Op dit moment werkt de gemeente Utrecht met zo’n veertig zorgorganisaties samen, maar daar moet verandering in komen. De gemeente wil vanaf 2027 nog maar met één partij een contract afsluiten voor de aanvullende zorg vanuit de Wmo. Hard nodig volgens de gemeente, want de vraag naar zorg neemt toe terwijl het geld schaarser wordt.
Van 40 aanbieders naar 1: gemeente Utrecht wil zorg Wmo volledig anders gaan inkopen

Om de materie eerst te duiden. De Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) is een Nederlandse wet die ervoor zorgt dat mensen die hulp nodig hebben in het dagelijks leven, deze hulp kunnen krijgen. De gemeente is verantwoordelijk voor deze ondersteuning.
De Wmo is er vooral voor ouderen, mensen met een beperking of chronische ziekte, en anderen die moeite hebben om zelfstandig te blijven. Zorg kan zijn; dagbesteding voor mensen met een beperking en begeleiding bij het zelfstandig wonen.
Aanvullende zorg vanuit de Wmo is extra ondersteuning die de gemeente biedt naast de standaard voorzieningen. Dit is bedoeld voor mensen die meer maatwerk nodig hebben. De gemeente werkt nu samen met ongeveer 40 aanbieders van zorg, maar wil dit terugbrengen tot 1.
‘Piepend en krakend tot stilstand’
De gemeente wil op deze manier dat inwoners sneller en eenvoudiger dichtbij huis de juiste hulp krijgen. “Juist nu de zorgvraag stijgt en de financiële druk toeneemt, willen we de zorg dichter bij inwoners brengen”, zegt wethouder Voortman.
“Daarom wachten we niet tot het zorgsysteem piepend en krakend tot stilstand komt, maar pakken we nu de regie. We kiezen voor één zorgpartner en meer samenwerking in de wijk. Zo houden we de zorg in Utrecht toekomstbestendig.”
Dat betekent concreet dat inwoners en andere zorgpartijen, zoals het buurtteam, vanaf 2027 één duidelijk aanspreekpunt hebben in hun wijk voor specialistische hulpvragen. Met één zorgpartner en een wijkgerichte aanpak wordt de samenwerking tussen buurtteams, vrijwilligers, huisartsen en andere zorgverleners eenvoudiger. Dit zorgt voor betere afstemming en snellere hulp voor inwoners.
Deze aanpak opent de deur naar nieuwe vormen van ondersteuning, zoals groepsbegeleiding en digitale hulpmiddelen. Zo kunnen inwoners vaker in hun eigen wijk terecht en gemakkelijker steun krijgen van buurtgenoten. Dit vermindert de behoefte aan zware zorg en wordt het beschikbare geld beter benut.
Samenwerken
De gemeente wil kiezen voor één zorgpartner, maar het college van Burgemeester en Wethouders (B&W) plaatst daarbij een kanttekening. In een brief aan de raad benadrukt het college dat er momenteel geen enkele aanbieder is die dit volledig kan leveren. “Aanbieders zullen dus een samenwerkingsverband moeten vormen.”
Zorgaanbieders moeten dus meer gaan samenwerken om de zorg te leveren. “Zij vormen dan samen één nieuwe organisatie of gaan in onderaanneming samenwerken”, aldus een woordvoerder van de gemeente.
“Maar we realiseren ons goed dat het voor aanbieders een grote verandering is, want het vraagt van hen dat ze echt met elkaar samenwerken in plaats van naast elkaar.”
Volgens de woordvoerder neemt de gemeente de tijd voor deze aanbesteding en gaat eerst in gesprek met geïnteresseerde partijen. “De gemeente wil hen goed begeleiden om te zorgen dat de nieuwe samenwerking ook echt goed geregeld wordt, zodat de zorg uiteindelijk toegankelijker wordt voor inwoners.”
Gesprekken met geïnteresseerden
De komende maanden gaat Utrecht in gesprek met geïnteresseerde zorgaanbieders. In het voorjaar van 2026 maakt de gemeente bekend welke organisatie vanaf januari 2027 de aanvullende zorg zal leveren. Bij de aanbesteding worden duidelijke afspraken gemaakt over kwaliteit, toezicht en continuïteit van de zorg.



