Het jaar van Willemien van Aalst: ‘Na twintig jaar filmfestivals organiseren is het tijd voor wat anders’

Het jaar van Willemien van Aalst: ‘Na twintig jaar filmfestivals organiseren is het tijd voor wat anders’
Willemien van Aalst naast acteur Nasrdin Dchar bij de uitreiking van zijn Gouden Tegel in de Vinkenburgstraat in 2012. Foto: NFF/Ramon Mangold
De 36e editie van het Nederlands Film Festival (NFF) was de laatste met Willemien van Aalst als directeur. Na ruim zeven jaar maakt ze in april plaats voor een opvolger.

De 36e editie van het Nederlands Film Festival (NFF) was de laatste met Willemien van Aalst als directeur. Na ruim zeven jaar maakt ze in april plaats voor een opvolger.

Bij de openingsspeech dacht ik: ‘dit is de laatste keer’”, zegt Willemien van Aalst. De directeur van NFF vindt de openingsspeech van het festival altijd spannend (“want dan wil je er staan”), maar dit jaar was die dat extra. “Toen wist niemand behalve het bestuur en de zakelijk leider dat ik zou vertrekken.” Wat ze nu gaat doen, kan ze nog niet zeggen. “Ik heb al wel ideeën. Na dertien jaar bij het IDFA en zeven jaar bij het NFF vind ik het een mooie tijd voor mezelf om, ook gezien mijn leeftijd, wat anders te gaan doen.”

Het jaar van

Willemien van Aalst
Leeftijd 53 jaar
Van Nederlands Film Festival
Moment de laatste keer directeur van het NFF
De laatste editie van het NFF heeft Van Aalst beleefd als een bijzondere. Eén hoogtepunt benoemen vindt ze lastig. “Dit jaar liep organisatorisch alles op rolletjes, dus daar had ik veel plezier van. Je werkt er met een team het hele jaar naartoe; samen heb je alles van tevoren uitgedacht, maar dan moet alles nog goed samenkomen.” Wat Van Aalst altijd bijzonder vindt aan het festival zijn de activiteiten voor kinderen en scholen, zoals Blik op de Set of het Junior Gouden Kalveren Gala. “Dan loop je van dat gala naar een bijeenkomst voor filmprofessionals in de schouwburg en denk je: wat is dit toch ontzettend leuk!” Dat de schouwburg weer open is, is voor Van Aalst ook een hoogtepunt. 

Thuisstad
Van Aalst kwam in 1982 in Utrecht wonen om te studeren, daarna is ze gebleven. Ze ontmoette haar man in het Springhaver Theater. “Hij werkte daar als operateur, ik zat achter de kassa.” Werken in haar thuisstad vindt ze fijn. “Ik vind het belangrijk iets te kunnen doen voor mijn eigen leefomgeving, dat heb ik destijds ook in mijn sollicitatiebrief gezet. Iets doen voor je eigen stad maakt toch verschil.”

Er werken nu zo’n negenhonderd ondernemers in de stad samen met het filmfestival. Typisch voor Utrecht, zegt ze. “Zulke actieve ondernemers ben ik in andere steden niet tegengekomen. In alle vijf de kwartieren van Utrecht zag ik de samenwerking terug; zo waren er beschilderde etalages in de Twijnstraat en lagen er rode lopers voor winkels. Dat maakte me trots.”

De compactheid van dit centrum past bij het NFF

Veel gehoorde kritiek op het NFF is dat het beter naar Amsterdam kan verhuizen. Daar is Van Aalst het niet mee eens: “Het filmfestival hoort in Utrecht. Dat wil niet zeggen dat er in andere steden ook satellietevenementen kunnen plaatsvinden, maar de schaal van dit centrum is bijzonder en past bij het NFF. Die compactheid heb je niet in andere steden. Tijdens het festival kleurt het centrum helemaal rood.” De lijnen zijn kort in de stad en dat maakt het werken volgens haar effectief. “Je kunt snel schakelen tussen gemeentebestuur, collega-instellingen en ondernemers. Wel mag de politiek soms wat sneller handelen; ik heb een tijd in Rotterdam gewerkt en als je daar iets wilde, was het snel geregeld. Hier kan het wat langer duren.”

