Het aantal dierproeven dat het UMC Utrecht en de Universiteit Utrecht (UU) vorig jaar deed, is vrijwel gelijk gebleven ten opzichte van een jaar eerder. In 2022 ging het om 20.436 proeven waarvoor dieren werden gebruikt en in 2021 om 20.576 proeven. Ongeveer de helft van de proeven werd gedaan met muizen, maar ook varkens, runderen en honden zijn ingezet.
UU en UMC Utrecht deden vorig jaar bijna net zoveel dierproeven als in 2021; vooral op muizen, kippen en ratten

Het UMC en de UU gebruiken proefdieren voor verschillende doeleinden op het gebied van onderzoek en onderwijs. Zo wordt er bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de werking van organen of naar stoffen die invloed hebben op de werking ervan. Ook worden er dierproeven uitgevoerd voor onderwijs, bijvoorbeeld bij het opleiden van dierenartsen.
Ingezette dieren
Ongeveer de helft van de dierproeven bij de UU en het UMC wordt gedaan met muizen. Reden daarvoor is dat er veel kennis is over hoe het muizenlichaam reageert. Ook zijn er veel genetisch gewijzigde varianten van muizen beschikbaar voor specifieke onderzoeksvragen.
Behalve muizen werden ook kippen (bij 5.297 proeven) en ratten (bij 3.511 proeven) veel ingezet. Daarna volgen op de lijst onder meer de proeven met varkens (705), runderen (435), zebravissen (293) en honden (209).
In de grafiek is te zien welke dieren er werden gebruikt en bij hoeveel proeven dat was. Het kan voorkomen dat een proefdier gebruikt wordt bij meerdere proeven of dat een proefdier nooit in een dierproef terecht is gekomen. De cijfers in de grafiek hebben dus betrekking op het aantal dierproeven en niet op het aantal dieren dat gebruikt is.
Proefdiervrije methoden
De Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht werken ondertussen verder aan proefdiervrije methoden, bijvoorbeeld computervoorspellingen, virtual reality of namaakdieren voor studenten Diergeneeskunde. Ook komt er een Centrum voor Proefdiervrije Biomedische Translatie (CPBT), waar onderzoek gedaan kan worden naar proefdiervrije methoden.
Het aantal door de UU en het UMC uitgevoerde dierproeven halveerde de afgelopen tien jaar weliswaar en aan de faculteit Diergeneeskunde daalde het aantal dierproeven zelfs met 74 procent. Toch gaat de daling de afgelopen jaren langzamer dan eerder.
Volgens Wim de Leeuw, hoofd van de interne toezichthouder Instantie voor Dierenwelzijn Utrecht, heeft dat verschillende redenen. “Maar het lijkt erop dat de dierproeven die relatief eenvoudig te vervangen waren in de afgelopen jaren zijn beëindigd, en de dierproeven die nu nog uitgevoerd worden moeilijker te vervangen zijn.”



