Interview directeur Centraal Museum Bart Rutten: ‘Als museum moeten we spraakmakender zijn’

Interview directeur Centraal Museum Bart Rutten: ‘Als museum moeten we spraakmakender zijn’
Bart Rutten als nieuwe directeur van het Centraal Museum. Foto: Robert Oosterbroek / DUIC
Van conservator in het Stedelijk Museum Amsterdam naar eindverantwoordelijke van het Centraal Museum, het nijntje museum en het Rietveld Schröderhuis. Bart Rutten is sinds 1 mei de directeur van het Centraal Museum. Wat is zijn missie?

Van conservator in het Stedelijk Museum Amsterdam naar eindverantwoordelijke van het Centraal Museum, het nijntje museum en het Rietveld Schröderhuis. Bart Rutten is sinds 1 mei de directeur van het Centraal Museum. Wat is zijn missie?

Het galmt in Ruttens nieuwe kantoor; er hangt nog weinig kunst. Maar daar komt snel verandering in, zegt hij. Zijn eerste aanwinst als directeur is een spandoek met een huilend nijntje in FC-Utrecht shirt, dat is gemaakt door supporters. De supporters eerden er in het stadion de geestelijke vader van nijntje mee na zijn overlijden. “Ik vind het superleuk dat ze het aan ons hebben geschonken en het nu een plekje in mijn kantoor heeft”, zegt hij gekleed in een colbertje met groene Nikes eronder.

Als Bart Rutten door het museum loopt, voelt het eigenlijk al als zijn thuis, bekent hij. Eind vorig jaar kreeg hij te horen dat hij de nieuwe directeur zou worden van het oudste stedelijke museum van Nederland. Tijd voor wat mentale voorbereiding heeft hij dus gehad. Nu is het vooral kennismaken met alle medewerkers, en zij met hem. Voor de foto bij dit artikel tilt hij de Berlijn Stoel naar buiten. Al snel duiken er twee beveiligers op. “Meneer, u mag die stoel niet buiten zetten.” Rutten legt uit dat hij al om toestemming had gevraagd. Voorzichtig vraagt hij of ze weten wie hij is. “Ja, de directeur, maar wij hebben hiervan geen melding gekregen in de meldkamer.” Rutten belooft dat hij het de volgende keer netjes zal melden.   

Aan jou nu de taak om structureel 250.000 bezoekers per jaar naar het Centraal Museum te trekken. Een veelgehoord kritiekpunt op het Centraal Museum is dat het geen grote publiekstrekkers heeft. Kunnen we die verwachten?
“Als het zich aandient op een manier waarvan wij denken dat het past, dan: ja. Het is niet zo dat we nu rücksichtslos een Picasso- of Matisse-expositie gaan proberen te maken. Dat past niet bij dit museum. Maar ik denk dat de tentoonstelling Utrecht, Caravaggio en Europa wel net zoiets groots wordt. Vanaf eind 2018 staan de Utrechtse Caravaggisten, de navolgers van de grote Italiaanse schilder Caravaggio, bij ons centraal.”

Past die in het rijtje succestentoonstellingen zoals Alma Tadema en Jheronimus Bosch?
Ja, maar deze heeft wel een andere motivatie. De tentoonstelling over de Caravaggisten vertrekt natuurlijk vanuit Utrecht. Daarnaast vind ik het interessant omdat het een aantal dingen binnen de kunst aan de kaak stelt die ook in het heden belangrijk zijn. Wat is de relatie tussen de individualiteit van Utrechtse meesters ten opzichte van hun geestelijke voorbeeldmeester? Wat vinden we van het kopiëren van een voorganger? Ik vind dat we als museum moeten proberen spraakmakender te zijn, er meer toe moeten doen.”

We hebben de belangrijkste modecollectie van Nederland, dat mogen we best wat harder zeggen

Hoe zie je dat voor je?
“Deels in tentoonstellingen, maar ook over hoe wij onszelf als museum positioneren. We hebben de belangrijkste modecollectie van Nederland, en misschien wel deels ook daarbuiten, dat mogen we best wat harder zeggen. In de zomer krijgen we een prachtige tentoonstelling over onze eigen modecollectie, die we de afgelopen honderd jaar verzameld hebben. Daar willen we respect mee afdwingen, door het zelfverzekerd naar buiten te brengen. Ik denk dat we daar als museum zeker wat te winnen hebben.”

Wil je het museum dan ook dichter bij de Utrechter brengen?
“Jazeker, soms kom ik mensen tegen in Utrecht die volgens mij niet eens weten waar het Centraal Museum is. Daar ligt ook een kans.”

Hoe wil je daar iets aan doen?
“Ik heb ontzettend veel zin om met de brede collectie van het museum aan de slag te gaan. Ik denk dat het Centraal Museum als bijna geen ander museum in Nederland een heel uitgewaaierd verhaal kan vertellen; we hebben mode, beeldende kunst en vormgeving. Er is ook met zorg en toewijding een beleidsplan geschreven voor de komende vier jaar. Natuurlijk heb ik daarover wat ideeën die misschien afwijken, maar er zijn ook plannen die ik prachtig vind. Ik wil de komende tijd ook van mijn mensen horen waar ze voor staan, waarin ze geloven en waar hun passie ligt. Aan de hand van die input wil ik met aangescherpte ideeën komen, om Centraal Museum te maken tot wat het volgens mij zou moeten zijn.

