Wat betekent veryupping voor oude Utrechtse wijken?

Bezoekers van de Twijnstraat komen tegenwoordig niet alleen voor de slagerij, maar ook voor de boetiek en de koffiebar. Foto: Robert Oosterbroek / DUIC
Bezoekers van de Twijnstraat komen tegenwoordig niet alleen voor de slagerij, maar ook voor de boetiek en de koffiebar. Foto: Robert Oosterbroek / DUIC

Door: Marcel Hobma & Jesse Holweg

Een voor een worden Utrechtse buurten opgewaardeerd met hippe koffiebars en koopwoningen – Utrecht lijkt te ‘veryuppen’. Hoogopgeleide nieuwkomers maken gretig gebruik van de voorzieningen, oude bewoners krijgen het moeilijker. Het is half vijf ‘s middags. In de Sparstraat in Ondiep staan twee buurvrouwen te roken terwijl hun hondjes elkaar besnuffelen. Ze staan voor een van de arbeiderswoningen die zo typisch zijn voor de oude volksbuurt. Achter het raam staat een verzameling Betty Boop-figuurtjes. Voor sommige van de woningen staan stoelen en bankjes. In de zomer zitten de buurtbewoners hier vaak met een biertje. Honderd meter verderop in de Kastanjestraat stapt een moeder uit haar Volvo. Ze wordt in de deuropening van haar nieuwbouwwoning onthaald door haar kinderen. Sommige huizen hebben zonnepanelen, rond de meeste tuintjes staat een netjes gesnoeide buxushaag. De straat doet denken aan een Vinex-wijk.
‘De lagere inkomens krijgen minder mogelijkheden om in het gebied te wonen’
Deze verschillen binnen Ondiep zijn er niet altijd geweest. Door de slechte reputatie van de wijk begon de gemeente in 2004 een grootschalige renovatie. De arbeiderswoningen worden geruimd voor nieuwe koopwoningen en de ‘oude’ buurtbewoners maken plaats voor jonge, hoogopgeleide nieuwkomers: yuppen. Gentrificatie De komst van de yup in Utrecht is een kenmerk van gentrificatie. Stadsgeograaf Brian Doucet: “Dit is een proces van klasseverandering in buurten of wijken waar sprake is van sociale en economische opwaardering. De prijzen worden hoger, waardoor de samenstelling van de wijk verandert. De lagere inkomens krijgen minder mogelijkheden om in het gebied te wonen of ernaartoe te verhuizen, terwijl de hoger opgeleiden steeds meer naar de buurt toe trekken. Dit leidt tot verplaatsing en uitsluiting van huishoudens met een lager inkomen.” Veryupping heeft drie belangrijke oorzaken, volgens Doucet. “Kapitaal speelt een grote rol. Gentrificatie speelt zich meestal af in wijken met oude, slecht onderhouden panden. Toch zijn de wijken vanwege hun ligging goed bereikbaar en dus waardevol. Door kapitaal te investeren, knapt de wijk op en worden de goedkope appartementen dure woningen. De voorzieningen veranderen mee.” De tweede oorzaak ligt volgens Doucet bij de veranderde woonwensen van de middenklasse. “Steden zijn de afgelopen tien tot twintig jaar heel populair geworden bij de middenklasse. De stad is dynamisch en bruisend en heeft veel banen, woningen en voorzieningen. Singles of kinderloze stelletjes wonen steeds liever ergens waar je veel kunt beleven en mensen kunt ontmoeten.” Doucet: “Tot slot is er het gemeentelijk beleid. Sinds de opkomst van de creatieve economie concurreren steden om de middenklasse en de creatieve klasse. Gemeenten willen het juiste milieu bouwen voor deze groepen, dus wordt het stedelijke beleid op ze afgestemd. Er komen meer koopwoningen en duurdere appartementen en straten en pleinen worden opgeknapt zodat ze geschikt worden voor chique cafés.” De Utrechtse wijken [kanttekening titel=”Eten in de Twijnstraat”]Volgens wijkraadslid Robin van Essen zijn er de afgelopen tien jaar zo’n tien eetgelegenheden bijgekomen in de Twijnstraat. “Mede dankzij het nieuwe treinstation Vaartsche Rijn krijgt de straat veel meer bezoekers van buitenaf. De bezoekers komen onder andere voor de kroegen op het Ledig Erf, de winkels of het Louis Hartlooper Complex. Als je naar een leuke kroeg of bioscoop gaat wil je ook leuk eten. Dus veranderde de Rabobank in een burgerbar en een hip restaurant. Daarnaast zijn er ook veel meer regionale en landelijke ketens zoals Stach en Grapedistrict in de straat gekomen.”