Merel Blom ontmoet Daniël Vis: “Van een negen-tot-vijf-baan zou ik gewelddadig worden” | De Utrechtse Internet Courant Merel Blom ontmoet Daniël Vis: “Van een negen-tot-vijf-baan zou ik gewelddadig worden” | De Utrechtse Internet Courant

Merel Blom ontmoet Daniël Vis: “Van een negen-tot-vijf-baan zou ik gewelddadig worden”

Merel Blom ontmoet Daniël Vis: “Van een negen-tot-vijf-baan zou ik gewelddadig worden”
Utrecht huisvest grote dichters en schrijvers. DUIC’s eigen literatuurwetenschapper en leesfanaat Merel Blom gaat op zoek naar het verhaal achter deze woordenkunstenaars en gaat met hen in gesprek over hun schrijf- en leeservaring en hun beleving van de stad Utrecht. Vanaf nu elke maand – mevrouw Blom moet even afstuderen – te lezen op DUIC.

Utrecht huisvest grote dichters en schrijvers. DUIC’s eigen literatuurwetenschapper en leesfanaat Merel Blom gaat op zoek naar het verhaal achter deze woordenkunstenaars en gaat met hen in gesprek over hun schrijf- en leeservaring en hun beleving van de stad Utrecht. Vanaf nu elke maand – mevrouw Blom moet even afstuderen – te lezen op DUIC.

Daniel Vis 003Daniël Vis – winnaar van het NK Poetry Slam 2014 – woont sinds 2008 in Utrecht, studeerde hier filosofie en is gefascineerd door waanzin. Hij vult zijn dagen met schrijven en “ook een heleboel laag-bij-de-grondse onzin.” Uit de stoorzender van het dagelijks leven haalt de dichter inhoud. “Moeilijk doen om de moeilijkdoenerij irriteert me. Je moet vooral ook een beetje om jezelf heen de rotzooi inademen.” Hij vertelt erover vanuit een leunstoel in Café Voortuin.

“Ingmar Heytze omschreef het laatst ergens als een soort constante stoorzender die pas ophoudt op het moment dat je schrijft”, vertelt Vis. “Daar kon ik me wel in vinden. De hele tijd ben ik op zoek. Aan het scannen als het ware. Dat levert op dat je lang niet altijd met je aandacht bent bij dingen die ook moeten gebeuren, maar het is wel nodig om tot inhoud te komen.”

“Van een negen-tot-vijf-baan zou ik denk ik gewelddadig worden. Dan moet je elke dag in die fucking forensenstroom mee in de trein. Ik zit liever aan de andere kant: in alle vroegte ’s ochtends terug in de trein naar huis, helemaal kapot geleefd. Zonder het schrijversbestaan te willen romantiseren; als ik zo om me heen kijk, zie ik bij kunstenaars toch wel de gemene deler van een beetje buitenissig, ongestructureerd en vreemd leven.” Vis maakte als puber – naar eigen zeggen – erg slechte liefdesgedichten en begon gaandeweg het schrijven zelf boeiender te vinden dan het therapeutische aspect ervan. Hij vond als student een platform en feedback bij de U-slam en verschillende andere slams en won vorig jaar het NK Poetry Slam. Hij debuteerde vlak daarna met de bundel Crowdsurfen op laag water (2014).

Het publiek bij de keel

“Optreden en schrijven zijn twee totaal verschillende praktijken. Schrijven is een geïsoleerde bezigheid. Het optredende bestaan is lekker omdat je dan af en toe ook anderen ziet die daarmee besmet zijn. Als het op het podium echt goed gaat, ontstaat er een soort eenheid tussen jou en het publiek. Dan voel je dat je de mensen echt bij de keel hebt. Dat ze echt luisteren. Dat is een heel prettige ervaring. Zeker als je dat met alleen woorden voor elkaar krijgt”, legt Vis uit. “Op muziek gaan mensen toch al wat sneller uit hun dak.”

“Ik ben van de opgebroken vertelstructuur van film. Het komt terug in mijn werk door dat heel heftige knippen tussen scènes. Dat zie je zelden in narratieve poëzie. Volgens mij was het Sartre die zei: ‘je moet je vooral inlaten met slechte cultuur als je zelf iets goeds wil doen.’ Dat doe ik ook”, zegt de dichter. Hij houdt van arthousefilms maar ook vooral van heel slechte b-actiefilms. “Constant dat highbrow-gebeuren, daar word ik heel moe van. Moeilijk doen om de moeilijkdoenerij is de grootste leugen die er in de kunst bestaat en een ziekte waar wat mij betreft veel kunst aan lijdt. Juist als je creatief wil zijn, moet je je niet alleen maar bezig houden met het speelveld waarin je zelf zit. Je moet vooral ook een beetje om jezelf heen de rotzooi inademen.”

Het ranzige en gestoorde

“De mengsels van waanzin, drugs, geweld en het buitensporige: ik hou van het ranzige en gestoorde”, vertelt Vis. “Het fascineert me hoever veel mensen denken dat gestoord zijn van hen afstaat. Terwijl het vaak eigenlijk gewoon de extreme doorzettingen zijn van wat we normaal gedrag vinden. Ik ben niet zo iemand die denkt dat mensen met psychoses zieners zijn waar we naar moeten luisteren. Onzin. Maar het fascineert wel. De hele werking van het bewustzijn en hoe weinig macht je daarover kunt hebben. De dreiging die daaruit voortkomt. Het verbaasd me dat er niet vaker mensen random op straat worden doodgestoken. Ik denk veel na over dat schurende van het bestaan. Klassiek esthetisch is het niet, maar voor mijzelf schuilt er esthetiek in.”

“Ik zoek de rand ook wel op en soms donder je daar dan net even over heen.” Vis denkt dat dat niet per se gevaarlijk is zolang je niet daadwerkelijk klinisch gestoord bent. “Er zit in mij een enorme fascinatie voor de zelfdestructieknop. Niet dat je er nou echt op gaat zitten duwen, maar je hangt er toch wel steeds met je hand boven.” Ondertussen schrijft Vis aan zijn tweede bundel. “Die thematiek komt daar ook weer in terug. De eerste werd door sommigen nogal naargeestig gevonden. Deze wordt nog erger.”

Tekst Merel Blom

geen Reacties

Reageren

Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).