Richt het Centraal Museum zich dan niet te veel op verschillende dingen? Ook dat is soms een punt van kritiek.
“Dat denk ik niet; wij zijn als consument tegenwoordig net zo pluriform. Iedereen heeft een scherm in zijn hand waarmee hij of zij voortdurend beelden tot zich neemt – ook vanuit allerlei disciplines en achtergronden. Je springt bijvoorbeeld makkelijk van iets wat gisteren is gemaakt, naar iets van misschien wel vijfhonderd jaar oud. Die ontwikkeling vind ik prikkelend; ik wil kijken hoe we daar als museum mee om kunnen gaan.

We zijn ook redelijk onafhankelijk. Misschien moeten we daarom ook één keer per jaar iets durven doen waarbij het niet zo belangrijk is hoeveel bezoekers erop afkomen. Bijvoorbeeld een tentoonstelling geven aan een beeldend kunstenaar die niet zo bekend is, maar in wie wij geloven. Ik denk dat het af en toe goed is om iets te doen wat een statement is aan de meer ingewijden. Het gevolg daarvan is dat de waardering vanuit de professionele wereld groter wordt. Ik vind dat een museum in optima forma interessant is als het een combinatie is van ‘bevestigen’ aan de ene kant, en ‘bevragen’ aan de andere kant. Klopt het wel dat we dingen altijd op een bepaalde manier zien? Of moeten we er met andere ogen naar kijken?”

Zou je het niet erg vinden als er drommen toeristen naar het nijntje museum komen en het Centraal Museum meer de ‘elitemens’ aanspreekt?
“Ik zeg niet dat dat altijd zo is, maar als het af en toe zo moet zijn – nee, dan vind ik dat niet erg.”

Fc Utrecht-supporters overhandigen het nijntje-spandoek aan Bart Rutten. Foto: Marlot van den Berg / DUIC

Woon je in Utrecht?
“Ik woon op dit moment in een voorstad van Utrecht”, – stilte – “…en dat is Amsterdam-Oost.”

Edwin Jacobs verhuisde in 2009 naar Utrecht omdat hij feeling wilde hebben met de stad.
“Dat is misschien ook een makkelijkere keuze als je in Os woont. Ik denk dat ik de feeling van Utrecht redelijk goed heb, omdat ik er lang heb gewoond en er nog steeds vrienden van me zitten. Ik verhuisde naar Utrecht in 1992 voor mijn studie algemene letteren, en vertrok vijf jaar later naar Amsterdam. In Utrecht waren de mogelijkheden voor mijn generatie toen toch minder. Inmiddels is de stad enorm uitgebreid op alle vlakken. Ik woonde vroeger in de Lepelaarstraat en als ik de hoek om ging naar de Vaartsche Rijn, was er niks. Daar is het nu opgeleefd. Het is prettig om op die energie van een groeiende stad, die steeds zelfbewuster wordt, mee te mogen liften.”

Merk je na je eerste weken al verschil tussen Amsterdam en Utrecht?
“Qua bezoekersaantallen en organisatie is de schaal van het museum nu half zo groot als die van het Stedelijk Museum in Amsterdam, waar ik hiervoor werkte. Ik vind het heerlijk dat je hier korte lijnen hebt, zodat je redelijk snel tot beslissingen kunt komen. Wat ook leuk is aan het museum, is het formaat. Aan de ene kant kunnen we leunen op ontzettend veel professionaliteit en gegarandeerde bezoekcijfers. Aan de andere kant is het niet zo groot dat we gebukt moeten gaan onder allerlei streefgetallen.
En de stad vind ik doordeweeks erg anders dan in het weekend; als ik hier woensdagochtend rond 11.00 uur door de stad fiets, is het relatief rustig op straat. Als ik dat zaterdagmiddag doe, ben ik bij wijze van spreken voortdurend aan het inhalen. In Amsterdam lijkt het continu weekend, met al die toeristen. Ik denk wel dat Utrecht enorm gaat groeien als het gaat om aandacht uit het buitenland. De stad heeft zoveel te bieden aan schoonheid en horeca, en het heeft de oude universiteit.”

Toen bekend werd dat oud-directeur Edwin Jacobs het Centraal Museum ging verlaten, vroeg DUIC hoe het verder moest met het museum. Hij reageerde: “De plannen om internationaler actief te zijn, hebben we vastgelegd in het meerjarenplan en het is de bedoeling dat die strategieën worden doorgezet.” En Jos Stelling zei: “Het museum vraagt om een directeur met een groot hart voor Utrecht.” Hoe ga jij met de balans tussen internationaal en lokaal om?
“Het één sluit het ander niet uit. Ik denk dat alles wat het museum doet wel degelijk geworteld is in de wereld van Utrecht. Maar, ik denk dat onze ‘bladeren’ tot in de hemel kunnen reiken.”

