De Kargadoor: Van ‘aksiesentrum’ naar cultureel-maatschappelijk podium

De Kargadoor: Van ‘aksiesentrum’ naar cultureel-maatschappelijk podium
Sfeerbeeld van De Kargadoor. Foto: Fawz Productions
Het begon allemaal als het ‘Utrechts Jongerencentrum’, ook wel ‘Centrum voor ludieke evenementen’ genoemd. Zo heette de Kargadoor toen het in 1961 aan de Marnixlaan in Zuilen werd geopend. Sinds 1968 zit het cultureel-maatschappelijk podium in een karakteristiek pand aan de Oudegracht.

Het begon allemaal als het ‘Utrechts Jongerencentrum’, ook wel ‘Centrum voor ludieke evenementen’ genoemd. Zo heette de Kargadoor toen het in 1961 aan de Marnixlaan in Zuilen werd geopend. Sinds 1968 zit het cultureel-maatschappelijk podium in een karakteristiek pand aan de Oudegracht.

“De Kargadoor begon als een soort buurthuis. Het was een van de eerste jongerencentra in het land waar de jongeren zélf bepaalden hoe het ging”, vertelt directeur Maarten Stockschen. Het ontstond in de idealistische, vrijgevochten jaren zestig als een ‘sentrum voor informatieve kommunikaatsie’. Hier werden debatten gevoerd, ‘aksies’ voorbereid tegen de kernbom en vóór baas in eigen buik en het was een ontmoetingsplaats voor jonge creatieven in de stad. Dat sloeg aan, het centrum groeide hard en verhuisde in 1968 naar het huidige pand aan de Oudegracht.

‘Lowlands is in de Kargadoor bedacht – in de tweede editie zou Jimi Hendrix komen, maar die zegde af’

Stockschen gebaart naar de hal waar je het pand binnenkomt. “We knapten een aantal jaar geleden het pand op en brachten het zoveel mogelijk terug naar hoe de architect het bedoeld had. Veel wit en rood, de kleuren van Utrecht, en zo strak mogelijk. Het enige dat we wel veranderd hebben is de vloer. Hier lagen oorspronkelijk dezelfde stoeptegels als waarmee vroeger de Oudegracht bestraat was. Het idee was dat op die manier buiten en binnen bijna naadloos in elkaar overliepen. De Oudegracht was inmiddels allang met andere stenen opnieuw bestraat en de tegels hier waren zwaar verouderd. Die hebben we vervangen door een moderne betonvloer.”

Maarten Stockschen, directeur Kargadoor. Foto: Marlot van den Berg / DUIC

De allereerste Lowlands

Op de lange tafel in de hal liggen oude posters uit de jaren zestig, zeventig en tachtig. ‘Kargadoor Milieukaffee. Op weg naar een ander, menswaardig gezellig groen gezond Utrecht’ staat er op één van de affiches. Erop aangekondigd staan ‘een satirische film over reclame’ en ‘een bekende speelfilm over psychiatrie’. Stockschen haalt trots een kleurrijke psychedelische poster met daarop het gezicht van Jimi Hendrix uit de stapel. “Het popfestival Lowlands vond in 1967 voor het eerst plaats, hier in de Jaarbeurs Utrecht. Het kostte tien gulden, inclusief ontbijt. Het idee werd bedacht door mensen die bij de Kargadoor betrokken waren. Dit is een originele poster van de tweede editie van ‘A Flight to Lowlands Paradise’, in 1968. Jimi Hendrix zou komen, maar die zegde op het laatste moment af.” Ook andere succesvolle evenementen zijn ooit begonnen vanuit de Kargadoor. Het PANN-feest – voor homoseksuele jongeren – startte er, voordat het te groot werd en naar Tivoli verhuisde. En de eerste milieudemonstraties in Nederland werden vanuit het centrum georganiseerd.

Het affiche voor de tweede editie van Lowlands

Is er van al dat activisme nog iets over? “Idealisme is een groot woord”, waarschuwt de directeur. “We hebben hier nog wel wat affiches van vroeger liggen, maar van de geschiedenis is eigenlijk weinig bewaard gebleven. Het gedachtegoed achter de Kargadoor bestaat uit verhalen die mondjesmaat doorverteld worden. Af en toe komt hier nog wel eens iemand binnenlopen die het nog van vroeger kent. En we hebben een paar vrijwilligers die al tientallen jaren meedraaien.” Toch profileert de Kargadoor zich nog altijd door maatschappelijk bewustzijn. Ze maken er ruimte voor initiatief en debat, al vindt Stockschen dat laatste wel een grijs en stoffig woord. “Maar bij gebrek aan een betere term, is in gesprek gaan met elkaar wel belangrijk. Zeker in deze tijd. Wij vinden het belangrijk om hier dingen te programmeren die je uit je comfortzone halen, die niet alleen vermakelijk zijn maar ook leerzaam. We hadden hier laatst de comedian Jurg van Ginkel op het podium. Hij vertelde in vijf of tien minuten een ijzersterk verhaal over het conflict in Israël en Palestina. Later in de pauze hoorde ik in het café iedereen het erover hebben. Dat is gaaf: comedy is niet alleen vermaak, maar kan ook maatschappelijk betrokken zijn en dingen bespreekbaar maken.”

Slim verdienmodel

Tot 1984 vormde de Kargadoor samen met Open Jongeren Centrum De Raadskelder en RASA de Stichting Vrije Sentra. Daarna ging de Kargadoor alleen verder en het houdt nog altijd zonder structurele subsidie de eigen broek op. “We zijn financieel gezond en hebben geen grote begroting. Dat komt door ons verdienmodel”, legt de directeur uit. Op de bovenverdiepingen huren organisaties als De Rechtswinkel een vaste kantoorruimte. De andere ruimtes, plus de werfkelder en de grote zaal, worden verhuurd aan bedrijfjes en organisaties voor cursussen, lezingen en culturele evenementen. Zanger Jan van Piekeren organiseert regelmatig de avond Utregticana, waarbij hijzelf samen met andere Utrechtse artiesten op het podium staat. Het Comedyhuis organiseert er de eerste Comedy Club van Utrecht. En er zijn maandelijks verschillende lezingen en debatten.

‘We willen dingen programmeren die niet alleen vermakelijk zijn, maar ook leerzaam’

“Daarnaast bedenken we zelf ook van alles. We hebben drie vaste mensen in dienst en werken met dertig à veertig enthousiaste vrijwilligers. Dat zijn voornamelijk mensen die wel iets met cultuur hebben. Elke vrijwilliger met een goed idee kan hier iets organiseren. Op vrijdagavond hebben we Live in Concert, dan wordt er muziek gemaakt. En op de eerste woensdag van de maand is er Jazzkelder”, vertelt Stockschen. “Alle inkomsten worden weer in het centrum gestoken. Zo laten we deze plek samen bestaan. De Kargadoor is geen vrijwilligersorganisatie en geen zaalverhuurbedrijf, maar een cultureel-maatschappelijk podium dat draait doordat er vrijwilligers werken en we onze zalen ook verhuren.” Het podium wil een groter publiek trekken dan alleen de hoogopgeleide blanke Utrechters en krijgt ook mensen uit de buitenwijken steeds beter naar zich toe. Stockschen: “Onze kracht is dat we van alles wat programmeren: film, muziek, debat. We zijn kleiner en anders dan EKKO en TivoliVredenburg en willen ook zo blijven. Groeien ligt niet in de toekomstplannen. Onze sfeer is intiem en maatschappelijk betrokken. Dat moet zo blijven.”

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).