Het NFF heeft de afgelopen jaren ‘lopen schipperen’ met locatieproblemen, onder andere vanwege de tijdelijke sluiting van de schouwburg. Het eerste jaar was TivoliVredenburg de plek van premières, maar het bleek niet geschikt voor filmvertoningen. “De grote zaal is rond, dat werkt niet; bij film wil je naar een plat vlak kijken.” Vorig jaar werd het probleem opgelost door de opening en het gala in het Beatrix Theater te organiseren. Met de opening van CineMec en Kinepolis lijkt de locatieproblematiek verholpen. “Er is nu alle ruimte om een NFF neer te zetten. Wel is het zaak de bioscopen in de binnenstad aan te pakken: ‘t Hoogt zoekt een nieuwe locatie en de City- en Rembrandt bioscoop zijn toe aan een flinke make-over.”

Vernieuwing
Het filmfestival is al 36 jaar in onze stad en toch leeft het lang niet voor iedere Utrechter, dat weet Van Aalst ook. “We horen vaak dat mensen het NFF belangrijk vinden voor de stad en dat ze er trots op zijn. Toch komt lang niet iedereen erheen, dat is jammer.” Door de grote media-aandacht heeft het festival een hoog glamourgehalte: “Daardoor denken mensen dat ze er niet bij horen, terwijl juist iedereen erbij hoort! Het publiek is ook relatief blank, dat is geen geheim, het moet diverser. Er is dus nog veel waar we aan moeten werken.” Zo ook aan vernieuwing. Van Aalst: “Het is een feest, maar het blijft een plek waar je voor de troepen uit moet lopen. Elk festival moet zich blijven vernieuwen, zeker als het over film gaat; bewegend beeld met filmische vertellingen zit middenin een grote ontwikkeling. De laatste jaren heeft het NFF meer aandacht voor televisiedrama’s en interactieve verhalen, daar moeten we ons nog veel verder in ontwikkelen.”

Van Aalsts keuze om weg te gaan was lastig. “Maar er is nooit een goed moment; mijn werk is nog niet af, maar over tien jaar zal dat het ook nog niet zijn.” Ze weet wel dat het festival er goed voor staat met een ‘fantastisch team’. Ook is de basissubsidie van het rijk, de provincie en de gemeente voor 2017-2020 geregeld. “Overigens is dat zo’n 35 procent van ons totale budget.”

Mijn werk zal nooit af zijn

Wat gaat Van Aalst het meest missen? “Met een team, toch een soort familie, naar een hoogtepunt toewerken. En door middel van het festival aan een breed publiek duidelijk maken hoe belangrijk de Nederlandse film is. Het is mijn grote overtuiging dat cultuur belangrijk is voor een samenleving, al denken sommigen daar anders over.”

Het jaar van

Naam Filmtips voor kerstvakantie
“Tijdens de vakantie draaien er hartstikke goede Nederlandse films. Aanraders zijn de documentaire De Kinderen van Juf Kiet en de films Tonio, Layla M., Soof 2 en Waterboys. Ik ga graag naar CineMec, want daar heb je fantastische beeld- en geluidskwaliteit
Er zijn ook dingen die ze zal missen als kiespijn: “Als je directeur bent, komt iedereen die iets te klagen heeft of boos is, bij jou. En als je groot bent, komt er veel kritiek op je af. Dat is natuurlijk niet erg, je weet dat het bij je baan hoort, maar ik vind het wel fijn het straks wat dat betreft rustiger wordt.” Op de vraag hoe ze hoopt dat mensen haar als directeur zullen herinneren, antwoordt ze: “Zo lijkt het net alsof ik doodga!” Ze lacht. “Het festival is vernieuwd en ondanks dat er altijd kritiek is, staat het er goed voor. En dat in een tijd die niet makkelijk was vanwege de cultuurbezuinigingen en locatieproblemen. Ik hoop dat mensen denken: dat heeft die Willemien goed gedaan.”

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).