Utrecht start onderzoek naar slavernijverleden in de Oost om begrip onder Utrechters te vergroten

Het voormalig huis van George Beens, die met de VOC rijk werd met een schrikbewind op het eiland Celebes (Sulawesi). Foto: Tamar Huijbregts
Het voormalig huis van George Beens, die met de VOC rijk werd met een schrikbewind op het eiland Celebes (Sulawesi). Foto: Tamar Huijbregts

De gemeente Utrecht start een onderzoek naar hoe het slavernijverleden in de Oost het best herdacht kan worden. Dat zijn Nederlands-Indië en andere voormalige koloniën in Azië. Het doel is de kennis hierover onder Utrechters te vergroten. Dit onderzoek volgt op een verzoek van de Indische diaspora, die heeft gevraagd om aandacht voor deze geschiedenis. 

Het slavernijverleden van Utrecht kent niet alleen verbanden met de trans-Atlantische slavenhandel, maar ook met de Oost via de Verenigde Oost-Indische Compagnie (VOC). Het onderzoek richt zich dan ook op hoe verschillende gemeenschappen, zoals de Indische, Molukse en Papoea-groepen, zich tot dit onderwerp verhouden. 

De gemeente wil met dit onderzoek inzicht krijgen in welke vorm en inhoud het meest passend zijn om deze geschiedenis te erkennen. Daarom wordt gekeken naar mogelijke vormen van herdenking, zoals een monument, educatieve programma’s of andere initiatieven. 

De resultaten van het onderzoek worden voor de zomer van 2025 verwacht. Op basis daarvan zal worden besloten hoe Utrecht de beste invulling kan geven aan de erkenning en herdenking van het slavernijverleden in de Oost. 

Gerelateerde berichten