Terug in de tijd: De Utrechtse roots van festival Flight to Lowlands Paradise

Een gedeelte van een van de flyers voor de tweede Lowlands.
Een gedeelte van een van de flyers voor de tweede Lowlands.

Vijftig jaar na het allereerste Nederlandse popfestival wordt het verhaal verteld van Flight to Lowlands Paradise. Deze maand verscheen het mooie boek Poppioniers met een hoofdstuk over dit festival uit Utrecht en hoe het tot stand kwam. Terug in de tijd met auteur Tom Steenbergen.

Iedereen kent tegenwoordig het festival Lowlands dat sinds 1993 in de huidige vorm wordt georganiseerd, maar weinig mensen weten dat naamgever van dit festival uit de Domstad komt. Twee Utrechtse kunstenaars, Bunk Bessels en Dolf Hartsuiker, raakten onder de indruk van het muzikale evenement 14 Hour Technicolor Dream in Londen. In het vliegtuig terug ontstond het idee om ook in Utrecht een festival te organiseren. De eerste editie van Lowlands was geboren. Ook bedachten ze direct een naam. “The Flight to Paradise. Later in de kroeg hoorden ze Bob Dylans nummer Sad Eyed Lady of the Lowlands. De naam voor het festival was geboren”, aldus Steenbergen.

Bessels had samen met Dolf Hartsuiker, Rob van Gemert en Jaap van de Klomp en een groep gelijkgestemden van de tegencultuur in Utrecht de groep ‘Volte’ opgericht. In het gelijknamige blad van de groep schreef Bessels over de entourage en schaalgrootte van 14 Hour Technicolor Dream. Op 24 november 1967 was het aan de Utrechters om aan de hoge verwachtingen te voldoen, in de Margriethal van de Jaarbeurs. Het festival voldeed en al snel viel de beslissing een tweede editie te organiseren, opnieuw in Utrecht. Die werd echter geen succes.

[kanttekening titel=”Bunk Bessels”]Geboren: 23 juli 1944 in Deventer
Studie: ulo en opleiding tot boekverkoper
Bedenker en oprichter van o.a. Volte, The Flight To Lowlands Paradise, bekend van Bessels Lightshows op o.a. beide Flights, Fantasio, Kasieno, Boekenbal, en beeldend kunstenaar met exposities in o.a. Utrecht, Amsterdam, Hengelo[/kanttekening]

De tweede ‘Flight’ op zaterdag 28 december 1968 trok duizenden bezoekers naar Utrecht. Steenbergen schrijft in zijn boek: ‘Ikzelf heb zelden zulke benauwde momenten gehad. Je werd door de menigte in elkaar gedrukt en tegen de pui van de zaal geplet. Het duurde anderhalf uur in deze benauwde positie voor ik binnen was. De chaos binnen was misschien nog groter. Er bleken geen voorzieningen te zijn, zoals garderobes of plaatsen waar je kon zitten. Een paar jongens organiseerden clandestien een garderobe, inden geld voor de jassen en zijn er uiteindelijk met jassen en al vandoor gegaan.’ De afmeldingen van Jeff Beck, Jethro Tull en uiteindelijk Jimi Hendrix bracht het geheel tot een fiasco.

“Berry Visser en Leon Ramakers, die jarenlang MOJO Concerts hebben gerund, organiseerden in 1993 voor het eerst het huidige Lowlands. Ze hebben Bunk Bessels gevraagd of ze de naam van het Utrechtse Flight to Lowlands Paradise-festival mochten gebruiken. Als een soort eerbetoon aan het allereerste popfestival in Nederland.”

Lees hier een voorpublicatie uit het boek:


Op zoek naar Bunk Bessels


Om het verhaal uit de eerste hand te horen, ging ik op zoek naar Bunk.  Na de tweede Flight was hij uit de spotlights verdwenen. Geen van mijn  gesprekpartners wist wat er van hem geworden was of waar hij woonde.  Berry Visser stuurde me een aantal plakboeken van Bunk en vroeg me  die aan zijn dochter te geven. Maanden heb ik internet afgespeurd naar  Bunk Bessels tot ik de naam tegenkwam van Jaap van de Klomp, die aan  de Flight II had meegewerkt. Ik spoorde hem op en hij vertelde me het bovenvermelde verhaal over de chartervlucht naar Londen en zijn verhaal over de tweede Flight. Na het interview vroeg hij of ik Bunk wilde zien. Bunk bleek vlakbij zijn atelier te hebben, om de hoek van de Oudegracht in Utrecht waar ik Jaap interviewde. Na een aantal keren aanbellen, stak Bunk plotseling zijn hoofd om de deur en stond me even korzelig te woord. ‘Het is laat geworden vannacht, ik heb de hele nacht geschilderd en ik heb niet veel meer met deze wereld. Mijn kop staat er niet naar je te woord te staan.’ Maar hij vond het onderwerp ‘Flight’ toch nog wel interessant  genoeg om er een paar korte zinnen aan te wagen. Hij bevestigde  dat de naam The Flight to Lowlands Paradise in het vliegtuig terug uit Londen na de 14 Hour Technicolor Dream was geboren en verzonnen door hem en Dolf Hartsuiker. Hij vertelde ook dat Mojo inderdaad over de brug  was gekomen met een bedrag voor het afstaan van de naam Lowlands,  maar pas nadat het eerste festival (in 1993) had plaatsgevonden. ‘Mojo  heeft de naam gewoon gebruikt zonder mijn toestemming, dus heb ik ze  verboden het nog verder te gebruiken. Ze boden me uiteindelijk aan de  naam te kopen en het bedrag dat ik vroeg heb ik geschonken aan Amnesty  International. Bedankt en tot ziens!’ Ik kon hem nog net mijn kaartje geven  voor hij de deur dichtdeed. Weken later werd ik opgebeld door Bunks oudste  dochter, Tamara. Bunk had haar gevraagd me te bellen. Tamara bleek, net als Bunk, in de jaren zeventig tbc te hebben opgelopen. Haar gezichtsvermogen  is hierdoor aanzienlijk beperkt. Ze is bijna blind en loopt met  een blindengeleidehond. Tamara heeft mijn vragen voorgelegd aan Bunk.  Hij heeft ze schriftelijk beantwoord. Zo komt Bunk toch aan het woord.