Misschien moeten we één keer per jaar iets durven doen waarbij het niet zo belangrijk is hoeveel bezoekers erop afkomen

De tentoonstellingen die eraan komen, staan al geruime tijd op de planning. Wanneer kunnen we de eerste echte Bart Rutten-tentoonstelling verwachten?
“Het zal natuurlijk altijd een Bart Rutten-tentoonstelling in combinatie met mijn conservatoren zijn; ik ben een teamwerker. Na de Caravaggisten in 2019 ligt het programma open. Daar zijn we nu druk over aan het nadenken. In 2021 bestaat het Centraal Museum precies honderd jaar op deze plek, dat zal gevierd worden. Het lijkt me ook leuk om Dick Bruna in de toekomst te positioneren ten opzichte van de mensen door wie hij zich liet inspireren. Verder ben ik in overleg met andere Nederlandse musea om te kijken of we kunnen aansluiten bij het Rijksmuseum dat in 2020-2021 stil zal staan bij slavernij – het is nog prematuur, maar ik vind het een belangrijk verhaal dat maatschappelijk sterk leeft en daarom wat mij betreft niet door maar één museum verteld hoeft te worden.”

Denk je dat het een toekomstvorm is dat musea steeds meer samenwerken bij tentoonstellingen? Je ziet het nu ook gebeuren met De Stijl.
“Zeker, maar wat ik daarbij heel belangrijk vind, is dat we het niet slechts doen vanuit marketingmogelijkheden. De Stijl wordt geregisseerd vanuit een gemeenschappelijke marketingcampagne, en dat is niet de insteek bij een tentoonstelling over slavernij. In dat geval gaan we uit van het onderwerp. Het thema is voor iedereen van belang, dus moeten we het met meerdere partijen belichten.”

Heb je al favorieten binnen de collectie van het Centraal Museum?
“Nadat ik had gehoord dat ik hier directeur mocht worden, overleed de Nederlandse schilder Daan van Golden. Hij heeft prachtig werk gemaakt dat sinds kort ook internationaal steeds meer waardering krijgt; hij hangt in een ongelofelijk krachtige galerie in New York. En toen ging ik kijken: wat heeft het Centraal Museum eigenlijk van Daan van Golden? Ik stuitte op ontzettend belangrijke, vroege schilderijen van hem.
Ik denk dat de museumcollectie veel dingen heeft waar we in de toekomst nog veel van kunnen genieten. Het is de vraag hoe we ze beter aan bod kunnen laten komen. Ik hoop dat we een levendig museum kunnen opbouwen, waar ook de Utrechtse fijnproever het gevoel heeft dat hij of zij hier elke maand naar binnen kan omdat er weer iets nieuws te zien is.

5 Reacties

Reageren
  1. maarten van den oever

    Als deze directeur het museum met zijn collectie dichter bij de utrechters wil brengen, zoals hij zegt, dan bieden de geveltekesn en gevelstenen daar een uitgelezen mogelijkheid toe. Ze behoren aan de utrechters en liggen nu te verstoffen zonder dat iemand ze kan zien. Geef ze in bruikleen aan de huizen waar ze thuis horen met vermelding dat ze eigendom blijven van het museum. Een verfraaiing van de stad en een herkenbaar signaal van het museum. Het utrechtsgeveltekenfonds zal hem dankbaar zijn

  2. Wim Vreeswijk

    Vrijdag jl. maakte de rondleiding in het Centraal Museum op mij een prima indruk. De rondleider was goed op de hoogte. Helaas was de tijd te kort om alles te zien zoals het Vikingschip in het sousterrain en de Bruna expositie op de zolder. Ook de horeca binnen en buiten in de tuin is een aanbeveling.

  3. herman

    Carrièrejager die ven voorbij komt. Het Centraal Museum staat er slecht voor, dus wat verbetering is niet zo moeilijk en daar kan ie mee pronken. Hij draait professioneel om de vraag heen of ie nog naar Utrecht verhuisd, dat zegt genoeg.

    Eigenlijk is alleen Nijntje en Rietveld huis interessant, rest kan dicht en snel ombouwen tot mooie appartementen.

  4. Bart Rutten

    Beste Herman,
    Mij zonder verdere kennismaking uitmaken voor carrièrejager vind ik ongepast en daarom nodig ik je graag op de koffie uit. Ik vermoed dat je een wat donkere bril op gehad bij het lezen van het interview. Mijn liefde voor het Centraal Museum is groot en deel ik graag met je. Mail maar naar info@centraalmuseum.nl.

  5. Vera

    Mijn kennismaking met het Centraal Museum was een serie over de Caravaggisten, wsl eind jaren 70, met mooie gidsen erbij.
    Het paste prima in de stad, eigenlijk zoals nu veel toeristen Utrecht verkiezen boven Amsterdam: klein, overzichtelijk, mooi & informatief.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).