De klassieker Springhaver: ‘Er zijn al 28 Springhaver-baby’s’ | De Utrechtse Internet Courant De klassieker Springhaver: ‘Er zijn al 28 Springhaver-baby’s’ | De Utrechtse Internet Courant

De klassieker Springhaver: ‘Er zijn al 28 Springhaver-baby’s’

De klassieker Springhaver: ‘Er zijn al 28 Springhaver-baby’s’
Madeleine Stelling voor het Springhaver. Foto's Robert Oosterbroek / DUIC
  Madeleine Stelling (38) heeft een grote verzameling geboortekaartjes van Springhaver-baby’s, zag heel wat stellen aan het ‘vreemgaantafeltje’ zitten en wist eens een charmeur uit een penibele situatie te redden. Er gebeurt van alles in het theater aan de Springweg dat haar vader bijna veertig jaar geleden opende, maar tegen een onveranderlijk decor.

 

Madeleine Stelling (38) heeft een grote verzameling geboortekaartjes van Springhaver-baby’s, zag heel wat stellen aan het ‘vreemgaantafeltje’ zitten en wist eens een charmeur uit een penibele situatie te redden. Er gebeurt van alles in het theater aan de Springweg dat haar vader bijna veertig jaar geleden opende, maar tegen een onveranderlijk decor.

Quotes uit het communicatieboek

‘Claire had vanmiddag met Fedja van Huet een privévoorstelling in zaal 1.. Ze kwam naar buiten met een bloedende lip. Hoe kan dat?’
‘Jos zegt dat er een wild vat in de kelder staat en nu durf ik niet meer naar beneden.’
‘Onze wethouder… heeft vergeten te betalen. Wij hebben het stadhuis gebeld.’
‘Ons terras is erg in trek… Nee niet om op te zitten, maar om mee te nemen.’
‘De witte dame nu de toegang ontzegd. Ze beweert (woedend) dat de Heer voorbestemd heeft dat zij hier komt. Ik heb gezegd dat de Heer dan maar eerst even contact met ons moet opnemen.’
‘Straatmuzikanten zijn te horen in zaal 2. Ingrijpen graag voor onze gasten dat zelf gaan doen.’
‘Wat moeten we met die enorme berg kurken in de kelder?’

Er is een hoop geroezemoes te horen in het oude Springhaver café. Sommigen kletsen wat na over de film die ze net hebben bezocht, anderen drinken alleen een kop koffie en bladeren een krant door. Gek om te bedenken dat toen Jos Stelling in 1977 bekendmaakte een art-bioscoop te willen beginnen, de zedenpolitie gelijk op de stoep stond. Men vreesde voor een seksbioscoop in de buurt, die niet goed bekend stond. Maar inmiddels is het al jaren een geliefd stukje Utrecht waar velen graag een bezoek brengen aan Springhaver.

Bedrijfsleider Madeleine Stelling stelt voor in het theatergedeelte te gaan zitten, waar het wat rustiger is. “Mensen hebben altijd de keuze”, zegt ze. “Of in het café zitten en aan de bar bestellen, of in het theatergedeelte en bediend worden.” In 1976 kocht haar vader Jos Stelling een winkel in tweedehands spullen aan de Springweg, waar hij in 1978 het Springhaver Theater opende. Twee jaar later kwam het naastgelegen café erbij. “Ik ben hier geboren”, vertelt Madeleine. “Toen mijn ouders uit elkaar gingen, ging mijn moeder over het café en mijn vader over de bioscoop. Later had mijn moeder een eigen kroeg in Antwerpen en kwamen we hier alleen nog in het weekend.” Maar nu is Madeleine er weer altijd te vinden. Ze is bedrijfsleider en woont ook boven het café. “Mijn zoon slaapt in mijn vroegere slaapkamer. De kamer heeft natuurlijk wel een likje verf gehad, maar verder is die nog dezelfde. Bijzonder, vind je niet?”

