. Hij kwam als student naar Nederland en kreeg op een gegeven moment een status als arbeidsmigrant. We hebben geen heel grote narigheden meegemaakt, maar je merkt dan wel hoe ingewikkeld het soms kan worden als iemand van buiten Nederland komt. Onze kinderen hebben een gemixte achtergrond. Ik vind het heel belangrijk dat we solidairder worden in hoe we omgaan met en praten over mensen die of hier asiel aanvragen of een migratieachtergrond hebben. Ik wil dat Nederlanders goed blijven kijken naar de rest van de wereld en beseffen dat je op een vriendelijke manier met elkaar om moet blijven gaan. In sommige dingen zijn we echt doorgeslagen.”

Hoe en wanneer was je voor de eerste keer in Utrecht?
“Ik ging hier studeren toen ik achttien was, na een paar maanden rondreizen in Australië. Ik had een kamer bij iemand op zolder in De Meern. Ik weet nog dat ik voor de deur van de rechtenfaculteit stond op het Janskerkhof en dacht: ‘Wow, ga ik dit echt allemaal doen?’ Ik was de eerste uit mijn gezin die ging studeren en wist niet wat ik moest verwachten.”

En waar drink je het lekkerste biertje in Utrecht?
“In Kafé België, omdat ik daar op eerste date ben geweest met mijn man. We hebben elkaar op Utrecht Centraal ontmoet, omdat we op dezelfde studiereis naar Wenen gingen. We zagen elkaar voor het eerst op het perron waar we met de rest van de groep stonden te wachten op de nachttrein.”

Wat is je lievelingsplek in Utrecht?
“Vroeger was dat de kloostertuin naast de Dom, maar nu is dat een beetje verschoven. Ik woon inmiddels in Leidsche Rijn. De bibliotheek in Leidsche Rijn Centrum is mijn favoriete plek aan het worden. Voor corona kwam ik daar graag. Het is een plek met een leuke kinderhoek en natuurlijk met veel boeken. En je had daar ook allerlei voorstellingen. Ik hou erg van lezen en ik hou sowieso van bibliotheken.”

Waar ben je trots op als Utrechter?
“Door de gekte op de woningmarkt voelt het soms alsof er maar één type persoon in Utrecht komt wonen. Toch heb ik het gevoel dat de stad haar best doet om het zo inclusief mogelijk te houden. Om iedereen toch een plekje te geven. Ik heb het idee dat er hier goed opgelet wordt dat de inwoners, met alle achtergronden, op plek één staan. Ik denk dat je er alleen maar sterker van wordt als je zo divers mogelijk bent.”

Utrecht is…
“…een stad waar iedereen goed voor elkaar zorgt.”