[/kanttekening]Naast het Ledig Erf ligt de pas gerenoveerde Twijnstraat. Er lopen horden bezoekers over de oude winkelstraat. Zij komen niet alleen meer voor de slagerij en de kaaswinkel, maar ook voor de biologische supermarkt, de boetiek en de koffiebar. Aan het begin van de straat is de keurslagerij van Frans van Vuuren gevestigd. Het familiebedrijf zit al meer dan vijftig jaar in het pand en is tegenwoordig de enige slager binnen de Utrechtse singels. Volgens Van Vuuren is er veel veranderd in de Twijnstraat. “Vroeger had je vooral gezinnen, nu komen hier toch meer tweeverdieners en alleenstaanden. Alle lege plekken langs de werf zijn luxe woningen geworden en veel huizen worden opgesplitst om er appartementen van te maken.” Van Vuurens slagerij trekt ook andere klanten dan vroeger. “Vijfentwintig jaar geleden was het echt een volksbuurt en was de winkelstraat meer gericht op de Zeven Steegjes, Sterrenwijk en de Gansstraat. Tegenwoordig komen klanten steeds vaker uit de binnenstad.” De nieuwe klanten hebben volgens hem vaak andere wensen. “Omdat er meer hoogopgeleide mensen en bewuste eters in de buurt wonen, zijn we een andere richting uit gegaan. Vroeger kochten mensen gewoon vlees; je had een slavink en een hamburger. Tegenwoordig verkopen we ook scharrelvlees, belegde broodjes, maaltijden en tapas. Maatschappelijk verantwoord bezig zijn ligt mij wel, maar als we ons niet hadden aangepast was het kaarsje uitgegaan.” Negatieve ontwikkeling “De buurt is opgeknapt”, zegt Van Vuuren, “we zitten in een mooi stukje stad, er wordt dagelijks geveegd en als er een paaltje scheef komt te staan, wordt het de volgende dag rechtgezet – de straat is onlangs zelfs helemaal heringericht.” Maar de Twijnstraat heeft volgens hem ook nadelen overgehouden aan de veryupping. “De buurt is minder hecht geworden. Ik heb niet meer het gevoel van twintig jaar geleden. Toen had je een winkeliersvereniging met ondernemers, die nog bij de winkels woonden. Samen hebben we toen drie maanden lang feestverlichting voor de straat gemaakt. Zoiets is ondenkbaar nu. De betrokkenheid is minder geworden.” Wijkraadslid Robin van Essen van wijk Binnenstad heeft de Twijnstraat ook zien veranderen in de twintig jaar dat hij er woont. “Vrijwel alles binnen de singels duurder geworden. Het grootste deel van de buurt bestaat uit koophuizen waar je niet kunt wonen als je niet twee keer modaal verdient. Ondanks dat je hier een harde kern hebt, zie je vaak dat mensen weggaan als ze kinderen krijgen; ze verhuizen naar Leidsche Rijn. Voor hen komt weer een nieuw afgestudeerd studentenstelletje in de plaats.” Robin is in tegenstelling tot Van Vuuren wél positief over het buurtgevoel. “De buurtbarbecue is net zo hecht als vroeger, we hebben een buurtkrant en een actieve Facebook-pagina.” [caption id=”attachment_237227” align=”aligncenter” width=”1600”] Frans van Vuuren in zijn slagerij aan de Twijnstraat. Foto: Marlot van den Berg / DUIC[/caption] Stedenbouwkundige Fulco Treffers ziet ook gentrificatie in Lombok. Hij is aangesloten bij werkgroep Visie Kanaalstraat/Damstraat. Samen met de bewoners van Lombok stelt de werkgroep een visie samen voor de toekomst van de buurt. “Gentrificatie wordt door een deel van de bewoners gezien als een probleem en komt dus zeker terug in de visie. De buurt ligt in het centrum, de druk op koopwoningen is groot en sommige bewoners vrezen voor een tekort aan goedkope woningen.” De wijk zit nu nog vol met multiculturele slagers en groentewinkels, maar volgens Treffers zien veel lokale ondernemingen een dreiging in de gentrificatie. “De prijzen van winkel- en horecaruimtes worden mogelijk dusdanig hoog dat ondernemers bang zijn hun zaak niet meer te kunnen runnen. Daarnaast trekt de hoge prijs een bepaald type ondernemingen aan, zoals regionale en landelijke ketens. Mensen zijn bang dat het unieke sfeertje van de wijk verloren gaat.” Toch zijn niet alle bewoners in Lombok tegen gentrificatie. “De koopwoningen zijn hier uiteraard ook al jaren. De groep die hier nieuw instroomt wil ook andere winkels en horeca dan het huidige aanbod.” Stadsgeograaf Doucet ziet veryupping vooral als een negatieve ontwikkeling voor de stad. “Voor veel beleidsmakers is gentrificatie dé oplossing, want meer mensen uit de middenklasse betekent meer kapitaalkracht in de stad. Daarnaast wordt het proces gebruikt als middel tegen verloedering, armoede en werkloosheid. Maar gentrificatie lost die problemen in werkelijkheid niet op; ze verschuiven naar een andere plek in de stad.” Controle op woningbouw is een goede manier om veryupping in toom te houden, zegt Doucet. “Door gebieden te creëren die buiten de marktwerking vallen kun je gentrificatie in zekere mate belemmeren. Dit kan door bijvoorbeeld sociale woningbouw en collectief eigendom te stimuleren, of op andere manieren vastgoed buiten de markt te zetten. De gemeente moet er dan wel voor kiezen niet voor de hoogste bieder in het gebied te gaan.” Maar Doucets vermoeden is nu dat het niet de vraag is óf de gentrificatie in Utrechtse wijken zal toenemen, maar hoe, waar en in hoeverre.