De betekenis van de familie Brom, hun edelsmidse en knechten, voor Utrecht - De Utrechtse Internet Courant De betekenis van de familie Brom, hun edelsmidse en knechten, voor Utrecht - De Utrechtse Internet Courant

De betekenis van de familie Brom, hun edelsmidse en knechten, voor Utrecht

De betekenis van de familie Brom, hun edelsmidse en knechten, voor Utrecht
Leo Brom werkt aan een der vier jaargetijden voor het schip de Nieuw Amsterdam. Een tweede achter hem (1938).
Arjan den Boer schreef eerder dit jaar over het voormalige Museum van Nieuwe Religieuze Kunst in het Catharijneconvent. In het artikel was ruim aandacht voor Jan Eloy Brom. Reden voor biograaf Rob Hufen Hzn. om iets meer te vertellen over het belang van deze ambachts- en kunstenaarsfamilie voor de stad.

Arjan den Boer schreef eerder dit jaar over het voormalige Museum van Nieuwe Religieuze Kunst in het Catharijneconvent. In het artikel was ruim aandacht voor Jan Eloy Brom. Reden voor biograaf Rob Hufen Hzn. om iets meer te vertellen over het belang van deze ambachts- en kunstenaarsfamilie voor de stad.

Ze schiepen van 1856 – 1962 in hun werkplaats aan de Springweg (Gerard Bartel Brom), en later in hun kunstfabriek achter de patriciërswoning aan de Drift 15, vele kostbare kunstwerken voor maatschappij en Kerk. Gerards zoon Jan Hendrik, de vader van Jan Eloy, Leo en Joanna Brom (en meer kinderen), kocht dat deftige pand in 1898.

Hij liet in de bijbehorende grote tuin met koetshuis en stalling aan de Keizerstraat, een moderne goud-, zilver-, koper-, en ijzersmederij bouwen. De hoge schoorsteenpijp in de achterliggende Keizerstraat werd voor de bronsgieterij gebouwd en de koetshuizen van bankier van Lier op nr. 17 werden tientallen jaren erbij gehuurd.

Jan Hendrik leverde aan Kerk, Koningin en Vaderland en exposeerde op verschillende Wereldtentoonstellingen. Hij kocht in die tijd (1896) stilletjes het complete tot sloophout bestempelde- en sinds 1885 verloren gewaande, beschilderde tongewelf van de St. Laurenskerk in Alkmaar.

In 1518 was dat door Jacob Cornelisz van Oostsanen met de voorstelling: Het Laatste Oordeel beschilderd. Door Broms actie kon het, in het nog maar tien jaar oude Rijksmuseum, worden getoond. Na een lang verblijf daar onthulde koningin Beatrix in 2011, de in de Alkmaarse Laurenskerk teruggebrachte voorstelling.

Willem Hufen (L) en Frans Smit dragen het reliekschrijn van St. Servaas uit de Drift 15.

Ook Jan Hendriks zoons produceerden vele werken: Van de gouden Muze aan de Utrechtse Stadsschouwburg (1940); de kroonluchters in het paleis op de Dam; het erezwaard voor generaal Eisenhower tot het vaak gefotografeerde bronzen beeldje in de Pandhof van de Dom; de ontbijtkamer van paleis Soestdijk en vele honderden kerkelijke voorwerpen, zoals altaren, preekstoelen, kelken, reliekhouders, kandelabers en sieraden. Kunst voor binnen- en buitenland (Noord- en Zuid-Amerika), die nu veelal in musea staat.

Zus Joanna was een befaamd emailleur en uit de grote productie van Jan Eloy’s echtgenote, kunstnaaldwerkster Hildegard Brom – Fischer, hangen in het Utrechtse stadhuis twee wandkleden, waaronder het St. Maartenskleed in de trouwzaal.

Op het hoogtepunt hadden de broers ruim veertig mensen onder een feodaal aandoend patroonschap in dienst. Enkele van de vertrekkers oogsten groot persoonlijk succes.

