Utrechtse affiches: ‘Het Parool van Utrecht’, 1949-1982

Utrechtse affiches: ‘Het Parool van Utrecht’, 1949-1982
Detail van affiche Nieuw Utrechts Dagblad, Fedde Weidema, 1949. Beeld: ReclameArsenaal
Affiches uit het verleden vertellen meerdere verhalen. In de eerste plaats over het bedrijf, product of evenement waar reclame voor werd gemaakt. Maar ook over de ontwerper, of het nu een bekende kunstenaar was of een anonieme graficus. Daarnaast laten affiches zien welke stijlen in de mode waren. Deze keer een affiche uit 1949 van Fedde Weidema voor het Nieuw Utrechts Dagblad.

Affiches uit het verleden vertellen meerdere verhalen. In de eerste plaats over het bedrijf, product of evenement waar reclame voor werd gemaakt. Maar ook over de ontwerper, of het nu een bekende kunstenaar was of een anonieme graficus. Daarnaast laten affiches zien welke stijlen in de mode waren. Deze keer een affiche uit 1949 van Fedde Weidema voor het Nieuw Utrechts Dagblad.

Utrecht kende decennialang meerdere dagbladen met plaatselijk nieuws. Naast het Utrechts Nieuwsblad (sinds 1893) was er het katholieke dagblad Het Centrum. De Volkskrant, De Telegraaf en het Vrije Volk hadden voor hun Utrechtse edities of pagina’s lokale correspondenten. Van 1947 tot 1982 verscheen onder de titel ‘Nieuw Utrechts Dagblad’ bovendien een Utrechtse versie van Het Parool. Het was destijds druk op de perstribunes van stadhuis en stadion, en in het politiebureau aan het Paardenveld waren dagelijkse persbriefings.

Kort na de introductie van het Nieuw Utrechts Dagblad verscheen een affiche met een telegraafpaal en de slagzin: ‘Gezellig, verstandig, altijd bij’. Een volgende affiche uit 1949 benadrukte opmerkelijk genoeg niet het lokale karakter, maar het wereldnieuws, gesymboliseerd door een krantlezende globe: ‘In uw beide handen ‘t beste nieuws uit alle landen’. Het (inter)nationale nieuws kwam grotendeels uit Amsterdam; eigen Utrechtse journalisten schreven de regionale berichten. De redactie van het Nieuw Utrechts Dagblad zat aan de Oudegracht 172, boven drukkerij Bosch en Zoon, waar de krant, net als het Utrechts Nieuwsblad, werd gedrukt. Tegenwoordig is het Aboriginal Art Museum er (nog) gevestigd.

Ontwerper

De affiches voor het Nieuw Utrechts Dagblad werden gemaakt door de Utrechtse ontwerper Fedde Weidema (1915-2000). Deze Friese drukkerszoon had voor de oorlog kunstopleidingen gevolgd in Arnhem, Utrecht en Parijs. Naast grafisch ontwerper was hij, onder invloed van Joop Moesman en andere Utrechtse surrealisten, ook surrealistisch schilder geworden.

In 1943 leerde Weidema de scheikundestudent Geert Lubberhuizen kennen, die actief was bij het Utrechts Kindercomité, een verzetsgroep die Joodse kinderen uit Amsterdam liet onderduiken. Lubberhuizen vroeg Weidema om onder pseudoniem een illustratie te maken bij het gedicht De achttien doden van verzetsheld Jan Campert. Uit het succes van deze rijmprent ontstond de toen nog ondergrondse uitgeverij De Bezige Bij, waar Weidema later het logo en affiches voor ontwierp. In dezelfde Amsterdamse verzetskringen was tijdens de oorlog ook de illegale krant Het Parool ontstaan, die na de oorlog mainstream ging. Gezien zijn verzetsverleden was het logisch dat Fedde Weidema sympathiseerde met ‘Het Parool van Utrecht’: het Nieuw Utrechts Dagblad.

Door invloed van Utrechtse surrealisten is ontwerper Weidema ook surrealistisch schilder geworden

Fedde Weidema ontwierp van de jaren vijftig tot en met zeventig ook veel affiches voor de Neder­landse Spoor­wegen, de Jaarbeurs en verschillende Utrechtse culturele instellingen. Hij speelde daarnaast een belangrijke rol in het culturele leven van de stad, bijvoorbeeld als organisator van de kunstmarkt op het Janskerkhof en bestuurslid van Genootschap Kunstliefde. Na jarenlang ontwerpen in opdracht pakte Weidema in de jaren zeventig de schilders­kwast weer op. Zijn surrealistische schilderijen waren echter minder succesvol dan zijn grafische werk. In 1982 organiseerde het Centraal Museum een overzichtstentoonstelling van zijn schilderijen, tekeningen en affiches.

Medialandschap

Het rijke Utrechtse perslandschap van de naoorlogse periode leverde veel bekende journalisten op. Zo begonnen André Spoor (later NRC-hoofdredacteur) en Sytse van der Zee (later hoofdredacteur van Het Parool) hun carrière bij het Nieuw Utrechts Dagblad. Ook het ontstaan van de School voor de Journalistiek in 1966 aan de Palmstraat was mede te danken aan de ruime aanwezigheid van journalisten in Utrecht. Het was de eerste echte journalistiekopleiding van Nederland.

Opening Kunstmarkt 1955 met Fedde Weidema (tweede van links); foto van L.H. Hofland voor het Nieuw Utrechts Dagblad. Foto: Het Utrechts Archief

Al ver voor aanvang van het internettijdperk vond er een uitdunning plaats. Dagblad Het Centrum ging in 1971 op in het Utrechts Nieuwsblad. Kort daarop stopte het verlieslijdende Vrije Volk met zijn Utrechtse editie. De vijftienkoppige redactie van het Nieuw Utrechts Dagblad werd flink ingekrompen, maar de Parool-dochter hield het nog tot 1982 vol. Het Utrechts Nieuwsblad groeide dankzij het verdwijnen van de andere kranten juist, naar ruim honderdduizend abonnees.

In 1980 verloor deze krant zijn zelfstandigheid aan uitgeversconcern Wegener. Televisiereclames en internet zorgden later voor slinkende advertentie-inkomsten en dalende oplages. Het Utrechts Nieuwsblad verloor in 2005 nog meer het eigen karakter door de samenvoeging met het Algemeen Dagblad. De laatste jaren zijn er nieuwe journalistieke initiatieven bijgekomen in Utrecht, zoals DUIC.

Arjan den Boer

Arjan den Boer

Arjan den Boer houdt van geschiedenis, design, monumenten en architectuur. Op DUIC.nl schrijft hij over vergeten gebouwen en in de DUIC krant over verdwenen gebouwen.

Profiel

1 Reactie

Reageren
  1. Marcel Gieling

    Mooi artikel Arjan.
    Weet je dat de Kunstuitleen Utrecht een grote collectie affiches bezit?

Plaats een reactie

Lees voor u reageert onze algemene voorwaarden. Alle reacties worden vooraf gemodereerd. Uw IP adres is geregistreerd (wordt niet gepubliceerd).