In een groot plofkraakonderzoek van de Nederlandse en Duitse politie zijn maandag negen verdachten aangehouden. Deze personen, onder meer afkomstig uit Utrecht, worden verdacht van het plegen van een serie plofkraken op geldautomaten in Duitsland.
Bende opgerold in onderzoek naar vijftig plofkraken in Duitsland; negen verdachten uit onder meer Utrecht opgepakt

De Nederlandse recherche werkte de afgelopen maanden samen met de recherche in Bayern en Baden-Württemberg aan een onderzoek naar ruim vijftig plofkraken op geldautomaten. Naar aanleiding van dat onderzoek werden op verzoek van de Duitse autoriteiten aanhoudingsbevelen uitgevaardigd. Die leidden afgelopen maandag tot de aanhouding van de negen verdachten.
Het gaat om negen personen van tussen de 25 en 41 jaar oud, afkomstig uit onder meer Roermond, Echt, Utrecht, Amersfoort en Soesterberg. De politie deed daarnaast op vijftien locaties doorzoekingen, waarbij zowel Nederlandse als Duitse agenten aanwezig waren. Ook de Landmacht ondersteunde, met speciale zoekteams. In een pand in Roermond werden explosieven aangetroffen. Ook werden contant geld en twee auto’s in beslag genomen.
De negen verdachten zitten nog vast. Duitsland heeft inmiddels om hun overlevering gevraagd. De politie sluit niet uit dat in het onderzoek nog meer verdachten worden aangehouden.
450 keer toegeslagen
De Nederlandse en Duitse politie werken al langer samen in de opsporing van plofkraakverdachten. De politie vermoedt dat deze criminelen nu in het buitenland opereren omdat Nederlandse banken maatregelen hebben genomen die het opblazen van Nederlandse pinautomaten zinloos maken. In Duitsland sloegen Nederlandse plofkrakers vorig jaar bijna 450 keer toe, terwijl er in Nederland vijftien pinautomaten werden opgeblazen.
De politie vermoedt dat zo’n 500 mannen uit met name de regio’s Amsterdam en Utrecht verantwoordelijk zijn voor het grootste deel van de plofkraken. “Ze werken in wisselende samenstelling”, legt landelijk portefeuillehouder Johan van Hartskamp uit. “Soms vallen er mensen af, omdat ze worden aangehouden of tijdens hun vlucht crashen en overlijden. Maar ze worden moeiteloos vervangen door nieuwe aanwas”, zegt hij. “Wij blijven ons onverminderd inspannen om daders op te sporen, maar om het probleem op te lossen is meer nodig. Daarom werken wij samen met partners zoals het RIEC en gemeenten om jonge aanwas te voorkomen.”