Leo Brom, de beeldhouwer, nam het initiatief om de Utrechtse kunstenaarsvereniging Kunstliefde van een faillissement te redden, maar veroorzaakte tevens de zeer geruchtmakende juridische casus; ‘De Kantharos van Stevensweert’, over ‘dwaling’ die als oplichting werd ervaren.  Hij, zijn broer Jan Eloy en hun zus Joanna waren erelid van ‘Kunstliefde’.

Ze maakten ook producten, als de bronzen ingangspartij van het later gesloopte, hoofdkantoor van de Provinciale Utrechtse Elektriciteits Maatschappij aan de Catharijnesingel 32. In hun laatste jaren schiep medewerker en gedoodverfd opvolger Louis Dusée het beeld, dat al spoedig de bijnaam ‘de gekooide ambtenaar’ kreeg en, toen nog geplaatst achter het (oude) stadhuis, al spoedig als een Utrechts Lieverdje werd belaagd door Sjorsklanten op hun brommers.

Leo (R) en de smeden Frans Rijntjes (L) en Jan Lisman werken aan de Gouden Muze aan de Utrechtse Schouwburg (1940)

De feestelijke oplevering aan de stad Maastricht van het door Leo Brom en zijn medewerkers gerestaureerde reliekschrijn van St. Servaas in januari 1962, markeerde de plechtige sluiting van Broms Edelsmidse. Leo’s leeftijd, het gebrek aan een opvolger, maar ook de kostbare ontstaansperiodes van de werken en de afnemende vraag naar dure kunst, lagen eraan ten grondslag.

Leo Brom heeft bij zijn dood in 1965 een kapitale collectie antieke beelden, schilderijen en metalen voorwerpen aan het Aartsbisschoppelijk Museum (thans Museum Catharijneconvent) nagelaten (dit is bij deze stukken in het museum helaas niet zichtbaar), ‘teneinde ze uitdrukkelijk voor de stad Utrecht te behouden’ (15e tot de 17e eeuw, waaronder een stuk uit ca. 1400; een periode die in het museum ontbrak. Als hij dit niet gedaan had, zou de collectie over de gehele wereld verspreid zijn.

De werkplaats is vervangen door appartementen, maar de fabriekschoorsteen in de Keizerstraat is een gemeentelijk monument van het binnenstedelijke kunstzinnige ambacht van de Broms en hun vaklieden.

Bron: De reis van het Laatste Oordeel van Alkmaar, in: Kroniek van de Grote Sint Laurenskerk Alkmaar, juli 2015, Rob Hufen Hzn.

Bron: Meesters voor God en Kerk, De familie Brom, hun edelsmidse en knechten te Utrecht (1856-1962), Rob Hufen Hzn, uitg. Valkhof Pers, 422 p. dec. 2014. Ook circa 70 Utrechtse ‘knechten’, die het bedrijf mede naar grote hoogte stuwden, komen royaal erin aan bod.

2 Reacties

Reageren
  1. guido

    De gekooide ambtenaar staat niet meer op de Zwaansteeg, sinds het Pandhuis is verbouwd. Enig idee waar hij nu staat?

  2. Rob Hufen Hzn.

    Geachte Guido. Mijn zus Agnes in Amerika (!) attendeerde mij vandaag per mail op het feit, dat ik uw vraag niet heb beantwoord. Nu alsnog. Ik miste het, door Louis Dusee gemaakte beeld, ook al een tijdje (hij was in de jaren ’60 de gedoodverfd opvolger van Leo Brom). Ik denk (hoop) dat het door de gemeente op haar werf is opgeslagen, wellicht omdat men nog geen geschikte plaats weet. Achter het oude stadhuis, zou volgens mij een prima plek zijn, mits gevrijwaard tegen bronsdieven. Tenslotte heeft het beeld vele jaren op die plek gestaan. Groet van Rob Hufen Hzn.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).