‘Mijn vader Jos Stelling vertrouwt ons steeds meer toe’

Aan de rest van het interieur in het pand is ook vrijwel niks veranderd. “Ik zat een keer op het terras toen een man met zijn zoon naar buiten kwam en tegen hem zei: ‘Zie je die man aan de bar? Die stond er twintig jaar geleden ook al’. Dat is wat we willen”, zegt Madeleine vastberaden. “Dingen moeten hetzelfde blijven. Ook het huiskamergevoel.”

Zeg maar tegen de baas

Er zijn wel wat kleine dingen die Madeleine zou willen veranderen, zo ziet ze nieuwe terrasstoelen best zitten, maar daar steekt vader Jos meestal een stokje voor. Dat het niet altijd makkelijk zou zijn om te werken in het bedrijf van je vader, kan Madeleine alleen maar bevestigen. Ze zucht. Hoofdschuddend: “Het probleem is dat we van hem geen fouten mogen maken. Hij zal dat nooit zeggen, maar zo is het wel. Het gaat gelukkig steeds beter, hij vertrouwt ons meer dingen toe.” Soms krijgt ze het toch voor elkaar iets in het café een opknapbeurt te geven. “Als gasten naar mij toe komen en laten weten wat zij graag anders zouden zien, antwoord ik: ‘zeg dat maar tegen de baas’. Vaak zijn dat dezelfde soort mannetjes als mijn vader, die vinden dat alleen maar leuk.”

Madeleine verwacht toch dat Springhaver er over vijftig jaar nog ongeveer hetzelfde uitziet. “Soms zeggen we: ‘pap, laat ons nu gaan’. We maken er echt geen discotheek van, iets waar hij doodsbang voor is. Ik denk dat hij er nooit echt bij stil heeft gestaan dat hij ooit zal stoppen. Nog steeds niet, denk ik. Maar het heeft tijd nodig; hij gaat het steeds meer loslaten.”

Omdat Springhaver nooit dicht is behalve op Oudejaarsavond is het overigens sowieso moeilijk om iets op te knappen of goed schoon te maken. “Een grote schoonmaakbeurt, of bijvoorbeeld nieuwe stoelen in een van de zalen? Dat moet allemaal tussendoor.”

Het ‘vreemdgaantafeltje’

In al die jaren is er in Springhaver een hoop gelachen. Het team is hecht en leuk, vertelt een trotse Madeleine. “De meesten staan al heel lang op de werkvloer. Er zijn onderling veel relaties ontstaan. Sterker nog, er zijn al 28 Springhaver-baby’s.” Dit aantal houdt ze netjes bij aan de hand van de geboortekaartjes, verklaart ze glimlachend.

Dat de band tussen de medewerkers goed is, blijkt ook wel uit alle quotes in het communicatieboek dat twee jaar geleden als boekje is uitgebracht. Titel: Lief dagboek – Springhaver 1980-2015, wel en wee van de medewerkers. Daar is bij de bar altijd naar te vragen – hetzelfde geldt voor een boekje over 130 jaar ‘Springhaver theater café’.

Tegenwoordig komen alle grappige uitspraken in de WhatsApp-groep terecht. “De leukste anekdotes zijn meestal die op het eind van de avond, als iemand een beetje aangeschoten is.” Ze vervolgt: “Toen ik zelf nog op de vloer stond hadden wij, het personeel, verschillende tafeltjes toepasselijke namen gegeven – misschien hebben ze die nu nog steeds wel. Er was het ‘eerste date-tafeltje’ en het ‘vreemdgaantafeltje’.” Madeleine lacht. “Een jongen die elke week met een ander meisje in het café zat, was me een keer heel dankbaar. Ik waarschuwde hem namelijk dat zijn date van de week ervoor kwam binnenlopen. Haar heb ik uiteindelijk met een smoes via de andere uitgang naar buiten laten gaan. Grappig: de zat jongen die dag aan het vreemdgaantafeltje. Ik heb later met een knipoog tegen hem gezegd dat hij misschien beter een andere locatie kon zoeken voor dat soort afspraakjes.”

Fotoverslag

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).