Bunk Bessels

Bunk Bessels: ‘Ik kom uit een arbeidersgezin uit Deventer, als oudste zoon met drie zusters. Mijn vader was oorspronkelijk fabrieksarbeider maar begon zich later te bekwamen in het grimeren. Daarin werd hij  heel succesvol: hij won zelfs een Europees grimeursconcours en begon  zijn eigen bedrijf: G.P. Bessels en zoon, grimeurs. Een van mijn zussen nam het bedrijf over. Het bestaat nog steeds. Ook mijn andere zussen werken er. Bessels is nog steeds een begrip in de grimeurswereld.  Mijn vader zag mij echter liever in de boekhandel werken, waardoor ik  na de ulo een opleiding als boekverkoper ging volgen. Zo kwam ik in  Utrecht terecht bij boekhandel Van der Galie. Algauw zat ik midden  in het Utrechtse kunstenaarsleven, dat zich onder andere afspeelde  in café De Tregter. Daar ontmoette ik mijn latere vrouw Gelske die  in het alternatieve hippiecircuit zat en mij met mensen in aanraking  bracht als Thijs van Leer, Herman Brood, Harry Muskee en Bert Ruiter,  die later in Earth & Fire en Focus zat en een goede vriend werd. Mijn  naam Bunk dank ik aan een vakantie op Terschelling. Met Gelske en  een aantal vrienden en vriendinnen kampeerden we op een camping waar de meisjes niet in de jongenstenten mochten slapen en omgekeerd.  Ik zorgde toen voor onderdak in een leegstaande Duitse bunker  en vanaf die tijd noemden ze mij “Bunkie van de Hunkerbunker”. Mijn eigenlijke naam is Gerard.’

Bunk Bessels en affiche van de tweede Flight

‘Hitweek was mijn lijfblad. Ik schreef er ook voor. Zo kwam ik in contact met de top van de provobeweging en de alternatieve jeugd. Hitweek  heeft ons ook altijd gesteund met berichtgeving over onze activiteiten in Utrecht. We waren actief in de jongerencentra de Kargadoor en Kasieno. Mijn vriend Dolf Hartsuiker en ik waren toevallig in Londen in het weekend dat de 14 Hour Technicolor Dream werd georganiseerd en we vonden het fantastisch. Zoiets wilden wij ook organiseren in Nederland.

Terug in Utrecht zijn we meteen begonnen. Dolf Hartsuiker, Rob van Gemert en ik. We dienden subsidieaanvragen in bij de gemeente en huurden de Margriethal in de Jaarbeurs. Er waren veel Nederlandse groepen en er kwamen artiesten die niet eens waren uitgenodigd. The Exploding Galaxy was er en droeg bij aan het succes van het festival. Het werd een groot succes met meer dan tienduizend man. De gemeente en de politie gaven alle medewerking. Met de toenmalige burgemeester De Ranitz was er veel contact. Hij is er zelf ook geweest met zijn vrouw. Hij vond het prachtig en goed voor de stad. We kregen subsidies in de vorm van bankgaranties, die we echter nooit nodig hebben gehad. Er kwam genoeg geld binnen via de kaartverkoop. De garanties waren om de risico’s van de contracten met de artiesten te dekken. Het ging er allemaal tamelijk anarchistisch aan toe. Zowel de eerste Flight als de Dream daarna. Iedereen kon meedoen en met ideeën komen. In mijn huis aan de Javastraat was het een zoete inval, een plek waar iedereen in en uit liep, een gekkenhuis. Positief anarchisme. Geen revolutie met rookbommen, maar je kreeg de ruimte te laten zien wie je was. We hadden een fantastische band met de politie, hoe gek dat ook klinkt. Terwijl in Amsterdam de jeugd slaags raakte met de politie, kregen wij hier gemakkelijk een vergunning om popfestivals te organiseren. Er gebeurden ook wel rare dingen. We hadden bijvoorbeeld een geluidsinstallatie geleend die aan het eind van het festival gestolen bleek te zijn. Nooit meer teruggevonden.

Voor de tweede Flight hebben we inderdaad Jimi Hendrix gecontracteerd. We hadden een contract met Hendrix voor twintigduizend gulden, tienduizend gulden was als voorschot betaald aan Jimi’s agency. Rob van Gemert heeft dat bedrag teruggekregen van het management, na een reis naar Londen. Er werd gezegd dat hij een gebroken been had en in New York zat, maar later begreep ik dat hij geen zin had en een telegram stuurde met deze smoes. De rompslomp  rondom de tweede Flight was zo stressvol, dat ik geen zin had in een derde. Gelske dreigde met een scheiding en we hadden toen net onze eerste dochter, Tamara.’

Poppioniers is vanaf 14 augustus overal verkrijgbaar voor € 29,99

Dit artikel stond ook in de DUIC krant. Lees hieronder de krant ook nog eens digitaal.
https://issuu.com/duic/docs/duic_krant_039_augustus_2017